Kinderopvang wacht ondergang niet af

Honderden ondernemers in de kinderopvang wachten een faillissement niet af, maar stoppen er zelf voortijdig mee. Sinds de bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag in 2011 zijn 771 locaties voor dagopvang en buitenschoolse opvang (bso) opgeheven. Vooral in Amsterdam, Rotterdam en Almere heeft de crisis in de kinderopvang er flink in gehakt.

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTER ROSA VAN DER VEER

AMSTERDAM - Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant onder de twaalfduizend vestigingen voor kinderopvang in Nederland. Daarnaast gingen er de afgelopen twee jaar ook nog eens 154 vestigingen failliet. Daarmee is nu 7,7 procent van het aanbod verdwenen.

'Als een vestiging niet meer rendabel is, moet je sluiten', zegt Piet Vermeulen, die eind 2012 zelf een kinderdagverblijf in Kaatsheuvel moest opheffen. 'In 2010 begonnen we het bedrijf, net voor de crisis in de opvang begon. Sindsdien is de vraag bij onze vestigingen met 25 procent gedaald. Het is een gebed zonder einde.'

De vraag naar kinderopvang kromp in 2012 gemiddeld met ruim 10 procent, maar de verschillen per regio en wijk zijn groot. Het Waarborgfonds Kinderopvang ziet soms een afname van 40 procent in krimpregio's en achterstandswijken. Voor dit jaar voorspelt de branche nog eens een teruggang tussen de 15 en 20 procent. Daarmee krimpt de sector in slechts twee jaar tijd met ongeveer een kwart.

De branche wijt dat aan de bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag en de opgelopen werkloosheid. Ouders hebben na drie maanden zonder baan geen recht meer op kinderopvangtoeslag en moeten daarna stoppen met de opvang. Ook concurrentie van gesubsidieerde peuterspeelzalen speelt een rol in de malaise. Kinderen maken daar kortere dagen dan op kinderdagverblijven en ouders zijn er niet gedwongen om standaardpakketten van elf uur per dag af te nemen.

Daarnaast is er de afgelopen jaren sprake geweest van een naijleffect. 'Het duurt twee tot drie jaar voor je een vergunning krijgt en je een locatie voor een kinderdagverblijf of bso kunt beginnen', zegt hoogleraar Economie Janneke Plantenga. 'Er zijn in 2010 en 2011 nog ondernemers geweest die besloten te investeren in uitbreiding, terwijl daarna de vraag is ingezakt.'

'Het grote aantal opheffingen en faillissementen in de sector is niet alleen een gevolg van de bezuinigingen, maar ook een gezonde sanering', stelt Patrick Vermeulen, hoogleraar bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit. 'Het gevoel van urgentie ontbrak soms bij ondernemers, mede door het zwalkende overheidsbeleid over de kinderopvangtoeslag.'

In 2005 trad de marktwerking in en werd de sector geacht op eigen benen te staan, maar twee jaar later verhoogde het Rijk de overheidsbijdrage weer om het gebruik van formele opvang te stimuleren onder ouders. 'Dat gaf aanbieders niet het gevoel dat ze het echt zelf moesten doen. Ook nu zijn er waarschijnlijk nog ondernemers die lang hebben gedacht dat de overheid ze niet zomaar in de steek zou laten en failliet zou laten gaan.'

Toch is het volgens de Brancheorganisatie Kinderopvang niet zo dat nu alleen de slechte ondernemingen het begeven. Een woordvoerster: 'Een aantal ondernemers die hun winst altijd terug in de organisatie stopten, hebben nu geen reserves om de krimp op te vangen.' Bovendien kost het geld om kleiner te worden. Vaak moeten organisaties nog een huurcontract uitdienen en ontslagvergoedingen betalen. 'Meestal kunnen alleen de grote spelers dat betalen', zegt kinderopvangadviseur Betsy van der Grift. 'Als je een kleine speler bent met één kinderdagverblijf dat half leegstaat, moet je gewoon dicht.'

Naast de opheffingen in de sector zijn er de afgelopen twee jaar 642 vestigingen van kinderdagverblijven en bso's overgenomen door andere opvangorganisaties. Tweederde van de overnames vond plaats in 2012, toen de sector al hard kromp en er aanzienlijk lagere overnamesommen werden betaald dan toen het nog goed ging met de kinderopvang.

Volgens Judith de Jonge Baas, bestuurssecretaris van het Waarborgfonds Kinderopvang, zoeken ondernemers om verschillende redenen ook nu nog hun heil in schaalvergroting. 'Sommigen omdat ze denken dat ze van een slecht draaiende organisatie nog een rendabel bedrijf kunnen maken, anderen omdat ze zo de overheadkosten kunnen spreiden over meerdere locaties. En er zijn ook ondernemers die in de goede tijd al wilden uitbreiden en nu hun kans grijpen omdat het goedkoper is.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden