Kindergedoe

De foto's die Max Natkiel rond 1980 van piepjonge punks maakte in Paradiso, Amsterdam, zijn herontdekt. Voor het eerst verschijnen ze nu buiten de context van het boekje 'Paradiso Stills' op barietafdrukken....

Hervonden beelden, noemt galeriehouder Rob Malasch de foto's van punks in de Amsterdamse poptempel Paradiso, waarmee Max Natkiel rond 1980 de tijdsgeest ving. Hervonden als beeld vooral: 'Nu, twintig jaar later, zie je pas hoe sterk die foto's zijn.'

Maar ook herontdekt. Want Natkiel, jeugdwerker inmiddels, fotografeert niet meer. Zijn boek Paradiso Stills (1986) lag jarenlang voor 12,90 gulden bij De Slegte, en is nu zelfs niet meer antiquarisch te koop.

Malasch maakte een keuze uit de ruim vijfduizend Paradiso-foto's in Natkiels archief en liet die opnieuw afdrukken. Waar in het boek het zwart van de foto's dichtloopt tot een donkere brij, is op de barietafdrukken het leer van de jasjes weer leer geworden. Alle details zijn zichtbaar - de veiligheidsspelden, de Grolschbeugels, de buttons, de zelfgekerfde tatoeages, de pukkels, pisvlekken op een broek. 'Ik ben verrast door mijn eigen foto's', zegt Natkiel. 'Eigenlijk heeft nog nooit iemand die foto's gezien', zegt Malasch. 'Alleen de afgeleide ervan.'

Natkiel (1942), een magere, beweeglijke man met gouden oorringen, was al achterin de dertig toen hij, tussen 1979 en 1985, zijn foto's maakte. Hij hield van punk, van het militaristische ervan. 'Fantastisch! Die sfeer van anarchisme en opstanden.'

Drie, vier keer in de week zat hij in Paradiso, dronk mee, blowde mee, feestte mee ('Ik had mijn eigen coterietje'), en keerde midden in de nacht via grote omwegen naar huis, om maar een beetje te ontnuchteren voor hij in bed stapte. 'Het was een laatste opleving van mijn jeugd, eigenlijk. Ik was veel ouder dan die kinderen. Het was echt een kindergedoe, een jeugdbeweging.

'Ik kwam uit de film, maar daar kon ik mijn artistieke ei niet kwijt. Voor film heb je een crew nodig, kapitaal. Als compensatie was ik gaan fotograferen. Op een gegeven moment dacht ik: weet je wat? Ik ga hier fotootjes maken. Ik zat er toch.'

Natkiel nam niet zomaar kiekjes. Met een oude Rolleiflex camera en een goede flitser maakte hij foto's op groot formaat, helder belicht, zonder veel diepte, in contrastrijk zwart-wit. Hij zette de jongeren - hartverscheurend jong vaak, soms niet eens de lagere-schoolleeftijd ontgroeid - tegen een neutrale achtergrond, de tegeltjes van de wc ('Iedereen moet wel een keer pissen'), een muur in de gang, en fotografeerde ze frontaal. Niemand lacht.

Het zijn foto's die onmiddellijk de herinnering oproepen aan het werk van Rineke Dijkstra, die bloedserieuze pubers fotografeerde aan zee.

Toen Malasch stuitte op een vroege foto van Dijkstra, die in 1983 met Natkiel meeliep in Paradiso, vroeg hij zich af waar Natkiel gebleven was. Hij hoopt op een herwaardering van de fotograaf ('je moet ergens beginnen'), en is er bijzonder mee ingenomen dat Vogue Hommes International, geïntrigeerd geraakt door contactafdrukken die Malasch liet zien op de vakbeurs Paris Photo, in het najaarsnummer een reportage aan de Paradiso-foto's wijdt. 'Heel uitzonderlijk voor een totaal onbekende fotograaf.'

Op Natkiels foto's spelen sommige kinderen punkertje, anderen zijn te stoned om uit hun ogen te kijken, een jongetje met een blauw oog kijkt vanaf een bankje schuin omhoog in de lens - Ricky, tien jaar en verslaafd, zegt Natkiel, leeft nog steeds, is nu huisschilder. Er is een foto van Herman Brood, een portret van een piepjonge Peter Klashorst, tegenwoordig kunstschilder in Afrika, onder de verf en met een doodshoofd aan zijn riem.

Er zijn foto's bij van rechts-extremistische skinheads, met wie Natkiel, oorlogskind met een joodse vader, vriendschappelijk omging. 'Ik heb iets met de oorlog natuurlijk. En het is ook de naïviteit van die skins, hè. Wat weten ze nou. Zelf droomde ik als klein jongetje van hakenkruisvlaggen in de Wibautstraat, dat vond ik mooi. Uniformen vond ik práchtig. Nu weet ik natuurlijk wel wat erachter voor smerigheid schuilging.'

Een aantal van de kinderen leeft niet meer, weet Natkiel. 'Sommige zijn dikke, rare huisvaders geworden, anderen zijn helemaal niet veranderd, vooral de verslaafden niet.'

Het stoort hem niet dat hij opnieuw aandacht krijgt voor het werk waarmee hij begon. 'Orson Welles kreeg ook steeds te horen, ja, die nieuwe film die je hebt gemaakt, die is goed hoor, maar Citizen Kane. . .!'

Hij zoekt niet naar succes. 'De telefoon gaat. Fred Wagemans, een vriend van me, oud-directeur van museum Fodor. Hé Max, heb jij zin om mee te doen aan een expositie in Kopenhagen? Ja, leuk! Rob Malasch belt. Hé Max, ik heb hier je werk gezien, daar wil ik wat mee. Ja, leuk! Maar ik delegeer alles. Ik maak de afdrukken niet zelf, en Rob hangt alles op. Ik ben een generaal die zo min mogelijk zelf doet. Ik wil alles zo snel mogelijk afhandelen, mezelf niet belasten met allerlei dingen. Ik wil een beetje zweven, me licht voelen. Door het leven huppelen.'

Het komt allemaal wel, vindt Natkiel. Of niet. Zijn tweede grote project, in India, waar hij eind jaren tachtig zo'n achtduizend foto's nam van paria's, resulteerde nooit in een fotoboek. De uitgever overleed voor het boek af was. Natkiel heeft nooit moeite gedaan de foto's alsnog te laten publiceren.

In galerie Serieuze Zaken is Natkiels werk 'heel stylish' (zegt Malasch) opgehangen, met veel wit tussen de foto's en mooi ingelijst, om de esthetische waarde van de beelden te benadrukken. Het is een soort orde in de chaos die bij Natkiel lijkt te passen. Heel clean en sober is zijn woning, vertelt hij, weinig meubels, weinig ballast, lampen die in voor- en achterkamer exact symmetrisch staan opgesteld. Maar zijn foto's nam hij in de wanorde van Paradiso en op de vuilnisbelten van India.

Hij is sinds drie jaar medewerker bij Jeugdland in Amsterdam Oost, een soort vakantiedorp waar buurtkinderen hutten kunnen bouwen. 'Ik kan goed met de staf opschieten, en met de kinderen. . . comme ci, comme ça. Met de Turkse en Marokkaanse kinderen is het wel eens moeilijk. Maar ik loop over het terrein te huppelen, en dan denken ze uiteindelijk: 't is wel een flikker, maar toch een fantastische figuur. Ik ben de koning van het timmerteam.'

En toch, en toch. Max Natkiel gaat weer foto's maken. 'Ik was van plan helemaal niet meer te fotograferen. Maar nu ben ik toch weer een beetje enthousiast. Ik ga naar Polen, met een Leica met kleurenfilms, om daar de natuur te fotograferen, gecombineerd met gruwelijkheid. Dat is mijn motief. Mos op de muren van de getto's. Maar misschien ga ik ook wel mensen fotograferen. We zien wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden