Gastcolumn

Kinderen zijn wrede monsters

Gastcolumn van Geerten Waling

Het pesten onder kinderen wordt steeds heftiger, waarschuwde de Kindertelefoon onlangs. Alle goedbedoelde campagnes en programma's ten spijt. Pesten is menseigen, maar dat is geen reden om weg te kijken. Het kan lang, diep en subtiel doorwerken.

Ooit kende ik een jongetje van een jaar of zes. Een blij kind - vrolijk, open, nieuwsgierig. Zijn ouders verhuisden naar een ander dorp, en namen hem en zijn oudere broer mee. Het was een dorpje in de Bollenstreek, een katholiek-agrarische enclave in de Randstad, aan de andere kant van de provincie. Zijn ouders en zijn broer bleken zich prima te redden in hun nieuwe leventje: het dorp bracht nieuwe vrienden, sportverenigingen, carnaval. Maar de jongste vond zijn draai niet. Dat gehos in een boerenkiel op liederen als 'De naaimachine naait, en de nietmachine niet' - hij vond het beangstigend. En net zoals hij de nieuwe dorpscultuur maar beklemmend vond, zo vonden de dorpelingen hem maar een rare. Hij hoorde niet bij de kudde, hij was een spelbreker. Kortom: hij moest kapot.

Zonder karakter, zonder eigenwaarde

Het begon aarzelend, met wat treiterijtjes. De 'prooi' was niet dik, droeg geen bril, maar wel had hij een blonde krullendos. 'Hey, kroeskop!' Even peilen. 'Jij hebt een vogelnestje op je hoofd!' Schrik in zijn ogen. Roken ze daar angst? 'Haha, er zitten eitjes in je haar!!!' Het duurde niet lang of de halve school begon de vogeltjesdans te zingen als hij langs liep. Negeren ging niet, maar terugvechten zou evenmin helpen. Thuis kreeg hij te horen dat hij 'er beter op moest reageren' en het 'langs zijn rug af moest laten glijden', dan zou het vanzelf wel overgaan. Of: maak gewoon eens een grapje terug! En had hij het misschien niet zelf een beetje uitgelokt? De docenten op school zeiden hetzelfde. Waar twee vechten... En als ze al ingrepen, nam het pesten niet bepaald af. Dan had hij immers geklikt...

Het werd de jongen langzaam duidelijk dat het hier maar aan één iemand lag. Hij begon zijn mond te houden in de klas, ging meepraten met de stoere jongens, ging zich zo onopvallend mogelijk kleden - geef ze geen aanleiding! Toen ik de jongen later terugzag, hij ging net naar de middelbare school, was het een schichtig, zorgelijk, beschaamd jochie geworden. Zonder karakter, zonder eigenwaarde. Zijn krullen had hij zo kort mogelijk geknipt.

Kinderen zijn nog zo lekker onschuldig, hoor je vaak. Onzin. Kinderen zijn wrede monsters, kleine IS-strijdertjes die alles wat afwijkt, alles wat niet aan de groepsnorm voldoet, in brand willen steken, kapot willen maken. Mensen in de meest dierlijke gedaante, zonder het laagje beschaving dat je nog wel eens bij volwassenen aantreft.

De haat wordt geïnternaliseerd

Natuurlijk, de jongen heeft zijn onprettige schooltijd na verloop van jaren achter zich gelaten - maar de sporen zijn nooit helemaal uitgewist. Nog altijd schaamt hij zich dat hij is gepest. Hij koestert heimelijke wraakfantasieën over zijn vroegere pestkoppen. Hij mijdt het betreffende dorp als een leprakolonie. En zo nu en dan ervaart hij een onverklaarbare hang naar conformisme, naar aanpassing aan de maatschappelijke normen.

Pesten werkt subtiel en diep door. Het creëert frustraties en onzekerheden die levenslange remmingen kunnen blijven. Je zou natuurlijk hopen dat pestslachtoffers vroeg of laat de pesters op hun nummer zetten, zoals in de heldenverhalen die met massale gretigheid op internet worden bekeken of gelezen. Maar helaas, dat zijn uitzonderingen. In het merendeel van de gevallen is het pesten geweldig effectief: de haat wordt geïnternaliseerd. Het beeld van de pesters verwordt tot zelfbeeld en walgend van zijn eigen minderwaardigheid geeft het slachtoffer zich gewonnen.

Bij Jinek op de bank verschenen afgelopen woensdag kinderombudsman Marc Dullaert en hoogleraar Opvoedkunde Micha de Winter. Dullaert maakte zich zorgen over de 'pestindustrie', de wildgroei aan inefficiënte therapieën en coachingstrajecten waar scholen gebruik van maken om het pesten aan te pakken. Verrassend genoeg leek De Winter zich überhaupt niet zo te interesseren voor anti-pestprogramma's: 'Je hebt gewoon goede scholen nodig, die kinderen van jongs af aan leren: hoe moet je nou met elkaar omgaan in een democratie.' Hij bepleitte het stevig inzetten op burgerschap, op het aanbrengen van dat laagje beschaving. Een aansprekende gedachte, vooral omdat we één ding zeker weten: pesten gaat nooit ophouden. Het is volkomen menseigen om te pesten en uit te sluiten, om bij de groep te willen horen ten koste van de zwakkere leden.

Waar de jongen van hierboven behoefte aan had gehad? Aan duidelijkheid. Niet die wegkijkende ouders en docenten, maar iemand die zegt: forget it, het pesten stopt niet. Wees wie je bent en leer om te gaan met al die gemene klootzakken in de wereld. Wees ze te slim af, laat niet over je heen lopen, haal uit als het nodig is. En vooral: laat ze niet toe, ban ze uit je hoofd. Het gaat niet om je kapsel (of je gewicht, of je bril, of je hoofddoek), zoek de fout niet bij jezelf.

Geerten Waling (@geertenwaling) is historicus. Samen met Coos Huijsen publiceerde hij in 2014 het boek 'De geboortepapieren van Nederland'.
Deze maand was hij gastcolumnist voor Volkskrant.nl. Lees hier al zijn columns terug.

Foto thinkstock
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.