Kinderen zijn geen consumptie

Kinderen krijgen is inderdaad schrikken: je bent niet meer het centrum van je eigen universum.

SANDER VAN WALSUM

Het stuk over de lasten van het ouderschap, in Volkskrant Magazine van 22 maart, zou ooit kunnen worden opgenomen in een leerboek over de hedendaagse mentaliteitsgeschiedenis. In het hoofdstuk Consumentisme bijvoorbeeld. Daarin gaat het onder andere om ouders die kinderen nemen - wat een ander slag ouders is dan degenen die kinderen krijgen of verliezen (ten gevolge van een ziekte of een ongeluk). Ouders die kinderen nemen, vinden het kennelijk vanzelfsprekend dat die wens ook wordt ingewilligd. Alsof ze een recht verzilveren. Wat niet wegneemt dat die kinderen wel degelijk hartstochtelijk gewenst kunnen zijn en liefdevol kunnen worden opgevoed. 'Geloof me', zei een van de moderne moeders in het stuk. 'Niemand wilde zo graag kinderen als ik.' Ik geloof haar.

Ik geloof haar ook als ze vervolgens alle 'leuke' dingen opsomt die voor langere tijd niet meer kunnen als de neembaby er eenmaal is. Sterker: als vader van drie, inmiddels wat oudere, kinderen kan ik die onthutsende ervaring nog moeiteloos voor de geest halen. Nog sterker: als ik jonge ouders tegenkom, heb ik eerder de neiging hun sterkte te wensen dan hen te benijden om het gefriemel in hun draagzak of hun buggy

Inderdaad: je wordt elke nacht van uren slaap beroofd. Het boertje dat zo lang op zich laat wachten, heeft vaak een vochtige verschijningsvorm. Je gaat nooit meer naar de film - een gemis waarover meerdere ouders zich in het Magazine beklaagden. Het regelen van kinderopvang is een permanente bron van stress. 's Avonds ben je tot een uur of tien de rommel aan het opruimen. Het nieuws is iets van horen zeggen. Concerten waren iets van de wereld van gisteren. Vakanties zijn minder leuk dan je had gehoopt. De kinderen worden bij voorkeur ziek als het jou helemaal niet uitkomt. Je verliest de regie over je eigen leven.

Allemaal waar. Maar is het ook erg? Nee, het is helemaal niet erg omdat kleine kinderen je tot wat meer onbaatzuchtigheid dwingen. Je moet keuzes maken die je anders nog even uit de weg had kunnen gaan. Je gaat een verbintenis aan waaraan je je niet kunt onttrekken. Je redelijkheid wordt op de proef gesteld. En je wordt op jezelf teruggeworpen. Want op het ouderschap kun je je niet echt voorbereiden. Je moet er, na lang de spil van je eigen leven te zijn geweest, zelf vorm aan geven. Op de tast, vallend en opstaand. Idealiter met z'n tweeën.

Het gemis van vertier 'maakt ongelukkig als je denkt dat je er recht op hebt', zei sociologe Christien Brinkgreve in hetzelfde stuk. En over de vreugden van het ouderschap kun je het best achteraf oordelen. Niet op een regenachtige zondagavond als er geen luiers meer in huis zijn. Ouders die het naderhand nog steeds zonde vinden dat ze een paar jaar hebben moeten afzien van bioscoopbezoek, uit eten, wandeltochten, stedentrips, funshoppen en andere 'leuke dingen' - ja, die ouders, en hun kinderen, zijn diep te betreuren.

De anderen kunnen zich troosten met de gedachte dat gewone dingen heel bijzonder worden als kleine kinderen eenmaal wat groter zijn: ongebroken nachten, een krant lezen op zaterdagmiddag, zomaar kunnen gaan wandelen zonder eerst aan de co-ouder vragen of dat wel uitkomt, en ja: naar de bioscoop kunnen. Om vast te stellen dat de film waarvan je je zoveel had voorgesteld toch een beetje tegenviel. Ook dat is geluk.

Sander van Walsum is redacteur van de Volkskrant.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden