Kinderen worden te snel van school gestuurd

Scholen krijgen van het nieuwe kabinet de vrijheid zelf hun zaakjes op te knappen. Dat klinkt mooier dan het is, vindt Ton van Haperen....

DE onderwijsparagraaf van het regeerakkoord opent met fraaie zinnen: 'Goed onderwijs legt de basis voor volwaardige participatie aan de maatschappij door het overbrengen van kennis, vaardigheden, waarden en normen. Het moet jongeren aansporen het beste uit zichzelf te halen.'

Onderwijs als instrument dat het beste uit jonge mensen haalt, daar is niemand tegen. De vraag is: hoe krijg je dat voor elkaar? Het akkoord noemt 'vrijheid voor scholen' als uitgangspunt. De overheid levert middelen, scholen lossen hun problemen zelf op.

De deelnemende partijen aan de nieuwe regering hebben kennelijk vertrouwen in deze aanpak. Alle drie claimden zij onderwijs. Een verklaring voor deze gretigheid is niet voorhanden. De voorgangers, Hermans en Adelmund, hebben gedereguleerd en fors geld uitgegeven, maar dat heeft weinig opgeleverd.

Dat bleek bij de onlangs afgesloten decentrale CAO's. De gemiddelde leraar profiteert amper van de beloofde werkdrukverlaging. Er zijn immers geen extra leraren. Dus wordt het geld gespendeerd aan een personeelsfunctionaris of een coördinator of aan het inhuren van externe financiële expertise. De leraren krijgen nu wel minder lesuren, maar die kortere lesweek betekent grotere klassen, minder vaklessen per leerjaar of minder vakantie. Gevolg: het aantal leerlingen per leraar gaat ook het volgend jaar niet omlaag, en laat dat nou net dé reden zijn dat leraren ander werk zoeken.

De laatste vier jaar is de situatie in met name het voortgezet onderwijs dramatisch verslechterd. Onderwijsvernieuwing faalt, kansarme kinderen raken achterop en het particulier onderwijs groeit. Het regeerakkoord stelt hier niets tegenover. Er is geen geld, en een breuk met het falende oude beleid ontbreekt. Want, meer vrijheid voor de scholen, dat riep Ritzen ook al, en Hermans nog harder. Succesvol onderwijsbeleid is geen kwestie van vrijheid, maar een kwestie van aanpakken. Recente rapportage van het Sociaal Cultureel Planbureau en de inspectie toont onomwonden aan dat kinderen uit lagere milieus het slachtoffer zijn van slecht onderwijsbeleid. Zij hebben moeite met de individualisering van de lessen op de basisschool, en met de zelfstandigheid die dat vergt. Ze stromen in meerderheid door naar het vmbo, en dat zijn grote onoverzichtelijke scholen met veel probleemleerlingen.

De verloedering van dit onderwijstype is inmiddels zo bekend, dat Amsterdam wachtlijsten voor mavo's kent. Ouders vinden alles best, als hun kind maar niet naar het beroepsonderwijs hoeft.

De politiek ziet dit, maar houdt afstand. Scholen krijgen ruimte voor eigen oplossingen. Is dat wel verstandig en is die ruimte er werkelijk? De laatste maanden kwamen regelmatig vmbo-directeuren in de media aan het woord. Het regende daarbij verwijten richting ministerie. Zoetermeer had hen opgezadeld met een onuitvoerbaar leerpakket: algemene vorming. Dat past niet bij vmbo-kinderen, klagen de directeuren, vmbo-kinderen zijn praktisch ingesteld. Hun alternatief: een praktijkgerichte opleiding.

Dit lijkt logisch, maar is het niet. Ook leerlingen in het beroepsonderwijs zijn burgers van de toekomst in een ingewikkelde samenleving. Nederlands, Engels, wiskunde en geschiedenis moeten ze hoe dan ook op een redelijk niveau afsluiten. Bovendien is het idee dat vmbo-kinderen aangeboren praktische vaardigheden hebben, sterk overdreven. Vaak is het van twee niks; ze willen én niet leren én niet met hun handen werken. Dat kan niet, niets leren is onacceptabel. Er rest slechts één oplossing: scholen moeten samenhang kweken door duidelijke regels te stellen, groepen van onder de twintig te maken, kinderen onder begeleiding van een leraar te laten eten en te zorgen voor korte schooldagen zonder lesuitval. Cohesie kweken gaat het best op een kleine school.

Al deze zaken vallen onder de verantwoordelijkheid van de klagende directeuren. Maar ja, door decentralisatie en budgettering is de fusietombola gaan draaien. Scholen krijgen géén vrijheid om zich aan die fusies te onttrekken. En dus hebben schoolleiders het druk met vergaderen met andere schoolleiders, de samenhang op hun eigen school schiet er dan bij in. Als de druk oploopt volgt dan de eigen oplossing: lastige vmbo-leerlingen doorverwijzen naar leer-werktrajecten. Stuur ze weg en zet ze aan het werk, armoediger kan het niet. Maar wat moeten ze anders? Bestrijding van ongelijkheid is voor een schooldirecteur een maatje te groot.

Het wegsturen van leerlingen wordt ook bij andere schooltypen steeds normaler. Doorstromen van mavo naar havo, of van havo naar vwo komt amper nog voor. De beweging andersom is daarentegen zeer in zwang.

Eigenlijk gaat het nergens goed, behalve misschien bij het vwo. Het programma is voor een sociaal homogene groep van intelligente kinderen goed te doen. Maar zelfs dit paradijs kent zorgelijke ontwikkelingen. De aansluiting met universiteiten verloopt moeizaam en het exacte profiel Natuur en Techniek wordt te weinig gekozen. Nu nog scoren Nederlandse middelbare scholieren internationaal gezien goed in de exacte vakken, maar het aantal dat daarin ook daadwerkelijk doorstudeert, is zo laag dat bedrijven als Philips, Shell en DSM vijftig Nederlandse middelbare scholen willen 'adopteren', omdat anders hun ontwikkelingsactiviteiten in de toekomst gevaar lopen.

De nieuwe bewindslieden zullen zelf oplossingen moeten bedenken voor de ultieme onderwijskwestie van onze kenniseconomie: het onvoldoende benutten van aanwezig potentieel in lagere sociale milieus, met alle verlies van welvaart en rottigheid die daarbij horen. Niks is voor een jongere zo frustrerend als niet de kans krijgen die je verdient.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden