Analyse migratiebeleid

Kinderen worden gescheiden van hun ouders in Amerika. Hoe gaat dit in Nederland in zijn werk?

Een klein meisje in het detentiecentrum in Rotterdam in 2011, waar voorheen ook kinderen terechtkwamen. Foto Joost van den Broek

Er is met veel ontzetting gereageerd op het scheiden van migrantenkinderen van hun ouders in de VS. In Nederland worden kinderen niet van hun ouders gescheiden. Maar ze kunnen wel worden gedetineerd.

‘Dat is toch allemaal wel schrijnend’, zei premier Rutte dinsdag, over de beelden van huilende migrantenkinderen die in de Amerikaanse grensdetentie worden gescheiden van hun ouders. Zijn bezorgdheid kwam de premier op het verwijt van hypocrisie te staan. ‘Ook hier zitten vluchtelingenkinderen in detentie’, twitterde GroenLinks-Kamerlid Bram van Ojik. Om daaraan toe te voegen: ‘ChristenUnie en D66 maken zich met mij druk om wat er in Amerika gebeurt, maar m’n voorstel om vluchtelingenkinderen in Nederland uit de cel te halen steunen ze niet.’

Is de Nederlandse behandeling van migrantenkinderen te vergelijken met wat er in de Verenigde Staten gebeurt?, zoals Van Ojik suggereert.

De Amerikaanse situatie leidt tot kritiek omdat ouders en kinderen aan de grens van elkaar worden gescheiden. Daarvan is in Nederland geen sprake. Binnenkomende gezinnen worden hier als zij een asielaanvraag doen gezamenlijk opgevangen in een asielzoekerscentrum. 

Als een verblijfsvergunning wordt afgewezen – of als migranten illegaal het land zijn binnengekomen zonder een aanvraag te doen  moeten zij het land verlaten. Zij hebben dan in principe, na twaalf weken op een ‘vrijheidsbeperkende locatie’, geen recht meer op opvang. Voor families met kinderen geldt een ander beleid: ze worden wel opgevangen, op zogenoemde gezinslocaties. Daarvan zijn er zes, in onder meer Goes, Katwijk en Amersfoort. 

Hoewel het de bedoeling is dat families daar ‘werken aan hun vertrek’, kunnen uitgeprocedeerde gezinnen hier in principe verblijven tot het jongste kind 18 jaar is. In 2010 bepaalde het gerechtshof namelijk dat de overheid families met kinderen niet langer mocht ‘klinkeren’, zoals dat in asieljargon heet: op straat zetten met een treinkaartje. Kinderen mogen niet de dupe worden van de weigerachtige houding van hun ouders om te vertrekken, redeneerde het hof.

Truc van Hirsch Ballin

Na die uitspraak bedacht toenmalig minister Hirsch Ballin een ‘truc’ die in het licht van de huidige discussie opmerkelijk is: om aan de opvangplicht voor minderjarigen te voldoen, wilde hij ouders en kinderen van elkaar scheiden. De kinderen zouden naar een pleeggezin gaan, terwijl hun ouders de straat op zouden worden gezonden. Het idee daarachter was te ontmoedigen kinderen als breekijzer te gebruiken om opvang af te dwingen.

Ook hier stak het gerechtshof in 2011 een stokje voor. In de zaak van een Angolese moeder van drie kinderen oordeelde de rechter toen dat het belang van de kinderen – samenzijn met hun moeder  zwaarder weegt dan het overheidsbelang om het vreemdelingenbeleid uit te voeren.

Sindsdien zijn er sobere gezinslocaties ingericht waar families met een vertrekplicht worden voorzien in de eerste levensbehoeften en kinderen naar school gaan. De opvang is open, maar gezinnen moeten zich wel vijf dagen per week melden. Onlangs bekritiseerde Unicef de leefsituatie van de kinderen hier. Zo voelt 35 procent van de minderjarigen op de gezinslocaties zich volgens Unicef niet veilig, onder meer doordat de vreemdelingenpolitie elk moment op de stoep kan staan.

Want de consequentie van het niet vrijwillig meewerken aan vertrek, is dat de overheid kan overgaan tot gedwongen uitzetting. In de aanloop naar die uitzetting worden ook families met kinderen soms vastgezet in vreemdelingendetentie, om te voorkomen dat mensen met onbekende bestemming vertrekken. 

De Angolese kinderen Gláucio en Márcia mochten in 2015 met hun moeder in Nederland blijven. Voor het detentiecentrum in Soesterberg stonden mensen te wachten tot ze naar buiten kwamen. Foto Marcel van den Bergh

Ouder uitgezet, kind niet?

In uitzonderlijke gevallen mag een kind wel in Nederland blijven, maar een ouder niet. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als een ouder een asielstatus is geweigerd vanwege het plegen van oorlogsmisdaden (de zogenoemde 1F’ers). Als een kind van een 1F’er minstens tien jaar onafgebroken in Nederland is en het vertrek niet is tegengewerkt, kan het zijn dat de minderjarige wel een status krijgt terwijl de ouder moet vertrekken.

Normaal gesproken worden ouders en kinderen gelijktijdig uitgezet. In zeldzame gevallen kiezen ouders ervoor hun kinderen achter te laten in Nederland, zoals vorig jaar de Armeense moeder van Lily en Howick. Zij weigerde vlak voor uitzetting te vertellen waar haar kinderen zich bevonden en vertrok alleen.

Voorheen kwam het ook voor dat het verblijfsrecht werd geweigerd aan ouders van buiten de EU met een kind van een Nederlander. Het kind met de Nederlandse nationaliteit moest in zo’n geval maar worden verzorgd door de ouder met verblijfsrecht – in de praktijk soms een Nederlandse vader die niet naar het kind omkeek. Een Venezolaanse moeder voerde hiertegen een succesvolle zaak, die in 2017 leidde tot het invloedrijke Chavez-arrest. Sindsdien moet de overheid de buitenlandse ouder van een Nederlands kind een verblijfsvergunning verstrekken als dat in belang is van het kind.

Gesloten gezinslocatie 

In het Kinderrechtenverdrag staat dat kinderen alleen als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke duur mogen worden gedetineerd. De Nederlandse overheid zegt aan die voorwaarde te voldoen: de vreemdelingendetentie van minderjarigen – in 2017 ging het om 130 kinderen met hun ouders en 50 alleenreizende jongeren  duurt niet langer dan twee weken.

Bovendien komen kinderen niet in de normale detentiecentra terecht, maar op een zogenoemde gesloten gezinslocatie in Zeist, met ‘veel bewegingsvrijheid’ en kinderactiviteiten. Om dat beeld te benadrukken zweeft op de ministeriefolder over dit detentiecentrum een jongetje op een schommel.

‘Ik ben daar ook zelf geweest en heb gezien dat de leefomstandigheden voor de gezinnen veel beter zijn, omdat er alleen maar een hek om de locatie heen staat en mensen niet worden opgesloten’, zei Joël Voordewind (ChristenUnie) daarover in maart. 

Zelfs GroenLinkser Bram van Ojik – die tevergeefs probeerde het opsluiten van minderjarigen te verbieden – gaf twee weken geleden in de Kamer nog toe dat er in Zeist nu sprake is van een gesloten gezinsvoorziening ‘waar we eigenlijk alleen maar positieve dingen over horen’.

Kinderen op een aparte afdeling van het detentiecentrum in Rotterdam in 2011, waar voorheen ook kinderen terechtkwamen. Foto Joost van den Broek

Zo is het om als uitgeprocedeerd kind in een gezinslocatie te wonen: elk moment kan de politie komen

Uitgeprocedeerde asielzoekers die zich niet laten terugsturen naar het land van herkomst, zorgen voor problemen. De gedwongen opvang in wat wordt genoemd ‘een gezinssituatie’, leidt tot spanningen, terwijl degenen die kiezen voor kraakacties (‘We Are Here’) in aanvaring komen met het bevoegd gezag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.