Kinderen van de rekening

De bezuinigingen op de speciale onderwijszorg treffen de twee epilepsiescholen in Nederland extra. 'Deze kinderen willen geen aandacht. Ze zullen buiten de boot vallen.'

© THINKSTOCK

Fel debat, dit voorjaar, in de Tweede Kamer. 'Kun je van een auto vragen dat hij met de helft van de benzine even ver rijdt?' werpt SP-Kamerlid Manja Smits onderwijsminister Van Bijsterveldt voor de voeten.

Niet dat auto's haar interesseren. Het gaat Smits om twee scholen voor kinderen met epilepsie: de een moet het tegen het einde van de kabinetsperiode doen met 66 procent minder geld, de ander met 51 procent.

De minister houdt vol dat de twee scholen het best zullen redden met dat kleinere budget, al is het 'pittig'. De oppositie noemt haar voornemen 'tekentafelpolitiek' en 'technocratisch': die epilepsiescholen zullen door de bezuiniging moeten sluiten.

De publieke tribune blijft achter met de vraag: wie heeft er gelijk?

Een zoektocht naar het antwoord begint in het vlakke land achter het Noord-Hollandse Cruquius, onder Haarlem. Daar staat De Waterlelie, één van de twee scholen voor zwaar epileptische kinderen. Van de 50.000 Nederlandse kinderen met epilepsie heb je bij 48.000 van hen geen omkijken, vertelt schooldirecteur Teus van den Brink. Op zijn school zitten er slechts 200, die naast epilepsie kampen met gedrags- of leerproblemen. Voor ze hier mogen komen, moeten ze een flinke achterstand hebben opgelopen op school. Daarnaast hebben ze vaak ADHD, een autistische stoornis, en zijn agressief of juist heel angstig.

Een speciale epilepsieschool, dat roept beelden op van kinderen die elk uur schokkend op de grond vallen. Dat is niet zo. 'De medicatie is de laatste jaren veel beter geworden', vertelt zorgcoördinator Caroline Stalenhoef. 'Toen ik hier net kwam, kwam een aanval veel vaker voor.'

Niet dat aan deze kinderen niets te zien is - je moet er alleen iets beter voor kijken. In groep 6 - dertien leerlingen, een lerares en een klassenassistent - hebben twee meisjes een uit de kluiten gewassen koptelefoon op hun hoofd. Gewoon van de bouwmarkt, zegt de juf. De kinderen moeten ze zelf pakken als ze zich onrustig voelen worden.

En zo zijn er meer kleine aanpassingen. Van sommige kinderen staat de stoel achterstevoren voor het tafeltje - tip van de ergotherapeut, want dat is moeilijker wiebelen. Vooral de kinderen met autisme zijn erg beweeglijk. 'Dat gefladder, zie je', zegt juf Adriana Kuiper. 'Dat is ontlading van spanning.'

Het lezen gaat langzamer, en zelfstandig werken is er niet bij, maar de kinderen in groep 6 ogen nog tamelijk normaal, vergeleken met een klas van de afdeling voortgezet onderwijs. Deze kinderen hebben intensieve begeleiding nodig. Docent Gea Kruijer helpt een 12-jarig meisje, dat naast epilepsie een zeer laag IQ en autisme heeft, figuurzagen.

Paaseieren moeten het worden. De eieren worden bijna vierkant, het meisje zaagt onbekommerd lucht in plaats van hout, maar de juf blijft aanmoedigen en zeggen dat het goed gaat. Als het moet, veegt ze zo meteen ook haar billen af. Helpt haar met eten. Poetst haar tanden.

Twee jongens dragen een helm, één daarvan met een beugel voor zijn gezicht. Hij schaaft aan zijn eieren, maar zakt steeds weg - zijn hoofd valt opzij, en juf Gea wrijft over zijn nek om hem er weer bij te halen.

Wat deze kinderen nog ingewikkelder maakt, legt Van den Brink uit, is hun onvoorspelbare ontwikkeling. 'De een gaat vooruit, al is het langzaam. Maar anderen gaan achteruit. Eerst kunnen ze nog lezen, maar het eindigt ermee dat ze zich zelfs niet meer kunnen aankleden.'

Tot 2002 vond het rijk die combinatie van problemen ernstig genoeg om de kinderen het etiket 'meervoudig gehandicapt' te geven. Dat moest in 2002 veranderen van toenmalig staatssecretaris Karin Adelmund. Scholen voor kinderen met beperkingen werden verdeeld over vier clusters: cluster 1 voor blinden, cluster 2 voor doven, cluster 3 voor kinderen met verstandelijke of lichamelijke beperkingen en cluster 4 voor gedragsproblemen of psychiatrische stoornissen. Kinderen met epilepsie werden gelijkgesteld aan langdurig zieke kinderen, in cluster 3.

'Wij waren daar tegen', vertelt Ton van den Broek, directeur van de andere epilepsieschool, De Berkenschutse in het Brabantse Heeze. 'Doordat kinderen met epilepsie plus gedrags- of leerproblemen niet langer meervoudig gehandicapt mochten heten, zouden we per kind 38 procent minder geld krijgen. Ter compensatie kregen we expertisebekostiging. Elk jaar een vast bedrag.'

Van die expertisebekostiging wil minister Van Bijsterveldt nu af. En opgeteld bij de andere bezuinigingsmaatregelen betekent het dat deze scholen meer dan de helft van hun geld moeten inleveren. En dat leidde weer tot de vraag in de Tweede Kamer: kan dat wel?

Nee, zegt groepsleerkracht Kruijer. Ze voorziet een verslechtering van de kwaliteit van het onderwijs. 'Een techniekles zoals deze kan straks niet meer, want we hebben dan geen geld meer voor een aparte techniekdocent. De klassen zullen groter worden. Dat is heftig. Er zijn nu al dagen dat ik niet aan lesgeven toe kom. Vanwege aanvallen, of als leerlingen elkaar in de haren vliegen.'

Nee, vindt ook schooldirecteur Van den Brink. Hij zal veel van zijn logopedisten, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, gedragswetenschappers en psychologen moeten ontslaan, want geen school zonder leraren. 'Maar wat blijft dan over van het speciale karakter van deze school?'

Collega-directeur Ton van den Broek denkt zijn school wel te kunnen opdoeken. 'Waar de ontslagen vallen? Dat maakt geen donder uit. We vallen toch om.'

Het zijn niet eens de leerlingen die dagelijks de Waterlelie of De Berkenschutse bezoeken die het meest van de bezuinigingen gaan merken. Minder geld betekent vooral een aanslag op de begeleiding van kinderen met een lichtere vorm van epilepsie op gewone scholen.

Die kinderen, veel meer dan er naar een epilepsieschool gaan, kregen tot nu toe een 'rugzakje'; hun ouders mochten kiezen hoe ze dat geld voor extra zorg en begeleiding op school wilden inzetten. Maar bij de officiële invoering van passend onderwijs verdwijnt de rugzak-financiering. In plaats daarvan krijgen de 80 nog op te richten samenwerkingsverbanden van scholen een vast bedrag van het rijk voor ondersteuning van alle kinderen die het zonder die hulp niet redden.

Schooldirecteur Van den Brink maakt zich hierover grote zorgen. 'Het zijn de ADHD'ers en autisten die de aandacht opeisen in de klas. Men zal eerst voor hen zorg inkopen. Naar kinderen met epilepsie heb je geen omkijken: ze willen geen aandacht, dus gaan stilletjes achterin de klas zitten. En ze zijn maar met weinig. Zij zullen dus buiten de boot vallen.'

Hij vindt het onrechtvaardig deze kinderen te treffen. 'Onze doelgroep is sinds 2002 stabiel. De explosieve groei van rugzakjes, waarmee het kabinet zijn ingreep rechtvaardigt, komt niet door onze leerlingen.' (Tekst Maartje Bakker, foto thinkstock)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden