Kinderen van de handelsrekening

De strijd tegen kinderarbeid wordt een hoofdthema op het wereldhandelscongres komende week in Singapore. Een nobel streven, of een excuus voor nieuwe handelsmuren?...

WIE OOIT in Indonesië heeft gereisd, heeft ze gezien: de jermals, of de visfuiken, boven de zeespiegel zichtbaar als stokken waaraan netten zijn bevestigd. Ze vormen een pittoreske aanblik. Minder pittoresk is de jeugd van de vissers; dat zijn vooral kinderen, die goedkoper zijn, beter handelbaar, en niet in opstand komen als ze veel uren moeten maken.

De meeste van die kind-vissertjes komen niet uit de kuststreek, maar van het platteland. Ze worden langere tijd gescheiden van hun familie en hebben te lijden onder lichamelijke mishandelingen van hun opzichters. Ze worden uitgescholden en soms sexueel misbruikt.

Officieel mogen de kinderen niet in jermals werken - juist daarom valt er veel te verdienen voor bemiddelaars die het platteland opgaan en kinderen recruteren om naar de kust af te reizen. Ze vinden hun kandidaten onder de armste families, die niet alleen blij zijn als ze een mond minder hoeven te voeden, maar vaak ook oprecht menen dat hun kind met een baan aan zee beter af is.

De bemiddelaars ontvangen volgens een studie van de ILO, de internationale arbeidsorganisatie, gemiddeld ongeveer een tientje per kind dat ze aanbrengen. De kinderen zelf verdienen zo'n bedrag in een half jaar.

Kinderarbeid is vaak slavenarbeid. Een kwart miljard kinderen is wereldwijd het slachtoffer. Dat druist in tegen de Westerse gevoelens over rechtvaardigheid. Ontwikkelingslanden waar kinderarbeid voorkomt, moeten daarom met harde hand gedwongen worden om het fenomeen onmogelijk te maken, vindt een aantal Westerse landen. Zij willen dat de nieuwe wereldhandelsorganisatie WTO zich over het probleem gaat buigen, en vinden dat Derde-Wereldlanden eventueel met sancties bedreigd moeten worden als zij hun praktijken niet willen aanpassen.

De meeste ontwikkelingslanden denken er anders over. Geleid door het steeds machtiger wordende Zuid-Oost-Aziatische blok met tijgers als Maleisië, Indonesië, Thailand en Singapore, noemen zij de Westerse zorgen hypocriet. 'Frankrijk en de Verenigde Staten zeggen zich zorgen te maken over de sociale normen in arbeidsverhoudingen. Maar in feite maken deze landen zich maar over één ding bezorgd: hun eigen handelspositie', aldus een Maleisische diplomaat enkele weken geleden tegen het persbureau Reuter.

Volgens hem wordt de Westerse bezorgdheid ingegeven door protectionistische overwegingen: 'Het Westen wil zijn normen opleggen aan de rest van de wereld. Wie daar niet aan kan voldoen, wordt gestrafd. En wie hebben daar baat bij? Juist, de bedrijven in de geïndustrialiseerde wereld.'

Het conflict dreigt hoog op te lopen op de eerste ministersvergadering van de WTO, die maandag in Singapore begint. De ontwikkelingslanden hebben al gedreigd de conferentie te laten mislukken. Die macht hebben zij, omdat de rijke landen dolgraag willen dat vooral de Aziatische tijgers hun grenzen verder openstellen voor Westerse producten en bedrijven.

Vooral om die reden is werkgeversorganisatie VNO/NCW mordicus tegen een koppeling tussen handel en sociale normen. 'In een overleg over vrijmaking van de wereldhandel horen deze discussies niet thuis, liet de toenmalige werkgeversvoorman Alexander Rinnooy Kan dit voorjaar nog weten.' VNO/NCW kan met dit standpunt in ieder geval niet beschuldigd worden van protectionistische overwegingen.

Volgens W. Quaedvlieg, secretaris internationale zaken van VNO/NCW, hebben weinig Nederlandse bedrijven last van oneerlijke concurrentie uit landen die minder strenge regels hebben op het gebied van arbeidsnormen en milieu-wetgeving. 'De herstructureringen in de textielindustrie hebben hier al een tijd geleden plaatsgevonden', zegt hij.

W. Wagenmans, Queadvliegs tegenspeler bij de FNV, is een andere mening toegedaan. Hij is er wel voor dat de sociale discussie centraal staat in Singapore. De vakbeweging pleit al jaren, mede onder druk van collega-vakbonden in ontwikkelingslanden, voor het opnemen van een 'sociale clausule' in het WTO-verdrag. In die clausule moet onder meer het recht op vakbondsvorming worden vastgelegd. 'Arbeidsnormen zijn nauw verbonden met internationale handel', vindt Wagenmans.

Met deze stellingname loopt de FNV de kans, samen met overigens de meeste Scandinavische landen, in het kamp van de 'protectionisten' geduwd te worden. 'Dat is een onzalige coalitie', vindt Wagenmans. 'Wij identificeren ons absoluut niet met degenen die protectionistische doeleinden nastreven', zegt hij.

Wagenmans refereert aan een studie die de OESO, de Parijse club van industriestaten, een half jaar geleden het licht deed zien. 'Daaruit blijkt duidelijk dat een laksere wetgeving op het gebied van milieu en arbeidsnormen niet tot concurrentievoordelen leidt', aldus Wagenmans.

Nederland is in zijn stellingname op en neer getrokken tussen VNO/NCW en de FNV, wier standpunten werden belichaamd door de ministeries van Economische en Sociale Zaken, respectievelijk. Daarenboven wilde de verantwoordelijke bewindsvrouw, staatssecretaris Van Dok van EZ, tot een Europees standpunt komen. Dat is sterk beïnvloed door de Franse stellingname: dat betekent dat de sociale discussie uiteindelijk, wat de EU betreft, hoger opgespeeld zal worden in Singapore dan EZ voor wenselijk houdt.

'Maar', zo laat een hoge ambtenaar weten, 'in de praktijk zal de EU gedwongen door de posities van vooral de ontwikkelingslanden wel weer in onze richting opschuiven.'

Henriëtte van Dueren den Hollander, medewerker van Novib en net terug van een studiereis over onder meer kinderarbeid uit Pakistan en Bangladesh, wijst erop dat sancties als strafmaatregel voor landen die niets doen aan kinderarbeid, vaak het tegenovergestelde effect sorteren van wat beoogd werd. Van Dueren den Hollander noemt de Amerikaanse Harkon-wet, die met scherpe sancties dreigde tegen producenten die kinderen inzetten.

Alleen al dat dreigement leidde er bijvoorbeeld in Bangladesh toe dat veel werkgevers de kinderen pardoes op straat zetten. 'De Amerikanen en de Bengaalse autoriteiten dachten toen dat het probleem was opgelost. Maar die kinderen kwamen in de prostitutie en de straathandel terecht, en waren uiteindelijk dus veel slechter af', zegt Van Dueren den Hollander.

Zij pleit voor een geleidelijke aanpak van de kinderhandel. 'Het belangrijkste vind ik dat kinderen ook de tijd moeten krijgen voor onderwijs en spel. Als er een economische noodzaak toe is, dan moet het voorlopig ook mogelijk zijn dat kinderen een paar uur per dag werken.'

Dat standpunt ligt dicht bij dat van staatssecretaris Van Dok. Nederland is niet voor de radicale aanpak die bijvoorbeeld Frankrijk en de VS voorstaan, maar wil anderzijds wel dat minimale sociale normen wereldwijd nageleefd worden. De organisatie die dat moet bewerkstelligen is uiteindelijk niet de WTO, maar de internationale arbeidsorganisatie ILO.

Deze Geneefse club is nu nog een tandeloze vervette tijger met weinig macht. Nederland pleit dan ook voor een versterking van de ILO. 'Die club zou tanden moeten krijgen. Niet meteen om te dreigen met sancties, maar om in ieder geval te zorgen dat landen die zich niet inzetten voor minimale wetgeving, onder druk worden gezet', aldus een hoge ambtenaar van Economische Zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.