'Kinderen van asielzoekers zijn vaak begaafd'

'Ik zit hier al bijna twee jaar', vertelt Nimo (10) met een licht Brabants accent. Ze komt uit Somalië en woont in het asielzoekerscentrum (AZC) in Stevensbeek....

JEANNINE WESTENBERG

'Vijf jaar geleden, toen De School net bestond, kregen we nog wel eens een kind in een klas dat de volgende dag al weer weg was. Nu zit één op de drie kinderen hier langer dan een jaar. Dat is te lang,' vindt directeur P. van Dijk. Hij werkt samen met zijn collega's aan een uitwisselingsproject waarbij kinderen die langer dan een jaar op De School zitten naar 'de moederschool' De Peppels kunnen.

Volgens Van Dijk zijn de meeste kinderen na een jaar rijp voor een Nederlandse school. 'Veel leerlingen zijn uiterst begaafd en hebben de taal heel snel onder de knie. Asielzoekerskinderen zijn dikwijls kinderen van initiatiefrijke ouders.'

De directeur is blij met de actie van VluchtelingenWerk. Onder het motto 'Asielzoekers laat ze niet zitten' pleitte de vereniging de afgelopen weken voor kortere wachttijden in asielzoekerscentra. 'Justitie zou sneller moeten werken. Het is onmenselijk hoe ze deze mensen in onzekerheid laat.'

Van Dijk meent dat De School een rustgevende invloed heeft op het centrum: 'Ouders hebben 's morgens een reden om op te staan als ze hun kinderen gereed moeten maken voor school. Het geeft een stukje regelmaat.'

De directeur kwam in 1991 dikwijls in het AZC omdat zijn vrouw er bij het Bureau voor Rechtshulp werkte. Hij was toen al directeur van de Protestants Christelijke Jenaplan-Basisschool De Peppels in Boxmeer. Het viel hem op dat veel kinderen doelloos op de gangen hingen. Hij vroeg zich af of zij geen onderwijs konden krijgen. Het toenmalige ministerie van WVC meende dat kinderen in opvangcentra niet onder de leerplicht vallen. Het Bureau voor Rechtshulp legde zich daar niet bij neer en ontdekte dat asielzoekerskinderen wel leerplichtig zijn.

De Peppels was in 1991 de enige school in de buurt van het AZC die het aandurfde om de asielzoekerskinderen op te nemen. Sommige scholen vreesden dat ouders hun kinderen van school zouden halen. Andere scholen wezen op de onzekere toekomst van het asielzoekerscentrum.

Toen Pater J. van Mil, de beheerder van het AZC, zich garant stelde voor de kosten van de inrichting van drie klaslokalen kwam ook het ministerie van Onderwijs over de brug. In maart 1991 opende De School haar deuren.

Inmiddels hebben zevenhonderd leerlingen de school bezocht en zijn er ongeveer honderd soortgelijke scholen gekomen in Nederland. Er is een Landelijke OnderwijsWerkgroep Asielzoekerscentra die de belangen van deze scholen behartigt.

Op De School zitten nu zo'n zestig kinderen. Ze zijn verspreid over drie groepen en ingedeeld naar leeftijd. E. ter Burg, coördinator van De School en leraar van de bovenbouwgroep, vertelt dat het contact met de kinderen intensief is. 'Voor sommige leerlingen ben je leerkracht, papa en vriendje tegelijk.' Ter Burg doelt vooral op de alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's). Hij trekt het zich aan als een kind dat al maanden bij hem in de klas zit opeens het land uit moet. 'Dat is behoorlijk teleurstellend. Maar het gevoel dat je iedere minuut nodig bent, houdt je gaande.'

Om de Nederlandse taal snel eigen te worden, krijgen nieuwe kinderen de eerste weken intensief les in kleine groepjes van vijf of zes. De leraren gaan uit van de ideeën van Jenaplan. Kinderen volgen een zogenoemd ritmisch weekplan met vaste blokuren. Ze worden aangemoedigd elkaar te helpen.

Als kapstok voor het onderwijs dienen de muzieklessen. 'Muziek is een geweldig communicatiemiddel. We worden ook wel eens de zingende school genoemd', zegt Van Dijk.

In één van de lokalen hangt een lange lijst met titels van Nederlandse liedjes als In Holland staat een huis en Hoedje van papier. Suzanne (8) neuriet een liedje dat ze onlangs heeft geleerd, de Stevenbeekse-rocker. Trots vertelt de jonge Afghaanse dat ze samen met alle kinderen van De School een bandje heeft ingezongen met Nederlandse nummers, speciaal voor het vijfjarige bestaan van 'mijn school'.

Slapeloze nachten heeft Van Dijk nog steeds wel eens als hij denkt aan de risico's die hij met De School loopt. 'Alles hangt af van wat Justitie doet. Morgen kan ze beslissen het opvangcentrum te sluiten en dan hebben zeker vier mensen geen werk meer', zegt Van Dijk.

Maar de onzekerheid en risico's wegen volgens de directeur en de leerkrachten niet op tegen het doel van de school: asielzoekerskinderen een kans geven zich te ontwikkelen. 'In een beschaafd land kun je het niet maken om deze kinderen aan hun lot over te laten.'

Psychische hulp geven de leerkrachten niet. Van Dijk: 'Wij krijgen dikwijls beschadigde kinderen maar gaan niet graven in hun traumatische ervaringen. We willen ze eerst weer kind laten zijn. Het is belangrijk dat ze zich veilig voelen.' Jeannine Westenberg

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden