Column

Kinderen uit minder kansrijke milieus worden onderschat

Wéér een puzzelstukje aangedragen voor de verklaring van 'de kloof' in ons onderwijssysteem. De kansen voor kinderen uit wat sociologen de 'lagere sociale strata' noemen - laag inkomen, laag opleidingsniveau - zijn slechter dan voor even slimme kinderen uit modale en betere kringen. We wisten al dat kinderen van hoogopgeleiden vaker een havo- of vwo-advies krijgen bij gelijke aanleg. En nu vertelt het CBS ons dat kinderen van ouders met een laag inkomen minder vaak naar het hbo gaan dan degenen met dezelfde schoolresultaten uit hogere inkomensgroepen.

Beeld anp

Sinds de invoering van de Mammoetwet in 1968 dachten we dat afkomst geen belemmering meer hoefde te zijn. Of een baby voor of achter in de rij staat bij het uitdelen van de hersens hebben we niet in de hand, maar de kansen om het maximale eruit te halen zouden gelijk zijn. De Mammoet zorgde voor een enorme groei van het aantal studenten aan universiteit en hogeschool uit 'arbeidersmilieus'. Nu groeit de kloof weer.

Dat is akelig. Doorstromen is dus toch niet zo makkelijk. Waardoor komt dat? In deze krant leggen Paul Jungbluth van de Universiteit Maastricht en Louise Elffers van de Hogeschool van Amsterdam de nadruk op de financiële risico's; deze studenten zouden niet durven lenen. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Het afschaffen van de basisbeurs heeft de ongelijkheid bevorderd. Als je weet hoe het is om altijd krap te zitten en schulden te hebben kijk je wel beter uit.

Aan de andere kant: kinderen van ouders met een laag inkomen kunnen een aanvullende beurs krijgen: 380 euro per maand bij een minimuminkomen, dalend naar 150 bij één modaal inkomen. Dat helpt om je collegegeld en studieboeken te betalen, maar ook nog huur en boodschappen - als je elders studeert - gaat niet. Maar met een bijbaantje lukt het misschien wel.

Ik denk dat er nog iets anders meespeelt, iets wat moeilijker te betrappen is. Een kwestie van zelfbeeld, vooroordelen en gewekte, verinnerlijkte verwachtingen. Leerkrachten gedragen zich, van kleuterklas tot voortgezet onderwijs en mbo, anders tegenover kinderen uit minder kansrijke milieus. Die worden - gemiddeld genomen, er zijn gelukkig uitzonderingen - met de liefste bedoelingen onderschat en ontmoedigd. Het wordt 'zielig' gevonden voor een kind als het belandt op een school met weinig kinderen uit het eigen milieu en er is grote angst dat het 'op zijn teentjes moet lopen'. Bovendien wordt ervan uitgegaan dat het kind weinig steun van thuis krijgt, bij zijn huiswerk en beroepskeuze.

Ook al zou dat laatste waar zijn, is dat een argument om een kind extra te dwarsbomen? Het zou een argument moet zijn om het extra te stimuleren. Het was voorspelbaar dat 'de kloof' groter zou worden sinds het oordeel van de leerkracht in groep 8 zwaarder weegt dan de Citoscore. Het onbewuste mechanisme is, net als bij sollicitaties: leerlingen die op de leerkracht lijken zijn de gewone, prettige leerlingen. Ook met heel slimme, verlegen, angstige of onaangepaste kinderen weten leerkrachten vaak geen raad. Die kinderen voelen dat.

De invloed van de verwachtingen van de leerkracht op de onderwijscarrière is bij ons onevenredig groot, groter dan in andere landen. De OESO tikte Nederland vorig jaar op de vingers: het is onacceptabel dat wij geen objectieve normen hebben voor doorstroming naar het vervolgonderwijs, testresultaten waaraan je rechten kunt ontlenen. Het is geen goed idee om kinderen voortdurend te toetsen, maar soms is het de enige eerlijke manier. Er moeten snel objectieve toetsen komen voor leerlingen die naar een hoger niveau willen.

Het maakt ook uit in welke klas je zit. Het zegt genoeg dat, volgens het CBS, van degenen die na vmbo-g/t naar de havo gingen, zes op de tien op het hbo terechtkwamen, en van de groep die naar het mbo ging slechts drie op de tien. Van havisten heeft men een hogere pet op. Als jouw hele klas als een stelletje losers geldt, spring je er niet snel bovenuit.

Leerlingen doen het goed op categorale scholen. Wie op zo'n havo of gymnasium zit, haalt doorgaans de eindstreep wel, desnoods met een jaartje zittenblijven, terwijl velen op een scholengemeenschap zouden zijn afgegleden. Die categorale scholen bevorderen de gelijke kansen niet, maar hun populariteit is begrijpelijk. Verwachtingen, een mens gaat ernaar staan.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe.

Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.