'Kinderen kunnen ook kwaliteit aanvoelen'

Roel Voorintholt..

Arnhem De leerlingen van basisschool Het Palet in Arnhem hebben ernstige leer- en gedragsproblemen, maar op deze ochtend in hun zonovergoten gymzaal is daarvan weinig te merken. Uiterst geconcentreerd en gefascineerd volgen ze de aanwijzingen van de juf van Introdans op. ‘Sta, voet voet, uit! Klokklokklok met de buik. En élastiekje!’

Roel Voorintholt (1961), de artistiek directeur van Introdans, kijkt toe. 25 jaar geleden stond hij zelf geregeld voor dag en dauw in scholen te dansen, als hij tenminste niet ’s avonds moest optreden in het theater. ‘Lange tijd was jeugddans vooral veel gedoe. Slingers. Pastelkleuren. Pipi. Dinosaurussen. Ook ik dacht dat dat nodig was, wilde je kinderen betrekken bij dans.’

Voor zijn artistieke beleid en in het bijzonder zijn jeugdprogramma’s ontving Voorintholt gisteren in het Nationale Muziekkwartier in Enschede de prijs van de Kring van Nederlandse Theatercritici. Introdans – de naam zegt het al – heeft het introduceren van dans bij een breed publiek altijd belangrijk gevonden. Met de komst van Introdans Ensemble voor de Jeugd in 1989 en later Introdans Educatie heeft Voorintholt het jeugddansbeleid van de Arnhemse groep versterkt. Er wordt niet meer op scholen opgetreden – ‘ze moeten de magie van het podium meemaken’ – en scholen zijn alleen welkom bij voorstellingen als ze de kinderen met behulp van een uitgebreid (gratis) lespakket voorbereiden op het theaterbezoek. Want, stelt Voortintholt: ‘Wat kinderen herkennen, beklijft beter.’

Het effect op lange termijn, daarom gaat het deze man, die ongeveer in elke zin zijn liefde voor het dansvak betuigt. Een kind dat iets positiefs ‘opslaat’ over dans zal later als volwassene wellicht uit zichzelf voorstellingen gaan bezoeken. ‘Pubers voor het eerst van hun leven en zonder voorbereiding verplicht naar dans sturen in het kader van het vak CKV, dat heeft geen zin. Het grootste rendement behaal je als ze tussen de 6 en 12 zijn.’

Wat Introdans Ensemble voor de Jeugd uniek maakt, is het repertoire. Het is wereldwijd het enige gezelschap dat kinderen modern ballet voorschotelt. Gewoon, stukken van Hans van Manen, Jirí Kylián, Nils Christe. Stukken die voor volwassenen zijn gemaakt en niet per se verhalend zijn. Voorintholt: ‘Ik vind kinderen net zo belangrijk als volwassenen en ik denk dat zij net zo goed als ik kunnen aanvoelen wat kwaliteit is. Waarom wordt een jeugddansgroep geen samenwerking met een orkest gegund en een dansgroep voor volwassenen wel? Waarom zouden kinderen niet verwonderd kunnen worden door vreemde vormen en patronen, door dingen die ze níet elke dag om zich heen zien zoals hiphop en Micky Mouse?’

Toch is er geen sprake van volledige inwisselbaarheid. De choreografieën die Voorintholt uitkiest voor zijn jeugdige publiek hebben wel degelijk enkele karaktertrekken gemeen. ‘Het moet er mooi uitzien en er moet lekker veel en energiek worden gedanst.’ Variatie is ook belangrijk, niks mag te lang duren. Waar nodig ‘redigeert’ Introdans op bescheiden wijze en zijn er opeens twee in plaats van vijf solo’s in stilte.

Door met thema’s te werken worden bepaalde aspecten van een stuk uitvergroot. In het nieuwe programma Slapstripstick zullen de kinderen Sad Case van Lightfoot León hoogstwaarschijnlijk niet begrijpen als de gekte van een zwangerschap, het eigenlijke onderwerp van dit ballet. Zij zullen focussen op de humor van de groteske poses en grimassen van de dansers. (‘Doe alsof je een stripfiguur bent en bedenk twee typische bewegingen voor die figuur’, luidt de opdracht op school.) Voorintholt: ‘Kinderen halen sowieso hun eigen verhaal eruit. Toen we in China Bits and Pieces van Hans van Manen opvoerden, raakten de kinderen door het dolle heen: de zogenaamde choreograaf die zijn dansers met een afstandsbediening rondcommandeert, zagen zij als een leeftijdgenootje dat zijn ouders alle hoeken en gaten van de kamer laat zien.’

Voorintholt begon met dansen toen hij al 16 was, in zijn geboorteplaats Enschede. Hij werd getriggerd door Het Zwanenmeer van Het Nationale Ballet (‘waarschijnlijk konden mijn ouders die avond niet, was het een voorstelling uit hun abonnement’) en de film Saturday Night Fever met John Travolta. Het ene betoverde, het andere maakte duidelijk dat ook jongens konden dansen. Zijn visie op jeugddans is niet hoogdravend, eerder nuchter en aards. ‘Dans heeft mij veel gegeven. Als danser kon ik mezelf uitdrukken via dans en als toeschouwer kan ik mezelf laten raken door dans. Ik wil gewoon dat anderen dat ook ervaren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden