nieuws jeugdzorg

Kinderen in jeugdzorg stelselmatig vernederd en mishandeld

Eén op de tien mensen met een verleden in de jeugdzorg zegt daar vaak of zeer vaak slachtoffer te zijn geweest van fysiek of psychisch geweld. Dat blijkt uit een steekproef in opdracht van  commissie-De Winter die onderzoek deed naar geweld in internaten, pleeggezinnen en andere jeugdinstellingen, van 1945 tot nu. De commissie presenteerde woensdag haar bevindingen. 

Ministers Dekker (Justitie) en De Jonge (Volksgezondheid) krijgen het rapport overhandigd van commissie-De Winter die onderzoek deed naar geweld in de jeugdzorg. Beeld ANP

De ervaringsverhalen die deel uitmaken van het onderzoek variëren van fysieke afranselingen tot ziek geworden pupillen die van groepsleiders hun eigen kots moeten opeten en ‘bijna sadistische nonnen’ die bedplassende kinderen hun eigen natte onderbroek in de mond duwden.

Het is vooral de optelsom die het zo schrijnend maakt, zegt commissievoorzitter Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht. ‘Eerst word je als kind door de overheid bij je ouders uit huis gehaald omdat het daar niet veilig is. Vervolgens herhaalt het geweld zich in nog ernstiger vorm dan thuis.’

De commissie-De Winter ondervroeg de afgelopen jaren duizend mensen van diverse leeftijden over hun ervaringen met geweld in de jeugdzorg. Achthonderd van hen stapten uit zichzelf naar het daartoe opgerichte meldpunt, de overige tweehonderd kwam de commissie op het spoor door eigen onderzoek. Het resultaat is een verslag met een duizelingwekkende vijfduizend pagina’s, dat woensdagmiddag is overhandigd aan ministers Sander Dekker (Justitie) en Hugo de Jonge (Volksgezondheid).

Het onderzoek, waaraan wetenschappers van zeven universiteiten hebben bijgedragen, vloeit voort uit eerdere studies naar seksueel misbruik in respectievelijk de katholieke kerk en de jeugdzorg. Uit de verhalen die daar naar boven kwamen, bleek dat geweld in de jeugdzorg zich zeker niet beperkte tot misbruik. In 2016 besloot het kabinet daarom dat een breder onderzoek nodig was naar geweld tegen kinderen die door de overheid in een jeugdzorginstelling of pleeggezin waren geplaatst. De onderzoekers hebben geprobeerd op drie vragen antwoord te vinden.

Wat was de aard en omvang van het geweld?

In interviews rapporteren oud-cliënten zowel fysiek geweld, zoals schoppen, slaan en vastbinden, seksueel misbruik, maar ook psychologische mishandeling: vernederingen, kinderen die werd verteld dat ze niks waard waren, die als oud vuil zijn behandeld. Al die vormen van geweld kwamen ‘in de hele linie van de jeugdzorg’ voor, zegt De Winter. Wel zien de onderzoekers verschil tussen de periodes. Vanaf 1945 tot eind jaren zestig rapporteren geïnterviewden vooral ‘verticaal’ geweld: groepsleiders, nonnen en broeders die hun pijlen op de kinderen richtten. Vanaf de jaren zeventig zijn er verhoudingsgewijs meer meldingen van geweld tussen kinderen en jongeren onderling.

Het onderzoek is grotendeels gebaseerd op oral history: getuigenissen van mensen die als kind in een instelling zaten en medewerkers uit die tijd. Om daarnaast een idee te krijgen van hoeveel kinderen geweld meemaakten in een instelling, heeft de commissie daarnaast een steekproef laten uitvoeren door onderzoeksbureau Kantar. Van de 763 geënquêteerden – van alle leeftijden – die in hun kinderjaren met jeugdzorg te maken hebben gehad, zegt ongeveer eentiende destijds vaak of zeer vaak fysiek of psychisch geweld te hebben meegemaakt. Hoewel op dit deel van het onderzoek wetenschappelijk gezien wel iets valt af te dingen, zegt De Winter, geeft het wel een idee van de omvang van het probleem. ‘Naar schatting tweehonderdduizend kinderen hebben sinds 1945 te maken gehad met jeugdzorg. Dat betekent dat er in Nederland ongeveer twintigduizend mensen rondlopen die dit met zich meedragen.’

Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Kinderen worden door de staat weggehaald bij hun ouders als die niet goed voor hen zorgen, bijvoorbeeld omdat ze gewelddadig zijn of een drugsverslaving hebben. Hoe kan het dat de overheid die kinderen vervolgens niet beschermt en opnieuw slachtoffer laat worden?

De verklaring daarvoor heeft deels met de tijdgeest te maken, zegt De Winter. In de eerste decennia na de oorlog werden uit huis geplaatste kinderen gezien als ‘onmaatschappelijken’. ‘Het idee was niet dat het kinderen waren die geholpen moesten worden. Kinderen van weggelopen vaders of alcoholistische moeders werden gezien als criminelen in de dop, die een morele heropvoeding nodig hadden via tucht en orde met harde hand.’ Op de plekken waar zij vervolgens terechtkwamen werkten geen hulpverleners die op enigerlei wijze gespecialiseerd waren in de omgang met kinderen. ‘Je moet je voorstellen dat een nonnetje van een jaar of twintig ineens de leiding kreeg over een enorme groep kinderen’, zegt De Winter. ‘De ene non kreeg de leiding over de keuken, de andere werd aan het werk gezet in de tuin en tegen een derde werd gezegd: jij doet de kinderen. Zo iemand voelde natuurlijk een enorme machteloosheid en daar kwam geweld uit voort.’

Hoewel het geweld in de context van zijn tijd moet worden gezien – in de jaren vijftig was een ‘corrigerende tik’ in de opvoeding bijvoorbeeld meer geaccepteerd dan nu – verklaart die context volgens De Winter zeker niet de afranselingen en vernederingen waaraan sommige kinderen blootstonden. ‘Ook toen stond nergens beschreven dat je een kind jarenlang mocht misbruiken of slaan met een riem.’

Het gebrek aan onafhankelijk toezicht was en is volgens de commissie ook een probleem. Instellingen konden in het verleden teveel hun eigen gang gaan. ‘Kinderen werden vaak niet geloofd als ze over mishandeling vertelden en ook nu nog is het een probleem dat er te weinig met kinderen alleen wordt gepraat’, zegt De Winter. ‘Er is een inspectie, maar die voert vooral administratieve controles uit. En die inspectie is onderdeel van de overheid en dus niet onafhankelijk.’ 

Een andere factor die volgens het rapport bijdraagt aan geweld, zijn de soms te grote groepen waarin kinderen worden geplaatst. ‘Je ziet dat vooral wanneer te veel kwetsbare kinderen bij elkaar worden opgevangen, de kans op geweld toeneemt, zowel van leiding naar kinderen als bij jongeren onderling.’ Volgens de commissie speelt dat probleem nu nog steeds, omdat veel jeugdzorginstellingen kampen met personeelstekorten.

De Winter: ‘Ik sprak een tijd terug een jongen in een instelling, die vertelde dat hij soms agressief werd. Groepsleiders kunnen dan op een knop drukken en dan komt er versterking en wordt hij tegen de grond gewerkt. Die jongen begreep best dat dat soms nodig is. Maar, zo zei hij ook: als er in het weekend door gebrek aan personeel stagiairs en invalkrachten aan het werk waren, wordt er veel vaker op dat knopje gedrukt. Daar had hij moeite mee.’

Wat zijn de gevolgen voor mensen die dit hebben meegemaakt?

Uit het onderzoek blijkt dat mensen het meest lijden onder de psychische kant van het geweld. De Winter: ‘Die klap vergeet je. Het zijn de eenzaamheid en vernedering die mensen hebben gevoeld, die de meeste impact hebben op het latere leven. Geïnterviewden vertellen over problemen in relaties, met hun seksualiteit en opvallend veel mensen zeggen dat zij enorm in de knoop raakten met hun verleden op het moment dat zij zelf kinderen gingen opvoeden.’ 

De Winter zegt veel slachtoffers te hebben gesproken die in de psychiatrie terecht zijn gekomen, met bijvoorbeeld psychotische klachten, depressies of persoonlijkheidsproblemen. ‘We hebben veel ongelooflijk beschadigde mensen gezien.’ Het is niet altijd precies te ontwarren wat het aandeel is geweest van het geweld dat zij in de jeugdzorg hebben meegemaakt – de kinderen kwamen immers al uit een moeilijke gezinssituatie. De optelsom van steeds weer onveiligheid ervaren, heeft volgens het onderzoek op veel slachtoffers grote impact gehad. Aan de andere kant  zeggen sommige ondervraagden ook sterker te zijn geworden door alles wat zij hebben meegemaakt.

Een van de aanbevelingen van de commissie aan het kabinet is dat de hulpverlening voor door geweld getraumatiseerde mensen beter moet. ‘Het blijkt dat deze mensen moeilijk de goede hulp vinden’, zegt De Winter. ‘Er zijn enkele gespecialiseerde traumainstellingen, maar daar kom je niet zomaar terecht. Een oplossing kan zijn om praktijkondersteuners bij de huisarts beter te scholen in het omgaan met mensen met trauma’s. Daarnaast is het belangrijk dat er geen financiële drempels worden opgeworpen voor een psychotherapeutische behandeling, want juist mensen die dit hebben meegemaakt zijn financieel vaak tamelijk berooid.’

Lees ook:

Elly Kouwenberg was 2,5 jaar oud toen ze bij binnenkomst in een kindertehuis in Alphen aan den Rijn direct haar eerste in een lange reeks straffen kreeg. Ze is blij met het onderzoek van de commissie-De Winter. ‘Het is een erkenning van wat ons is aangedaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden