Onze gids deze week

'Kinderen in Amerika hadden het alleen maar over televisie'

Gids van dienst Gary Shteyngart, vriend van acteur James Franco en misschien wel de geliefdste schrijver in New Yorks literaire kringen, ontworstelde zich aan zijn benepen Russisch Joodse milieu - en deze kunst hielp daarbij.

Beeld Judith Jockel

Bij elk boek dat Gary Shteyngart (1972) schrijft, vraagt zijn vader: 'Gaat dit boek gunstig uitpakken voor de Joden?' Nog geen één keer kon hij zijn vader geruststellen. Ook zijn in oktober verschenen memoires Kleine mislukkeling schetsen een eerlijk, beklemmend, onbeholpen en bij vlagen hilarisch beeld van zijn familie en de sociale groep waartoe zij behoren: de Russisch-Joodse immigranten in Amerika.

CV

1972 Geboren in Leningrad als Igor Shteyngart

1979 Verhuisd naar de Verenigde Staten

1991 - 1995 Studie Oberlin College

2002 debuutroman The Russian Debutante's Handbook

2006 Absurdistan

2010 Super Sad True Love Story

2010 Door The New Yorker opgenomen in de lijst beste schrijvers'20 under 40'

2014 memoires Little Failure

Toen hij 7 jaar oud was, verhuisde de kleine astmatische Gary, toen nog Igor geheten, met zijn ouders van Leningrad naar New York. Hij sprak de taal niet. Zijn ouders waren te arm om een televisie te kopen. 'De tweede taal sprak ik dus ook niet', zegt hij. 'Kinderen in Amerika hadden het alleen maar over televisie. Ik was, kortom, een buitenbeentje.'

Zijn ouders hadden grote plannen met hem, hij moest advocaat worden of op Wall Street gaan werken. Zolang hij maar veel, heel veel geld zou gaan verdienen. Daarvoor waren ze immers naar de Verenigde Staten geëmigreerd: om nooit meer iets tekort te komen. Nooit meer in de rij te hoeven staan voor water of worst, zoals dat in het communistische Leningrad moest.

Maar Gary stelde zijn ouders teleur: hij werd schrijver. Misloeksjka noemde zijn moeder hem - Kleine mislukkeling. Zelfs nu hij 42 is, vier bejubelde boeken heeft geschreven, talloze literaire prijzen heeft gewonnen en in 28 talen is vertaald, schamen zijn ouders zich een beetje voor hem en zijn werk. Hij moet nog steeds met hen onderhandelen over wat hij wel en niet mag gebruiken in zijn boeken.

'Ze zijn erg politiek en daarom zijn ze boos als Joden in een kwaad daglicht worden gesteld. Dat is volgens mij typisch voor de meeste immigranten. De ouders van bevriende Indiase schrijvers worden ook boos als hun volk op een harde en eerlijke manier wordt geportretteerd. Het maakt niet uit of het allemaal klopt. 'Je moet de blanke mensen goede dingen over ons vertellen', dat is de gedachte.'

Beeld Judith Jockel

Al zijn boeken raken aan het immigrantenbestaan, het schipperen tussen twee werelden: het Russisch-Joodse conservatisme en groepsdenken en de Amerikaanse maakbaarheid en het individualisme. Maar na drie romans en zijn memoires zegt hij klaar te zijn met het onderwerp. 'Ik heb het nu echt helemaal behandeld.'

Shteyngart is tegenwoordig een ster, overal staan de mensen voor hem in de rij. Hij is beste vrienden met acteur, model en schrijver James Franco, die meermaals in Shteyngarts beruchte boektrailers fungeerde. Shteyngart is een geliefd figuur in de literaire kringen van New York, hij staat bekend als de schrijver die de meeste blurbs, de wervende quotes op de kaft, aan zijn collega's geeft. Er is zelfs een blog samengesteld dat zijn blurbs verzamelt. Zelf twitterde hij daarover: 'Gary Shteyngart's blurbs are touching, funny and true. This is a blurber to watch.'

Ten tijde van het interview is hij in de eindfase van zijn Europese tour, een vermoeiend proces waarvan hij op kenmerkend hilarische wijze verslag deed op de website van The New Yorker. Ook nu ziet hij er moe uit, onder zijn dikke uilenbril zijn donkere wallen zichtbaar. Zijn stoppelbaardje, warrige grijze haar en volle lippen geven hem iets knuffelbaars. Hij is blij, zegt hij, om het eindelijk eens niet over zijn eigen werk te hebben.

Beeld Judith Jockel

1.

Boek: Selma Lagerlöf - Nils Holgerssons wonderbare reis (1906)

'Het eerste boek dat ik las, mijn entree in de letteren. Ik heb het nog steeds, met plakband aan elkaar gebonden. De pagina's hebben mijn vette vingerafdrukken erop. Ik heb dat boek echt duizend keer gelezen. Het is van de Zweedse schrijver Selma Lagerlöf - die overigens de Nobelprijs voor de Literatuur heeft gewonnen - en het was ook een bestseller in de Sovjet-Unie. Dat het daar aansloeg was logisch: het gaat over een jongen die stout is geweest en als straf wordt verkleind tot een kabouter. Met dat soort waarschuwingen werden kinderen in die tijd onder de duim gehouden.

'Geïnspireerd door het boek en mijn liefde voor Vladimir Lenin schreef ik op mijn vijfde mijn eerste eigen boek: Lenin en zijn wondergans. Waar wij woonden, stond een enorm standbeeld van Lenin. De latino Lenin noemden wij hem, omdat hij eruitzag alsof hij de rumba ging dansen. In mijn boek ontmoet Lenin een pratende gans uit Georgië en dan vallen ze samen Finland binnen om een socialistische revolutie te ontketenen. Aan het eind komt Lenin, de leider van de bolsjewieken, erachter dat de gans een mensjewiek is en dan eet hij hem op. Mijn oma, die journalist was, wilde graag dat ik schrijver zou worden. Daarom gaf ze me een stukje kaas voor elke pagina die ik schreef. Daarmee is mijn liefde voor vet eten begonnen, denk ik, maar daar komen we later nog op.'

'De pagina's hebben mijn vette vingerafdrukken erop. Ik heb dat boek echt duizend keer gelezen.' Beeld .

2.

Boek: Vladimir Nabokov - Pnin (1957)

'Ik hou van Nabokov. Van hem heb ik geleerd dat elke zin moet zingen. Elke zin moet een gevoel voor stijl hebben. Elk woord doet ertoe. Toch ontberen veel van zijn boeken een bepaalde menselijkheid en tederheid. Ze zijn grappig, maar ze zijn ook koud. Pnin is een uitzondering. In eerste instantie denk je dat de hoofdpersoon Timofey Pnin, een immigrant en professor Russisch aan het fictieve Waindel College in de jaren vijftig, het onderwerp is van spot. Zijn Engels is niet goed, hij maakt veel fouten. Maar halverwege het boek treedt er een verandering op. De lezer leert dat Pnin zijn vrouw heeft verloren in de Holocaust. Het is niet zoals de meeste Holocaustboeken: je wordt er niet mee om je oren geslagen. Het is maar één subtiel hoofdstuk en dan gaat het verhaal verder. Maar je perceptie van Pnin is voorgoed veranderd. Hij wordt een rijker personage, met meer diepte. Hij wordt, kortom, menselijker.

'In Amerika was Rusland de grote vijand toen ik jong was. Het maakte bijna niet uit waar je vandaan kwam, maar als je een Rus was, had je een probleem. Alle films gingen over het rode gevaar van de Sovjets. Het nieuws werd gedomineerd door de Koude Oorlog. En toen kwam ik aan op Oberlin College, een linkse, marxistische school. Een buitenlander was het coolste wat je daar kon zijn. Opeens probeerde ik meer Russisch te zijn: ik ging borsjtsj eten en kozakkenkleding dragen, en voor het eerst serieus over Rusland schrijven.

'Toen ik in 2002 mijn eerste roman publiceerde, The Russian Debutante's Handbook, was er geen enkele Russisch-Amerikaanse stem van mijn generatie in de literatuur - na Nabokov was er een gat. Sinds mijn debuut zijn er wel een stuk of tien opgestaan. Eigenlijk ben ik dus de grootvader van de moderne Russisch-Amerikaanse literatuur. Ik vroeg me af waarom ik de enige was. Er waren wel Indiase, Chinese, Dominicaanse en Koreaanse schrijvers van mijn generatie in de Verenigde Staten. Ik denk dat de Russische Joden zich schaamden voor hun kleine, beklemmende milieu. We hangen niet graag onze vuile was buiten.'

'Van hem heb ik geleerd dat elke zin moet zingen. Elke zin moet een gevoel voor stijl hebben' Beeld Rue des Archives/Hollandse Hoogte

3.

Boek: Philip Roth - Portnoy's klacht (1969)

'Aan Columbia University geef ik een literatuurvak dat de Hysterische Man heet. Ik behandel bijvoorbeeld Saul Bellows Herzog, Nabokovs Bleek vuur, Martin Amis' Geld en Philip Roths Portnoy's klacht - de vertellers zijn allemaal witte, vaak Joodse mannen die gek worden. Het grappige is dat het college vol zit met vrouwen die een relatie hebben met een hysterische Joodse man. Ze doen het vak om hun man beter te begrijpen.

'Portnoy's klacht is altijd het meest geliefde boek. Het is donker en grimmig, maar zo grappig geschreven dat het niet depressief stemt. Het is bijna cabaret, het leest als een opvoering. Het is een monoloog van de hoofdpersoon Alexander Portnoy, die hij afsteekt tegen zijn psychotherapeut. Omdat de relatie tussen therapeut en patiënt zo intiem en eerlijk is, kon Roth ongehinderd schrijven over taboes. Masturbatie, sadomasochisme, het Jodendom, een zeer veeleisende en overweldigende moeder die wil dat haar zoon de sociale ladder beklimt. Daar kan ík dus ook over schrijven, dacht ik toen. Voor het eerst sinds de Holocaust durfde iemand het Jodendom belachelijk te maken.

'De Joodse gemeenschap heeft eeuwenlang onder vuur gelegen. Dat heeft Joden een intrinsieke neiging tot zelfbehoud gegeven. Bij Joden staat de familie boven het individu. Dat is een probleem in een samenleving als de Amerikaanse, waar individualisme de grootste deugd is.

'Bij mijn vrienden, van wie zeker de helft in het buitenland is geboren, zie ik hetzelfde: het belang van de familie gaat boven dat van het individu. De generatie van mijn ouders heeft alles opgegeven om naar Amerika te komen. Ze hebben zoveel geïnvesteerd in hun kinderen. En dan krijg je mij. 'Je wilt schrijver worden, Gary? Wat is er in godsnaam mis met je?''

Over Portnoy's Klacht van Philip Roth:'Donker en grimmig, maar niet deprimerend' Beeld Orjan F. Ellingvag / HH

4.

Boek: Anton Tsjechov - Verzamelde verhalen

'In Rusland hebben veel mensen een speciaal glazen kabinet voor hun belangrijkste boeken. Zo kan er geen stof op vallen. Als je binnenkomt weet je meteen: dit zijn nette, slimme mensen. Tsjechovs Verzamelde verhalen was een van de boeken die bij ons in het kabinet stonden. Ik heb nog steeds onze oorspronkelijke editie. Er zit zo'n typische Sovjet-geur aan het papier. Niet bepaald lekker, maar erg herkenbaar.

'Tsjechov heeft een enorm empathisch vermogen. Hij kan de problemen van anderen heel goed begrijpen. Hij schreef bijvoorbeeld prachtig over een arme schoolmeester in een provinciaals stadje, maar ook over een arts die gek wordt. Kleine mislukkeling is mijn laatste boek met een Russisch-Amerikaanse protagonist. Ik wil over andere mensen schrijven. Super Sad True Love Story wordt deels verteld door een Koreaans-Amerikaanse vrouw. Ik vond het erg fijn om vanuit haar perspectief te schrijven. Van Tsjechov leer ik hoe ik me in een ander kan inleven.'

5.

Eten: porchetta

'Ik woonde een tijdje in Italië toen ik mijn roman Absurdistan schreef. Dat verhaal gaat over een man met overgewicht. Ik wilde zelf ook dik worden om te weten hoe dat voelt. Zo kon ik me beter inleven in mijn hoofdpersoon - een soort method acting. Ik probeerde mezelf vet te mesten en at zo veel mogelijk spaghetti carbonara. Maar het meest genoot ik van porchetta, een rollade van geroosterde varkensbuik. Het wordt bereid met een jong, volledig ontbeend varken dat aan de binnenkant bestrooid wordt met zout, zwarte peper, venkel en knoflook en verder opgevuld met orgaanvlees. Het varken wordt weer dichtgenaaid en op houtvuur aan het spit gebraden. En dat at ik dan op een gigantisch broodje. Voor het ontbijt én de lunch. Ik werd ongelofelijk dik. Ik herinner me dat ik mijn kleren uitdeed en mezelf bekeek in de spiegel. Ik had zulke grote rondingen dat ik bijna hitsig van mezelf werd. Eindelijk wist ik hoe het voelde om dikke borsten te hebben die tegen je buik kletsen. Hoe zwaar het is om een wandeling te maken. Hoe een vetzak ruikt. Naar rottende porchetta.'

Porchetta, een rollade van geroosterde varkensbuik. 'Ik probeerde mezelf vet te mesten en at zoveel mogelijk spaghetti carbonara. Maar het meest genoot ik van porchetta.' Beeld Andrew Scrivani/The New York Times
Beeld Andrew Scrivani/The New York Times

6.

Muziek (1): Talking Heads - Little Creatures (1985)

'Little Creatures is niet het beste Talking Heads-album, maar het betekende veel voor me. We luisterden naar Road to Nowhere, het laatste nummer op de plaat, toen mijn ouders mij naar Oberlin College reden. Ik was ervan overtuigd dat ze uit elkaar zouden gaan. We zaten echt op een road to nowhere. Ik was blij dat ik eindelijk het nest verliet, maar maakte me ook zorgen wat er zonder mij van over zou blijven. Road to Nowhere is een anthem, het zweept je op, terwijl de boodschap juist neerslachtig is. Dat liedje vatte precies hoe ik me voelde toen. Opgewonden en verdrietig.

'De eerste zin is: Well we know where we're going / but we don't know where we've been. Dat gevoel herkende ik meteen. Ik wist dat ik uit Rusland kwam, maar ik had de herinneringen allemaal weggestopt. Ik wilde zo wanhopig een Amerikaan uit de middenklasse worden dat ik mijn afkomst verborgen hield. Er was een uitgestippeld pad voor me bedacht: een rechtendiploma halen en dan advocaat worden. Maar op Oberlin sloeg dat allemaal om. Ik hoefde voor het eerst niet hard te studeren om goede cijfers te halen en was het grootste gedeelte van de tijd stoned en dronken. Op Oberlin kon alles: studenten gaven les aan medestudenten over The Beatles, je mocht zelf bepalen wanneer je naar college ging, er was een groep die opkwam voor de belangen van bijen. Ik schaamde me dat ik werkte als conciërge bij de kerncentrale van mijn vader, maar op Oberlin was er een jongen die elke dag een conciërgepak aanhad met zijn naam erop, Bob. 'Wat zielig voor Bob', zei ik tegen iemand. 'Hij heet John, niet Bob', zei hij. 'Hij draagt dat pak ironisch.' Dat was een openbaring voor me. Jongeren die zich wilden kleden als de arbeidersklasse, terwijl ik me juist beter probeerde voor te doen.'

Talking Heads met little Creatures. 'het zweept je op, terwijl de boodschap juist neerslachtig is. Opgewonden en verdrietig.' Beeld Lynn Goldsmith/Corbis

7.

Muziek (2): Ice Cube - Death Certificate (1991)

'Op Oberlin College zaten blanke kinderen die rondreden in Saabs en naar Ice Cube luisterden. De teksten bestonden vooral uit stoer doen en opscheppen over het leven in Compton, een arme wijk in Los Angeles. De ironie ontging ons niet. We zaten op een college waar je zo'n 50 duizend dollar betaalt per semester en we luisterden naar Ice Cube die over het getto rapte. We deden alsof we enorme gangsters waren. Ik rapte mee met de teksten: I want to kill the devil for talking shit / cause he can't get a taste of the chocolate.

'We hadden een gigantische waterpijp van twee meter, je had twee mensen nodig om dat ding aan te steken. Ik blowde en dronk zo veel, omdat ik mijn angst en ongemakkelijkheid wilde overwinnen. Maar andere studenten met een meer liberale achtergrond werden high uit principe, omdat het kon. Een vriend van me ging blowen en dan masturberen. Later had hij anale seks, gewoon omdat hij het wilde proberen. 'Hoe was het?', vroeg ik. 'Alsof je een drol in je reet hebt', zei hij. Hij kende geen gêne. Voor mij als immigrant was het bevrijdend om te zien wat er zes generaties verder kan gebeuren: dat je los staat van religie en afkomst en met niemand rekening hoeft te houden.

'Ik luister trouwens nog steeds naar Ice Cube in mijn auto. Alleen heb ik mijn Saab ingeruild voor een Volvo.'

Ice Cube met Death Certificate. 'We deden alsof we enorme gangsters waren. Ik rapte mee met de teksten.' Beeld Kai Regan/Corbis
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden