Kind zonder toekomst

Binnen zes jaar maakte de zwakbegaafde Germy een tocht langs ruim vijftien opvangplekken. Ze heeft geen strafblad, maar zit nu wel in de jeugdgevangenis - het ernstig gedragsgestoorde meisje kan nergens anders terecht....

door Ellen de Visser

De wereld draait en Germy staat stil. Een meisje van 17 met het verstand van een kind, dat allang niet meer te bereiken is. 'Wat er nog in haar zat, is helemaal kapot gemaakt', zegt haar moeder Gerda Schrijver. 'Toen ze 11 jaar oud was, wist ik: ze wordt crimineel of heel erg ziek. Het laatste is gebeurd.'

In zes jaar tijd maakte het zwakbegaafde meisje een tocht langs meer dan vijftien opvangplekken: pleeggezinnen, tehuizen, opvangcentra, jeugdinrichtingen. Ze was er nooit voor lang. 'Wat moeten we aan met dit kind?' vroeg de kinderrechter zich vorig jaar wanhopig af, toen Germy zich door twee potige bewaarders niet in bedwang liet houden en voor haar op de grond ging liggen.

Er bleef maar een optie over: De Hartelborgt, de zwaarst beveiligde jeugdgevangenis van Nederland. Sinds vijf maanden zit Germy er in een cel. Ze is niet crimineel, alleen ernstig gedragsgestoord. Maar ze wordt gelucht in een kooi en bezoek mag alleen onder toezicht. Op zaterdagmorgen en dinsdagavond mag ze tien minuten bellen. 'Zulke zware maatregelen voor zo'n ziek meisje, het is werkelijk stuitend', zegt haar moeder. 'Ik mag nog geen koekje mee naar binnen nemen.'

Ze krijgt al een tijdlang medicijnen. In het ouderlijk huis in Raalte hangen foto's van hoe ze was: vrolijk, breeduit lachend. Haar meest recente portret ligt op de keukentafel onder een stapel papieren: een verdwaasde blik, donkere kringen onder haar ogen. 'De laatste jaren hebben haar geen goed gedaan', zegt haar moeder cynisch.

Volgende week loopt de machtiging voor opname af. Een instelling waar ze op haar plek is, is nog niet gevonden. In mei wordt ze 18, dan moet ze ook uit De Hartelborgt weg. De voogd die Germy begeleidt, doet zijn best maar weet ook geen oplossing meer. Haar moeder voelt zich door het jarenlange geleur 'doodmoe en murw gekletst'. 'Ik ben door hulpverleners en instellingen zo vaak niet voor vol aangezien. Maar ik kan met opgeheven hoofd zeggen dat ik als moeder meer dan mijn best heb gedaan.'

Ze zegt: 'Als je haar hebt gekend, ze was een huppelend meisje. En wat heb ik over? Een kind zonder toekomst. Ik moet met haar verder, maar ik zou niet weten hoe.'

Twee jaar na haar geboorte meldde haar moeder zich al bij de Riagg. Ze kreeg geen contact met Germy, het kind bleef bloempotten van de vensterbank trekken. Straffen had geen enkele zin. 'Ik kon boos worden, heel erg boos worden, haar naar boven sturen. Maar ze kwam gewoon weer naar beneden, ze snapte niet wat er om haar heen gebeurde. Voordat ik daar achter kwam, was ik alleen wel een paar jaar verder.'

De scheiding van Germy's ouders werd het begin van de lijdensweg. Haar moeder, zelf slachtoffer van een beschadigde jeugd, kon de problemen niet aan en vroeg bij de Raad voor de Kinderbescherming een vrijwillige ondertoezichtstelling (ots) aan voor Germy.

De eerste professionele voogd meldde zich in de zomer van 1995. Er zouden er velen volgen. Ze waren vaak jong en onervaren zegt Schrijver, kwamen net van de opleiding en waren alleen maar theoretisch geschoold. 'Niemand kent mijn dochter beter dan ik. Ik had het gevoel dat er niet naar mij werd geluisterd.'

Ze vroeg of Germy tijdelijk uit huis kon worden geplaatst. Toen begon de zoektocht. Eerst een pleeggezin, toen een kindertehuis, een crisisopvangcentrum, weer pleegouders, een ander tehuis. Haar gedragsproblemen werden ernstiger, ze kreeg zelfmoordneigingen. De vrijwillige ots werd al snel omgezet in gedwongen toezicht. Het gezin verkeerde 'in de gevarenzone'.

Toen ze op een avond op de Amsterdamse Koninginneweg bij alweer een nieuw stel pleegouders uit het raam dreigde te springen, werd ze zes weken gedwongen opgenomen. In jeugdgevangenis Het Poortje in Groningen. 'Ze kwam er binnen met haar baby born plaspop en een speen', zegt haar moeder, 'en ze werd zo tussen de criminele kinderen gezet. Ze vertelde me dat ze haar onderbroek naar beneden moest doen als ik was geweest. Dan werd gecontroleerd of ze geen drugs had gekregen.'

Toen de weken maanden werden en een oplossing niet in zicht kwam, besloot haar moeder haar daar weg te halen. Op een middag dat ze twee uur met haar de stad in mocht, reed ze naar Limburg, waar ze een pleegmoeder wist die zich op een boerderij ontfermde over kinderen die nergens terecht konden. Driekwart jaar hield Germy het er vol, toen bracht de pleegmoeder het 15-jarige meisje naar een psychiatrisch ziekenhuis in Venlo. Daar zagen ze na twee weken geen reden haar te houden.

Na een periode thuis en een klein jaar bij haar vader, kon ze in september 2000 terecht in de justitiële jeugdinrichting Rentray in Eefde. Na een half jaar verslechterde haar gedrag. Ze zat met grote regelmaat in de isoleercel. Een flinke dosis medicijnen moest haar agressie beteugelen, maar Germy werd er alleen maar schrikachtig en verwilderd van. Weer moest ze weg.

'Weet u een beter alternatief?', vroeg de rechter aan Gerda Schrijver toen ze 'een gesloten plaatsing' voorstelde. Opsluiting. 'In het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige.' Germy begreep wat dat inhield; haar moeder moest in de rechtszaal naast haar op de grond gaan liggen om haar te kalmeren.

Het was vier uur 's middags, het meisje had vanaf 's morgens vroeg beneden in het cellenblok gezeten, een pakje brood van de instelling mee. Ze was getransporteerd in het 'boevenbusje' van de parketpolitie dat eerst bij allerlei instellingen jeugddelinquenten had opgehaald die naar de rechter moesten. Ze was volkomen doorgedraaid.

Prikkeldraad, camera's en hoge hekken moesten haar in toom houden. Haar moeder mocht niet mee om haar weg te brengen. Ze reed zelf naar strafinrichting De Lindenhorst in Zeist om haar op te wachten. Toen Germy aankwam, weer in dat busje, liep ze mank. Ze droeg handboeien, ze had blauwe plekken. De bewaarders, zegt haar moeder, hadden geen idee met wat voor kind ze van doen hadden.

Drie maanden zat ze er, waarin ze meer tijd in de isoleercel doorbracht dan op haar kamer. Tussendoor verbleef ze drie dagen in Bos en Heide, een onderdeel van Groot-Emaus, een orthopedagogische instelling voor zwakbegaafden waarvoor ze al op haar 11de was aangemeld. Toen was ze er nog te goed voor; vijf jaar later viel ze er een groepsleider aan.

Omdat ze iets niet begreep, zegt haar moeder. Vanuit de gevangenis zo naar begeleid kamerwonen bleek te hoog gegrepen. 'Ze is niet agressief, ze heeft mij nog nooit aangevallen. Ze is zo geworden omdat ze van plek naar plek wordt gesleept en nergens wordt behandeld.'

De Hartelborgt werd het eindstation. Germy praat al in gevangenistermen, zegt haar moeder. 'Ze heeft het over spullen invoeren en uitvoeren.'

De William Schrikker Stichting, de voogdij-instelling die drieduizend zieke en gehandicapte kinderen begeleidt, moet jaarlijks noodgedwongen 75 jongeren zonder strafblad in een jeugdgevangenis plaatsen. Bijna altijd hebben ze een verstandelijke handicap en psychische problemen. 'Er zijn maar zeer weinig instellingen die daarmee uit de voeten kunnen', aldus woordvoerster S. Groenbos. 'Het is voor ons elke keer een waanzinnige zoektocht om voor hen een plaats te vinden.'

De kinderen zijn gevaarlijk voor zichzelf of hun omgeving, kunnen niet in een groep functioneren en worden daarom in arren moede maar opgesloten. 'In de gevangenis zijn ze veilig', zegt Groenbos, 'maar ook niet meer dan dat. Ze krijgen er niet de juiste behandeling om zich verder te ontwikkelen.' Germy is niet eens zo zwaar gehandicapt, ze zou best een schoolopleiding kunnen doen, zegt Groenbos. Maar daarvan komt niets terecht.

Th. Doreleijers, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie aan de Amsterdamse VU, spreekt van een noodmaatregel: 'De gevangenis is absoluut niet de goede plek.' Als we nou honderd van dat soort kinderen hadden, zegt hij, dan was er een voorziening voor. Maar het probleem is dat ze allemaal net weer even anders zijn: ze verschillen in leeftijd, in gradatie van zwakzinnigheid, in de ernst van hun psychische stoornis.

'We zouden voor de 8- tot 12-jarigen groepen moeten hebben met drie verschillende IQ's en ook voor de 12- tot 15-jarigen en de 15- tot 18-jarigen. En dan ook nog voor jongens en meisjes apart. Maar afdelingen met drie kinderen zijn onbetaalbaar. Schrijnend maar waar.' Voor delinquente kinderen is wél geld om ze op te vangen en te behandelen, zegt Groenbos. Voor kinderen die onder toezicht staan en alleen maar problemen met zichzelf hebben, niet.

Gerda Schrijver zoekt door. Naar een instelling met dagbesteding waar haar dochter op het terrein een woning kan krijgen. Als het kan met een piepklein tuintje. Germy moet 'een gevoelloos leven' leiden, zegt ze. In een prikkelarme omgeving, met zeer veel begeleiding. Bij het zorgkantoor in de regio heeft ze een persoonsvolgend budget (pvb) gekregen. Daarmee kan ze vier uur per dag hulp voor Germy inkopen. Als ze die kan vinden.

Met kerst heeft ze een oproep op internet geplaatst, gevraagd of mensen haar in de gevangenis een kaart wilden sturen. 'Ze kreeg er zeventig en daar was ze zo blij mee.' Zelf gaat ze sinds kort niet meer op bezoek. 'Ik werd gefouilleerd, ik moest cadeautjes beneden bij de bewaking afgeven en dan liep ik achter zo'n bewaarder aan door oneindig lange kale gangen. Ik heb er enorme ruzie over gemaakt maar het mocht niet anders. Ik kan het niet meer aan om haar daar zo te zien.'

Vorige week dinsdag heeft Germy een zelfmoordpoging gedaan. Ze heeft de tv in haar cel kapot gegooid en zich met het glas gesneden. Een verlenging van de rechterlijke machtiging zou haar tot waanzin drijven, zegt haar moeder. En slechts tot 21 mei soelaas bieden. Dan wordt Germy meerderjarig.

Daarom heeft ze in overleg met de voogdij-instelling besloten haar dochter vanaf volgende week maar weer in huis te nemen. Het zorgkantoor heeft dinsdag besloten om voor de duur van drie maanden het persoonsvolgend budget om te zetten in een persoonsgebonden budget. Zodat ze hulpverleners kan betalen die haar thuis kunnen komen helpen. Ze heeft nog vier werkdagen om die te vinden.

Soms is ze bang, zegt ze, dat Germy 'een tijdbom' aan het worden is. 'Ze kan zich alleen niet meer staande houden. Hoe lang gaat dit nog goed?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden