Kind & Wens (3)

Al heel snel in de verhouding, toen wij nog moeite moesten doen om elkaars verleden te onthouden en de namen van de respectievelijke broers, vrienden en ex-en volmaakt inwisselbaar leken, kwam het gesprek op eventuele kinderen....

STEPHAN SANDERS

Het was niet mijn idee, het was de wens van geliefde.

Meestal deden de minnaars alsof ze mij niet begrepen, of ze keken me misprijzend aan en zeiden streng dat ze geen kinderen wilden, en dat, mocht het toch gebeuren, hooguit een dochter in aanmerking zou komen. Maar heel soms was er iemand die de discussie aanging en riep: 'Nee, nee, hij zal Wietske heten', en dan konden we daar nog lang over bakkeleien, om er pas bij het afscheid achter te komen dat we elkáárs namen niet eens kenden.

Dat soort jongens hadden wat mij betreft een streepje voor.

Ik kon dus bogen op enige ervaring, maar was niet voorbereid op het peinzende gezicht dat geliefde trok.

'Zou jij. . .?' vroeg hij aarzelend aan mij.

'Wel drie. Of zes. Allemaal geadopteerd natuurlijk, dat spreekt. En in de zomer huren we een huis in Riga, want daar hebben ze het mooiste duinzand van de wereld, en ik spijker dan een houten plaat op de deur met daarop: PEMASI, want dat zijn de eerste letters van de namen van die kinderen.'

Ook toen al wist geliefde mijn meer gratuite fantasieën te ontzenuwen door ze domweg te negeren.

'Ik wel', zei hij met een ernst waar ik van schrok. En voor adoptie stond hij in principe open.

Het leek mij op dat moment raadzaam wat andere onderwerpen aan te roeren, en een paar maanden lang werd onze conversatie door geen kind meer lamgelegd, maar ik was ervan doordrongen dat ik grappend en wel op een authentieke kinderwens was gestoten. In gedachten zag ik mij al een baby verschonen; onveranderlijk speelde dat tafereel zich af op een camping. Ik trachtte wanhopig mijn evenwicht te bewaren op zo'n wankel, uitklapbaar vissersstoeltje van de HEMA. Constant trokken er mensen langs de tent met wc-rollen in de hand, die je stuk voor stuk moest groeten. Baby huilde. Mensen herinnerden je nog eens aan de barbecue of het volleybaltoernooi, waaraan je kennelijk je medewerking had toegezegd. 'Wij doen de witte wijn', riepen ze.

Denkend aan een eigen kind, zag ik hoe de poorten van de burgerlijke hel zich langzaam openden.

Tegelijkertijd probeerde ik mijzelf te kalmeren met de gedachte dat geliefde en ik weinig kans liepen elkaar per abuis te bezwangeren. Loslopende mannen zijn potentieel gevaarlijk, maar samen vormen zij een waterdichte anti-conceptie.

Maar geliefde had een vluchtroute gevonden. Een goede vriendin van hem koesterde net als hij een kinderwens; ook zij had zich toegelegd op een verhouding die naar het zich liet aanzien kinderloos zou blijven, want in lesbische kringen is er aan vruchtbaarheid geen gebrek, maar mist men node de planter. Deze rol nu zou geliefde voor zijn rekening nemen, zodat het kind een vader en twee moeders zou krijgen. Beide partijen kozen, mede met het oog op de diverse partners, niet voor de genitale maar voor de kunstmatige overdracht. Zelf viel mij in dit scenario een bescheiden aandeel toe, dat er voornamelijk uit bestond dat ik dingen niet moest doen: de kwaliteit van het zaad, kregen wij te horen, zou met sprongen vooruitgaan als geliefde zich een aantal dagen per maand geheel zou onthouden - dus ook van mij.

Ik mopperde in die tijd natuurlijk flink, maar moet er in mijn hart van overtuigd zijn geweest dat het hele project sowieso gedoemd was te mislukken. Meer mannen hebben dat, merkte ik bij navraag: de koppeling tussen moederschip en spacelab ergens in de ruimte, kunnen ze zich met alle gemak voorstellen, maar zodra zo'n ingewikkelde manoeuvre in iemands buik moet plaatsvinden, lijkt de wet op de waarschijnlijkheid dat te zullen verhinderen.

Inmiddels ben ik erachter dat die wet, die toch zo plausibel klinkt, niet bestaat.

Dan was er nog de alternatieve leefvorm die me aangriezelde; zo'n kind dat het ongevraagd met twee mamma's, een pappa en ook nog met de vriend van pappa moest zien te stellen - deed dat niet denken aan het geharrewar en gedoe dat begin jaren '70 in communes hoogtij vierde?

'Ze wisten precies hoe ze China op orde moesten brengen', sneerde ik tegen geliefde 'en ook de situatie op Cuba leverde geen problemen op, maar in hun persoonlijke leven heerste de pre-feodale puinhoop van voor de Kruistochten.'

Geliefde was niet onder de indruk en merkte op dat hij over China nooit een uitgesproken mening had geformuleerd, maar wel over kinderen. Ik maakte dan het geluid dat in strips met 'blurp, blurp' wordt weergegeven.

Bovendien was er iets dat me begon te ontroeren, tegen mijn eigen heilige voornemen in. De aanstaande vader verrichtte echt arbeid, hij getroostte zich moeite om zijn wens in vervulling te laten gaan.

Ik heb de mannelijke inbreng tijdens zo'n bevruchting nooit opzienbarend gevonden, dat gemakzuchtige, blinde schieten in een kermistent, waarna de baby dan wordt opgeëist als pappa's jachttrofee. Maar hier was het anders: geliefde trok zich discreet in de slaapkamer terug, kwam na een minuut of drie weer naar buiten, met een verhit gelaat en een potje in zijn hand. Dit potje nu bond hij vervolgens met een bekabelde wintersjaal om zijn buik, zodat de inhoud op temperatuur zou blijven; dan trok hij zijn joggingschoenen aan, en begaf zich in gestrekte draf naar het huis van de a.s. moeder.

De laatste keer dat hij zijn plicht deed, waren z'n zolen zichtbaar versleten.

Het is dit onbeduidende detail dat me enigszins heeft verzoend met zijn kinderwens. Want wat vreesde ik? a. Dat er voor mij naast de baby geen plaats overbleef (het gewone, en - houd ik vol - begrijpelijke egoïsme van mannen) en b. dat er zich biologische banden zouden vormen, die met al even genetische verwantschapsgevoelens gepaard zouden gaan, zodat ik mij moest terugtrekken, aangezien ik noch op het ene noch op het andere terrein uit ervaring kan spreken (het gewone ongemak van geadopteerden met zogenaamd 'eigen vlees en bloed').

Maar die schoenzool betekende de ommekeer: hier deden mensen extra hun best om te bemachtigen wat anderen zo maar in de schoot geworpen kregen. Het zou een kind worden uit verdienste, geen vanzelfsprekendheid, geen erfstuk. Het leek warempel wel een echte adoptie.

De baby is inmiddels met vereende krachten tot stand gebracht - ik zeg het even zo, omdat aan de hele bevruchtingsprocedure geen dokter of academisch ziekenhuis te pas is gekomen. Dat bevredigt me; het doet me denken aan illegale telefoonlijnen die, buiten medeweten van de PTT, worden aangelegd en nog werken ook. Als je de bevoegde instanties en de monopolie-houders kunt ontduiken, vind ik, moet je dat niet laten.

Zo meteen zal ik het kind voor de tweede keer zien. Een meisje. Het griezelige is nu dat ik er misschien wel van ga houden, zonder dat ik er ooit naar heb verlangd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden