Kind en badwater

Het is een mooie samenloop van omstandigheden. De coalitie zoekt naar een nieuwe agenda en komt uit op een mogelijke belastinghervorming. Net op het moment dat Thomas Piketty met zijn bestseller de Verelendung op 21ste-eeuwse wijze op de kaart zet: de rijken zullen rijker worden en de armen armer. En de enige manier om er iets aan te doen, is door vermogen zwaarder te belasten.

De vorige belastingherziening dateert uit 2001. Ik was begin 2000 als staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend opgevolgd en mocht de plannen die hij met Gerrit Zalm in elkaar had gezet, verder door het parlement loodsen. Nu, 13 jaar later, is er veel veranderd aan ons belastingsysteem, bijvoorbeeld rond de hypotheekrenteaftrek, maar de wet uit 2001 is nog steeds de basis.

Eén van de kritieken op de Wet IB2001 was dat er eigenlijk nauwelijks politieke discussie over was geweest. Gekscherend werd wel gezegd dat Willem Vermeend in de nadagen van Paars 1 te weinig te doen had en toen maar uit verveling een nieuwe belastingwet was gaan schrijven. Feit is in ieder geval dat geen partij, ook de partij van Vermeend niet, zo'n majeure wijziging van het belastingstelsel in het verkiezingsprogramma had staan. Maar aan het eind van de kabinetsformatie stond het wel in het regeerakkoord.

Nu had Willem meestal een onfeilbaar politiek inschattingsvermogen, dus wellicht dat dit allemaal met voorbedachten rade zo ging: een verkiezingscampagne over belastingherziening zou al snel zo geïdeologiseerd raken dat je consensus over zo'n hervorming wel zou kunnen vergeten. En dus deed hij het stilletjes. En succesvol. Dat Zijlstra en Samsom nu al bakkeleien over de belastingen betekent wellicht dat Vermeend gelijk had; en dat die nieuwe belastinghervorming er dus niet gaat komen.

Daar komt nog bij dat de belastingherziening destijds gepaard ging met miljarden lastenverlichting, 'smeergeld'. Dat heb je nodig omdat een wijziging van belastingen al snel leidt tot enorme herverdelingseffecten: veel mensen gaan er (fors) op vooruit of achteruit. Die plussen en minnen zijn nooit helemaal tegen elkaar weg te strepen en dus is er geld nodig om de grootste minnen te compenseren. Alleen is dat geld er voorlopig niet. Nog een reden waarom ik niet denk dat die volgende grote belastingherziening er snel zal komen.

Neemt natuurlijk niet weg dat er best wat te verbeteren valt aan ons belastingstelsel. Met name de manier waarop vermogen wordt belast, staat daarbij aan veel kritiek bloot. Alle argumenten die in 2001 al werden gebruikt waarom deze box-3-heffing of 'forfaitaire vermogensrendementsheffing' niet zou deugen, passeren de revue. De heffing gaat niet uit van reële winsten op vermogen maar van een fictief forfaitair rendement (4 procent). De heffing maakt geen onderscheid tussen spaarcentjes en aandelen. De heffing (30 procent) maakt geen onderscheid tussen hoge en lage vermogens. Kortom, het is niet eerlijk.

Natuurlijk kan er een progressief tarief geïntroduceerd worden zodat hogere vermogens hoger worden belast dan lagere inkomens. Overigens luistert dat nauw qua politiek draagvlak. Toen ik in 2000 mijn ronde door het land maakte, kreeg ik van mijn achterban meer kritiek op het feit dat een verondersteld rendement van 4 procent te hoog was voor de kleine spaarder dan dat het te laag zou zijn voor de belegger. Het kader maakte vooral stampij over het laatste, de kiezer was vooral bezorgd over het eerste.

Mijn belangrijkste advies is evenwel: gooi het kind niet met het badwater weg. Een progressief tarief kan, maar verder zou ik het systeem vooral niet veranderen. Streven naar (meer) rechtvaardigheid leidt vaak tot complexiteit. En complexiteit betekent bij belastingen vooral goud geld voor vindingrijke belastingadviseurs, ingenieuze constructies en per saldo rijkeren die daarvan profiteren. Hoezo eerlijker?

Door geen onderscheid te maken tussen soorten vermogen loont het niet om met het oog op belastingontwijking allerlei hybride vermogensvormen te ontwikkelen. Door het rendement niet jaarlijks feitelijk vast te hoeven stellen, maar een fictief percentage te hanteren (gebaseerd op een langjarig historisch gemiddelde) ontnemen we adviseurs en vermogenden veel manieren om van die vaststellingsmethodiek een ingewikkeld juridisch gedrocht te maken; louter om zo min mogelijk belasting te hoeven betalen. Het fictieve rendement betekent ook dat we in economisch mindere tijden (zoals de afgelopen jaren) vrolijk belasting op vermogen bleven heffen, ook al waren de feitelijke rendementen vaak negatief. Piketty zou het verzonnen kunnen hebben!

Wouter Bos is econoom en politicoloog.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden