Kind aan huis op Noordeinde

Het is een bloeiend genre, maar wat is een goed boek over het koningshuis? Remco Meijer onderscheidt vijf manieren om een Oranjeboek te schrijven.

Een particuliere familie in het hart van het staatsbestel, maar door de ministeriële verantwoordelijkheid monddood gemaakt achter de hekken van het paleis - dat wekt nieuwsgierigheid. Hoe kom je aan informatie voor een boek over de Oranjes?


Manier 1: Het boek met onderzoek

De droom van iedere auteur die een boek schrijft over het Koninklijk Huis is medewerking. Dat levert de beste boeken op. Maar medewerking wordt zelden verleend, omdat ze de ministeriële verantwoordelijkheid activeert. De minister-president, aanspreekbaar op de daden van het koningshuis, moet toestemming geven.


Historicus Cees Fasseur kreeg uitzonderlijk royale medewerking bij het schrijven van zijn tweedelige biografie over Wilhelmina (1998 en 2001) en bij het boek over het huwelijk van koningin Juliana en prins Bernhard (2008), waarin hij de affaire uit de jaren vijftig rond gebedsgenezeres Greet Hofmans reconstrueerde. Hij sprak met koningin Beatrix en kreeg toegang tot het Koninklijk Huisarchief. Dit, gecombineerd met zijn soepele stijl, leverde drie topboeken op.


Een andere historicus, de onlangs overleden Lambert Giebels, kreeg zulke voorrechten niet. Hij procedeerde erover tot aan de Raad van State, maar omdat het archief van de Oranjes als particulier geldt, verloor hij de rechtszaak. Wat hem er niet van weerhield in 2007 een goed leesbaar boek over de Hofmanskwestie te schrijven.


Veel andere voorbeelden van medewerking zijn er niet, of het moeten de postuum gepubliceerde interviews met prins Bernhard zijn die Pieter Broertjes en Jan Tromp in de Volkskrant en in boekvorm publiceerden (De prins spreekt, 2004). Dat kon alleen door de, vanuit het bestel bezien, illegale medewerking van de prins - buiten de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) en zijn eigen familie om.


Zelf heb ik twee keer met een tussenvorm gewerkt. Voor een boek over de entourage van koningin Beatrix (Aan het hof, 1999) kon ik achtergrondgesprekken voeren met leden van de hofhouding, op voorwaarde dat ik de informatie voor eigen rekening opschreef. Dat was een afspraak met de RVD, die daarin niet autonoom opereert. Er was dus impliciete toestemming voor het boek, zonder dat de ministeriële verantwoordelijkheid werd geraakt.


Voor de biografie van prins Willem-Alexander die ik vorig jaar met Jan Hoedeman schreef, Willem IV, gold de afspraak dat gesprekspartners die wij benaderden van de RVD te horen kregen dat er geen bezwaar was met ons te spreken. Dat was nodig, omdat wij een boek wilden maken met uitsluitend on the record-informatie. Voor publicatie lieten we het manuscript aan de staf van de prins lezen. Dat leverde enkele suggesties op. Geautoriseerd werd het niet, want dan had toenmalig premier Balkenende mee moeten lezen - dat zou een te ingewikkeld traject zijn geworden.


Wie geen medewerking krijgt, kan een originele vorm bedenken. Dat doet historica Dorine Hermans in het zojuist verschenen Wie ben ik dat ik dit doen mag? Daarin kijkt zij door de ogen van tijdgenoten naar de zes koninklijke inhuldigingen van de afgelopen twee eeuwen. Dit procedé leidt tot een levendig boek en mag een verantwoorde popularisering van de geschiedenis worden genoemd.


Eerder paste Hermans, met Daniela Hooghiemstra, deze methode toe op Willem I, II en III, overigens wél met toegang tot het Koninklijk Huisarchief. De archiefbeheerder, de directeur die lid is van de hofhouding van de koningin, is bij alles wat honderd jaar of ouder is minder stringent dan bij recenter bronnenmateriaal, vanwege de privacy van nog levende personen.


Hermans en Hooghiemstra stelden de vraag: Hoe zagen 19de-eeuwers hun koningen? Het resulteerde in de bestseller Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren (2007). Koningin Beatrix vond dat het boek geen juist beeld van haar voorvaderen gaf, liet zij via de RVD weten, en werd weer wat strenger in de toelating tot het archief. De gerespecteerde sociologe Jolande Withuis, die op dit moment aan een boek over Juliana werkt, mag er bijvoorbeeld niet in. Jammer, maar reclameren - zie Giebels - helpt niet.


Manier 2: Het boek met meningen

De Oranjeboekenberg heeft de vorm van een piramide. Het onderzoeksboek is de top, die gedragen wordt door een heel scala aan boeken daaronder. Na het onderzoeksboek zijn boeken met opstellen over de monarchie, het koningshuis of de wisselwerking met de parlementaire democratie het interessantst. Ze zijn er in soorten en maten. De Groningse historicus C.A. Tamse stelde mooie, zorgvuldige bundels samen over koningin Emma (1990) en koningin Beatrix (De stijl van Beatrix, 2005).


Meningen kunnen ook via interviews gegeven worden. De journalist Jan van Klinken laat specifiek protestanten aan het woord in een boek dat niet voor niets Onze vorstin heet: bij de gereformeerde gezindte is de liefde voor het koningshuis van oudsher groot. Een beetje weemakend is het wel.


Manier 3: Het boek der recycling

Natuurlijk geven leden van het Koninklijk Huis soms wél interviews. Koningin Beatrix is er niet scheutig mee: vier tv-vraaggesprekken in ruim dertig jaar. Maar ze doet ook wel eens uitspraken tijdens staatsbezoeken of op recepties ('de leugen regeert', over de pers). Prins Willem-Alexander heeft vanaf het moment dat hij in het openbare leven trad een paar lange en veel korte interviews gedaan. Over water, sport en andere interessegebieden.


Als je al dat materiaal bij elkaar legt, zijn er onderhoudende en informatieve bloemlezingen van te maken. Van voornoemde Hermans en Hooghiemstra verscheen vorige week Ik mag ook nooit iets, met louter uitspraken van Willem-Alexander ('Lang leve de magnetron', zeiden de prins en zijn echtgenote in een interview dat Job Cohen hen afnam voor Margriet.)


Van Klinken doet iets dergelijks in een tweede boek van zijn hand, Openhartig, met citaten van koningin Beatrix door de jaren heen. Hij brengt er een soort verhalende rode draad in aan.


Een variant is een ABC of het lijstjesboek, waarin niet wordt gepoogd een narratieve lijn in het geheel te brengen. Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier, doet het met een strakke bundel -Alles wat u moeten weten over ons koningshuis- waarin bestaand materiaal, met bronvermelding, op amusante wijze wordt gerangschikt.


Recycling in luxevorm, maar zonder enige bronvermelding, is de net verschenen Canon van ons Koninklijk Huis van Gerben Hellinga. In 'vijftig vensters' beschrijft hij de geschiedenis van de Oranjes.


Manier 4: Het boek ter verstrooiing

Dit is de bodem van de boekenberg. Plaatjesboeken, gelegenheidsuitgaven - van alles is mogelijk in deze categorie. Ook gossip.


'Kort voor zijn overlijden belde hij me nog eens om me de waarheid - zijn waarheid - te vertellen.' Als de eerste pagina van een boek over een lid van het Koninklijk Huis zo'n zin bevat, is de toon gezet. Marc van der Linden, hoofdredacteur van Weekend, schreef De vrouwen van prins Bernhard, een bont palet van ditjes en datjes over het liefdesleven van de prins-gemaal. Met als klap op de vuurpijl een derde buitenechtelijke dochter voor prins Bernhard. Onbevestigd, dat wel.


Manier 5: Het boek met verzinsels

De eerste vier manieren om een Oranjeboek te schrijven, betroffen non-fictie, boeken die een al dan niet serieuze poging doen de waarheid te achterhalen.


Maar er zijn ook veel geconstrueerde waarheden over het Koninklijk Huis, waarbij met fictionele middelen ('faction') wordt geprobeerd de werkelijkheid te benaderen. Het is een dubieus genre. In een open brief in de Volkskrant ageerde prins Bernhard er in 2004 fel tegen.


Mariëtte Nollen kroop dit voorjaar met Ik, Beatrix in het hoofd van de koningin. Er zijn stripboeken over prins Bernhard. Tomas Ross schreef thrillers als Omwille van de troon (2002) en Het meisje uit Buenos Aires (2009).


Verbeelding in tv-series volgt hieruit: Ross schreef de scenario's voor Wij, Alexander (1998) en het veelgeprezen Bernhard, schavuit van Oranje (2010). Een andere auteur in dit genre is Ger Beukenkamp, verantwoordelijk voor een aantal tv-series en het scenario van de bioscoopfilm Majesteit (2010). Het spelen met kwaadsappige karaktertrekken van de hoofdrolspelers is een van de attracties, omdat het een ongemakkelijk gevoel geeft bij de kijker. 'Het zijn net gewone mensen', hoor je dan.


Summum in het genre is een buitenlands voorbeeld: de speelfilm The Queen, over de dood van prinses Diana. In Nederland was er de EO-serie over Juliana. Het scenario van Geert van Dormaal werd dan weer in een bewerking als 'historische roman' gepubliceerd.


In deze categorie geldt het motto: 'Zonder fictie geen feit'. Betwistbaar, maar ontegenzeggelijk prikkelend.


Gerben Hellinga: Geschiedenis van Oranje - De canon van ons Koninklijk Huis.

Walburg Pers; 208 pagina's; € 29,90.


ISBN 978 90 5730 737 9.


Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra: Ik mag ook nooit iets - Willem-Alexander in zijn eigen woorden.

Meulenhoff; 224 pagina's; € 10,-.


ISBN 978 90 2908 768 1.


Dorine Hermans: Wie ben ik dat ik dit doen mag? - Zes koninklijke in- huldigingen.

Meulenhoff; 312 pagina's; € 18,95.


ISBN 978 90 2908 731 5.


Arendo Joustra e.a: De Oranjes - Verrassende feiten die iedereen moet weten.

Bertram en De Leeuw; 300 pagina's; € 14,95.


ISBN 978 94 6156 052 0.


Jan van Klinken: Onze vorstin - Protestanten over koningin Beatrix.

De Banier; 172 pagina's; € 16,90.


ISBN 978 90 3363 022 4.


Jan van Klinken: Openhartig - Koningin Beatrix zelf over haar werk, huwelijk, gezin, geloof en twintig andere thema's.

De Banier; 149 pagina's; € 14,90.


ISBN 978 90 3363 023 1.


Koud bloed 15: Dossier Oranje.

Nieuw Amsterdam; 128 pagina's; € 9,95.


ISBN 978 90 4681 161 0.


Marc van der Linden: De vrouwen van prins Bernhard.

Carrera; 256 pagina's; € 15,-.


ISBN 978 90 4880 237 1.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden