Killing, al dat Engels in het Dictee

Het is beschamend, alsof je schoonmoeder je betrapt op vreemdgaan: de krant openslaan, een fout zien staan, met de ogen knipperen, nog eens kijken, en zien dat de fout er nog steeds staat, onwrikbaar als een nukkige ezel. In de voorronde van het Dictee nog wel, de opmaat naar de hoogmis voor spellend Nederland.


Het staat er echt: filet, file, filee. Daar zitten dus twee correct gespelde woorden bij, nu het accent van filé is weggevallen. File betekent weliswaar iets anders dan de andere twee opties, maar met de spelling is niets mis. Balen. Die opgave telde dus niet mee.


Dat in aanmerking genomen waren er 41 Nederlanders die erin slaagden om geen enkele fout te maken in de voorronde van het Groot Dictee 2010. Makkelijk was het blijkbaar niet: vorig jaar waren er nog 83 spelwonders die de voorronde foutloos doorkwamen, op nog niet de helft van het aantal deelnemers.


Want dat was een aangename verrassing dit jaar: nog nooit waagden zo veel mensen een poging in de voorronde. Het waren er 5.859 in totaal, een ruime verbetering van het record dat stamt uit 2003, toen 5.458 mensen de voorronde invulden.


De woorden die het vaakst mis gingen, waren gestres en gegoogeld - dat hoort dus zoals het hier staat. Niet zo gek, natuurlijk: die woorden behoorden nog niet tot het vaderlandse vocabulaire in de tijd dat de meeste dicteedeelnemers leerden spellen op school.


Daar komt bij dat de woorden niet zo gemakkelijk zijn te vinden in het Groene Boekje, zegt Anneke Neijt, jurylid bij het Dictee en professor Nederlandse taal en cultuur. 'Het komt echt aan op je kennis van de Nederlandse grammatica.'


Neijt heeft begrip voor de spellers die met 'gestres' de mist ingingen. 'Stress is een goed Nederlands woord. Mensen zijn bekend met dat woordbeeld, dus ze zullen geneigd zijn om ook 'gestress' te schrijven. Het vervelende is dat je in dit geval geen houvast hebt aan de spelling van het zelfstandig naamwoord: het werkwoord stressen in ingeburgerd in de Nederlandse taal, en moet nu worden vervoegd als een Nederlands woord. De stam van stressen is stres, en dus wordt het gestres. Net als volleyballen bijvoorbeeld, dat wordt ook gevolleybal, met maar één l en niet meer met twee.'


Voor 'gegoogeld' gaat weer een andere regel op, legt Neijt uit. 'Dat woord kun je het best vergelijken met puzzelen. We schrijven nu ook gepuzzeld, terwijl dat woord natuurlijk als puzzle uit het Engels kwam. Bij gegoogeld is ervoor gekozen om de l naar achteren te zetten, omdat er anders verwarring over de uitspraak ontstaat.'


Een ezelsbruggetje voor Engelse leenwoorden kent Neijt niet. 'Ik weet alleen dat woorden die nog op z'n Engels worden uitgesproken, zoals baseball, ook hun Engelse spelling houden.'


Daar zullen ze het mee moeten doen, de mensen die het Groot Dictee maken als het menens is: in de examenzaal die de Eerste Kamer heet, onder het streng toeziend oog van presentator Philip Freriks en zijn Vlaamse tegenhanger Martine Tanghe, op 15 december op tv.


Wie zijn het, de mensen die het achtereind van hun dicteepen zullen stukbijten op de zinnen die schrijver Tommy Wieringa voor hen heeft bereid? Veel journalisten zijn erbij (Dominique van der Heyde, Jort Kelder, Margriet van der Linden, Max Westerman), presentatoren ook (Dione de Graaff, Zarayda Groenhart, Filemon Wesselink, Harry de Winter), politici van de VVD (Frits Bolkestein en Ton Elias) en de PvdA (Emine Bozkurt en Mei Li Vos) en schrijvers (Clark Accord, Bart Chabot natuurlijk, en Robert Vuijsje). En Marijke Helwegen - in welke categorie laat zij zich eigenlijk vangen?


De twintig BN'ers zullen het opnemen tegen tien Bekende Vlamingen, twintig Nederlanders die in de voorronde zijn geselecteerd (hieronder staan hun namen), en tien Vlamingen die uitblonken in de voorronde in de Vlaamse krant De Morgen.


Of deelname aan het Dictee iets is om blij mee te zijn, dat valt nog te bezien. Sommige deelnemers voelen zich uitverkoren, zoals Paul van Wezenberg, een tekstschrijver met een hekel aan tikfouten, die uitzinnig twittert: 'Whoeiiiiiiiiiiiiiiiiiii. Ik mag meedoen aan het Groot Dictee der Nederlandse Taaaaaaaaaaaal.'


Maar anderen weten nog zo net niet of ze moeten lachen of huiveren. Aleid Fokma, nota bene taaladviseur bij Onze Taal: 'Help! Ik mag (moet?) meedoen aan het Groot Dictee.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden