'Kill your darlings' in het Midden-Oosten

Jonge fotografen uit de Arabische landen leren van ervaren vakgenoten verhalen te vertellen waarmee zij zich onderscheiden in de internationale journalistiek. En dan moet er weleens een favoriete foto sneuvelen.

In een hotel op een uur rijden van Casablanca heeft zich een interessant internationaal gezelschap verzameld. In de smoorhete kelder van het Hotel des Arts aan de Atlantische kust van Marokko zijn elf jonge fotografen uit Egypte, Algerije, Tunesië, Marokko en Libië, een gelouterde Canadese fotograaf en een Cubaans-Franse fotoredactrice een werkweek lang tot elkaar veroordeeld.


Geen straf maar een voorrecht: de jonge fotografen (onder wie drie vrouwen) leren op initiatief van World Press Photo, de Nederlandse organisatie van de belangrijkste jaarlijkse fotocompetitie, hoe ze van hun foto's een verhaal kunnen maken. Het verschil tussen een verzameling nieuwsfoto's en de selectie en ordening daarvan die kan leiden tot een beklijvend fotoverhaal is enorm - met voor de fotografen vaak zichtbaar schokkende gevolgen.


De Tunesische fotograaf Amine Boussoffara heeft een serie gemaakt over de nabestaanden van een politieagent die bij de revolutie van 2011 om het leven is gekomen. Hij behoort tot een min of meer vergeten groep slachtoffers: net als sommige demonstranten gedood door het leger, maar niet ondubbelzinnig behorend tot de oppositie die, na het verjagen van de dictator, haar morele gelijk kan claimen. De nabestaanden van de politieman kunnen daar niet zomaar aanspraak op maken. Ze wachten nog steeds op justitieel onderzoek naar de omstandigheden rond zijn dood - legerkogels doorboorden zijn dienstwagen, dat is alles wat ze weten.


De Canadese fotograaf Donald Weber heeft in zijn rol als leermeester zojuist een edit gemaakt van Boussoffara's werk. Uit een vijftigtal printjes pikt Weber, imposante vent met natuurlijk overwicht, er na enig wikken en wegen een stuk of vijftien uit. Een foto van de rouwende weduwe, van het politiebureau waar haar man werkte, van de feestelijke herdenking van de Tunesische revolutie, waaraan de weduwe en haar kinderen - hoe wrang - ook deelnemen. Niet per se de beste foto's halen de selectie, maar de beelden die gezamenlijk het verhaal het best vertellen.


Boussoffara heeft het zichtbaar moeilijk met Webers selectie, waarvan enkele favorieten ogenschijnlijk liefdeloos terzijde zijn gelegd. Na afloop van de sessie, waar die ochtend vier fotoverhalen zijn geselecteerd, verzamelt Boussoffara moed en stapt met zijn gesneuvelde favorieten naar Weber. Kan deze er misschien toch niet bij? 'No.' En die dan? 'No'. Deze? 'No! Je kunt ze me allemaal nog eens laten zien, het antwoord blijft hetzelfde.' Bousoffara zucht, alvorens zich neer te leggen bij het onverbiddelijke.


Reporting Change, berichten over verandering, heet de workshop waarmee World Press Photo (financieel gesteund door de Nationale Postcode Loterij) jonge fotojournalisten in Arabische landen helpt uit te groeien tot professionals die kunnen voldoen aan de eisen van, en zich hopelijk kunnen onderscheiden in, de internationale journalistiek. Dat is nodig, want fotografen uit de landen waar de Arabische Lente meer of minder uitbundig om zich heen grijpt, hebben met talrijke moeilijkheden te maken. Vergelijkbare workshops organiseert World Press Photo wel vaker - nu voor het eerst niet achter gesloten deuren: V is drie dagen welkom.


Niet het gebrek aan technische kennis, talent of doorzettingsvermogen speelt de fotografen in de slechts met symbolische airco uitgeruste hotelkelder parten. Wel het ontbreken van een journalistieke traditie. Arabische kranten waren tot enkele jaren geleden voornamelijk op de machthebbers gefocust. Op hún officiële bezoeken, hún persconferenties, hún opvattingen. Een spreekbuis van de overheid waren de media - en dat vertaalde zich in dorre fotografie. Nu de media in veel landen meer vrijheden en zelfs onafhankelijkheid kennen, staat er een nieuwe generatie journalisten en fotografen op. Zij moeten het meestal stellen zonder oudere collega's die ze om raad kunnen vragen bij kwesties over journalistieke mores en onafhankelijkheid, of het samenstellen van een verhaal uit hun foto's.


'De meeste landen kennen nauwelijks tijdschriften waarin fotoverhalen gepubliceerd kunnen worden, Algerije heeft er zelfs niet een', zegt de Française van Cubaanse origine, Magdalena Herrera. Zij is als director of photography verbonden aan de vermaarde Franse titel GEO. Ze verzorgt workshops namens World Press Photo en leidt deze in de kelder met Weber.


De toekomst voor deze fotografen ligt in het vertellen van verhalen, zegt ze. 'Nieuwsfoto's uit deze regio zijn er in overvloed. En bovendien zien we die, door de omloopsnelheid op internet, door Facebook, meestal direct nadat ze zijn gemaakt. Maar een fotograaf die inzicht wil tonen, clichés mijden, nuance aanbrengen, moet een fotoverhaal samenstellen.' En dus keert zij, net als Weber, met ogenschijnlijk speels gemak de fotoprintjes om waar fotografen juist zo trots op waren. 'Ze zijn vaak erg gehecht aan de beelden die onder heel moeilijke of gevaarlijke omstandigheden zijn gemaakt. De kunst is dat ze leren inzien dat die foto's niet per se de beste zijn.'


'You guys', zegt Weber tegen de gezamenlijke fotografen, die allemaal getuige zijn van elkaars edits, 'jullie hebben allemaal de neiging met één foto een gebeurtenis te willen samenvatten. Wil je een verhaal vertellen, dan moeten je foto's ademen: niet alleen sleutelmomenten tonen, maar ook details, bijzaken. Inzoomen en afstand nemen.'


Weber bespreekt het werk van de Egyptenaar Mahmoud Khaled, die, heet van de naald, een reportage heeft gemaakt van het extreme geweld waarmee een sit-in van de Moslimbroederschap in Caïro is aangevallen. 'Het nieuws is in vijf minuten verteld', zegt Weber. 'Maar als we er een verhaal van maken dat echt iets over de moslimbroeders vertelt, niet alleen over deze demonstratie, maar over de menselijke dimensies van de beweging, dan creëer je iets blijvends. Mahmoud, je maakt geweldige nieuwsfoto's, maar laten we je met deze edit maar eens ongemakkelijk doen voelen.' Van de vele schokkende beelden van gewonden en in wades gewikkelde lijken resteert er na Webers edit welgeteld één. Wat beklijft, is het voor westerse ogen toch verrassende beeld van een hechte, warme, bruut behandelde gemeenschap, geenszins van geharnaste extremisten die moordend door Caïro trokken.


Zoals de meeste jonge fotografen gaat Khaled niet in discussie met zijn leermeester. 'Dat wil niet zeggen dat ze het altijd met hun leraar eens zijn. Vaak uiten ze onvrede indirect. Een leraar tegenspreken is in Arabische culturen heel ongebruikelijk', zegt Reporting Change-projectmanager Barbara Chalghaf. Belangrijker dan een assertievere houding in de workshops is eigenzinnigheid in het werk van de fotograaf. 'Door te helpen professionaliseren, hopen we dat het overheersende beeld over de Noord-Afrikaanse regio wordt genuanceerd', zegt Chalghaf. Westerse media hebben vaak de neiging te simplificeren - in elke Moslimbroeder een extremist te zien, en wéér op zoek te gaan naar bewijzen voor de groei van het salafisme, alsof de lente niet veel meer, positieve veranderingen brengt.


Hoeveel de bij Reporting Change betrokken fotografen in potentie kunnen bijdragen aan een veelzijdiger beeld over hun land moet blijken op de laatste ochtend. Er heerst spanning als ze aantreden om ieder in tien minuten hun fotoverhaal te presenteren. De avond ervoor hebben ze tot laat gezamenlijk Arabische liedjes gezongen - hun ogen lichten op als ze eraan terugdenken - met als gevolg dat de eerste presentatie een half uur later begint, zoals élk programmaonderdeel met vertraging kampt. Khaled, die de reeks moet openen, heeft zich grandioos verslapen.


Als de presentaties zich dan eindelijk ontrollen blijkt al snel dat niet alleen Khaled, maar eigenlijk alle fotografen nieuwe inzichten verschaffen - aangrijpende, hoopvolle verhalen die het podium van de internationale media zelden halen, hoewel ze de aandacht zeker verdienen. Reportages over een Ivoriaanse kunstenaar die, illegaal geïmmigreerd, in Algerije een nieuw leven opbouwt. Over een in Engeland wonende Libiër die naar zijn vaderland terugkeerde om de opstand te steunen tegen Kadhafi, gewond raakte, een been moest laten amputeren en nu als taxichauffeur werkt.


Er zijn reportages over een progressieve school voor kinderen uit de achterbuurten van Caïro en over het leven in een voormalige Franse woonwijk van een Algerijnse stad, waar de bewoners hutjemutje leven te midden van de protserige grandeur van het kolonialisme, met imposante trapportalen en neo-classisistische beelden. Er is een mooie reeks van een fotograaf die in het hoofd kruipt van een derwish-danser, die zichzelf in trance brengt door minutenlang rond zijn as te tollen. En er is de ontnuchterende reportage over een schaduwkant van de Jasmijnrevolutie: Tunesiërs die zichzelf - tijdens de ramadan - volgieten met drank, en de volgende ochtend met een kater in de lens kijken. Alcoholisme is een snel om zich heen grijpend probleem in het land - de omzet van de bierfabrikant stijgt met meer dan 20 procent per kwartaal, aldus de fotografe Sophia Baraket.


De reportages mogen uit visueel oogpunt niet allemaal even boeiend zijn, ze tonen wel aan dat er een schat aan journalistieke verhalen te vinden is die alleen lokale fotografen kunnen vinden en delven.


Zara Samiry (30) uit Casablanca maakte voor Reporting Change een fotoreportage over ongehuwde moeders in Marokko - een taboe dat haar ervan weerhoudt de foto's in eigen land te publiceren. Hoewel de moeders onherkenbaar zijn gefotografeerd, vrezen zij dat ze toch door familieleden of kennissen van weleer worden herkend. De vrouwen en hun kinderen worden dikwijls gediscrimineerd. Van de tien vrouwen die ze benaderde, durfden zeven niet mee te werken aan de reportage, drie deden dat wel.


Samiry, die een kunstopleiding volgde in Frankrijk, had al een jaar het plan om de vrouwen te portretteren. 'Ik ben geobsedeerd door het leven van anderen. Fotografie helpt me inzicht te krijgen in hun leven, waarbij ik vooral belangstelling heb voor degenen die geen stem hebben, zoals de ongehuwde moeders.


'Ik maak graag multimediaproducties, maar heb bij deze reportage wel geleerd dat je beter met de fotocamera kunt werken als je een intieme band wilt met je onderwerp. De videocamera draait, en dat kan intimiderend zijn. Een fotocamera kun je wegleggen, je kunt met iemand praten en haar geruststellen. In Marokko bestaat geen beeldcultuur, daardoor hebben wij het niet gemakkelijk. Mensen zijn nog altijd bang voor geheim agenten en vragen: 'Waarom fotografeer je mij?' Dat wantrouwen moet je altijd eerst wegnemen.


'Veel fotografen denken alleen na over de korte termijn - verkopen een foto en hebben weer wat geld. Ik ben behoorlijk ambitieus, ik werk voor persbureau AFP en richt me op de media in de Verenigde Staten en Europa. De wereld ligt open, waarom zou ik per se hier blijven? Bij Reporting Change heb ik nog eens geleerd hoe belangrijk het is dat we fotoverhalen vertellen, een in de Arabische wereld onbekend fenomeen. En deze week heb ik gezien dat een slechte selectie je reportage kan ruïneren, terwijl matige foto's met goeie edit toch nog zijn te redden.'


Zied Ben Romdhane (32) maakte in Tunesië een aangrijpend fotoverhaal, Kids of the Moon, over mensen met de ziekte xeroderma pigmentosum, die blootstelling aan zonlicht onmogelijk maakt. Ze leven in duisternis, bij het maanlicht, en moeten zich met zonwerende kleding en een masker beschermen als ze toch overdag naar buiten moeten. Er zijn in Tunesië geen speciale voorzieningen voor de patïenten, kinderen worden naar gehandicaptenscholen verwezen die geen bescherming bieden. Veel patiënten ontwikkelen al voor hun 30ste kanker.


Romdhane is autodidact. 'Ik ben afgestudeerd aan de business hogeschool in Tunis. Tien jaar geleden ben ik als hobbyist gaan fotograferen. Ik leerde het van een oom met een commerciële fotostudio. Gaandeweg merkte ik dat ik fotograaf wilde worden, het is mijn manier om de wereld te ontdekken. Van mijn studiebeurs kocht ik mijn eerste camera. Zeven jaar geleden won ik een eerste prijs bij een fotowedstrijd, en met het geld dat ik daarbij kreeg heb ik een pc gekocht. Ik had toen al een digitale camera, dus toen kon ik mijn werk gaan publiceren en ben ik een blog begonnen.'


Na zijn afstuderen had hij uiteenlopende baantjes, alle tijd die hij zich kon veroorloven ging hij op reportage. Hij fotografeerde vluchtelingen in Zuid-Tunesië, reisde naar India en Jemen. Sinds de revolutie is er veel meer werk in Tunesië. 'De wereld heeft meer belangstelling voor ons gekregen, en er is ook veel meer ruimte. Ik kan nu economische onderwerpen fotograferen, of de tegenstellingen tussen de toeristische kust en het binnenland. De angst voor de geheime dienst is verdwenen. Maar er is wel een andere hindernis voor in de plaats gekomen: de mensen die ik nu fotografeer willen weten of ik wel aan hun kant sta.


'Toch heeft de revolutie voor nieuwe openheid gezorgd. De houding ten opzichte van de kids of the moon verandert. Vroeger maakten mensen vervelende opmerkingen als ze een patiënt zagen: 'Ben je astronaut of zo, met je masker?' Nu is er aandacht voor de ziekte op tv en bij het ministerie van Volksgezondheid.'


Romdhane denkt erover naar Canada te emigreren. 'Ik wil zeker in deze regio blijven fotograferen, maar je moet naar buiten om de zaak hier met frisse blik te zien, anders word je onverschillig. In Tunesië is het moeilijk om een visum te krijgen voor Europa, terwijl ik in het buitenland zoveel kan leren.'


Mahmoud Khaled (25) begon zijn journalistieke loopbaan drie jaar geleden na een korte training als fotojournalist bij een Egyptische krant met een oplage van 400 duizend. 'Ik fotografeerde persconferenties en kleine reportages - geen hard nieuws. Op straat fotograferen was niet eens toegestaan. Dat veranderde tijdens de opstand tegen Mubarak. Elke dag versloeg ik de demonstraties, in een maand ben ik welgeteld één keer thuis geweest. Op de dag dat Mubarak viel, stond mijn foto op de voorpagina, voor het eerst. In die maand heb ik meer geleerd dan anders in vijf jaar.'


Met de reportage over de sit-in van de Moslimbroederschap die hij voor Reporting Change maakte, wilde Mahmoud 'een andere kant laten zien van die demonstraties dan de media meestal tonen: het zijn vaak doodgewone mensen. Er was een soort stad-in-de-stad ontstaan, met geïmproviseerde bakkerijen en winkeltjes. Er werd gevoetbald, er speelden kinderen. Die hele gemeenschap is weggeschoten, de moskee aan puin.' Had hij geen last van agressieve demonstranten, een probleem waar buitenlandse fotografen in Egypte mee kampten? 'Nee hoor. Als fotograaf moet je eerst met de mensen gaan praten. Ik ben dag en nacht met ze opgetrokken, waardoor ze me gingen vertrouwen en ik kon fotograferen waar ik maar wilde.


'Voor mij als fotograaf zijn het goede tijden. Ik werk voor het persbureau AFP en heb gepubliceerd in The New York Times en magazines. De workshops van World Press Photo zijn ongelooflijk belangrijk. Ik wil niet alleen voor lokale media publiceren. Bij de workshops leg je belangrijke contacten, met mensen die ik misschien anders in tien jaar nog niet was tegengekomen. In Egypte zijn echt goeie fotografen, maar van marketing weten we nog heel weinig. Hoe leg je voorstellen voor aan fotoredacties, hoe onderhandel je, hoe bereik je een blad in Duitsland of Amerika? Hier gaat een wereld voor me open.'


EEN BEURS VOOR DE GROOTSTE TALENTEN

Voor de workshop Story Telling van Reporting Change meldden zich 120 gegadigden. World Press Photo selecteerde behalve op fotojournalistieke kwaliteit op zaken als motivatie, nationaliteit en sekse. Twee (afzonderlijke) groepen van rond de twaalf deelnemers kregen enkele maanden geleden een introductieweek waarin ze een reportage-idee uitwerkten. In de tweede week werden de resultaten getoond en beoordeeld. De meest getalenteerde fotografen van de twee groepen worden binnenkort geselecteerd voor een beurs, die hen in de gelegenheid stelt hun reportage uit te werken. Reis- en verblijfskosten van de deelnemers van Reporting Change worden betaald door World Press Photo.


PRIJSWINNENDE PORTRETTEN

Donald Weber (Toronto, 1973) won onder meer bij World Press Photo 2012 een eerste prijs in de categorie portretten, series, met een reeks foto's van arrestanten die worden verhoord door de politie van Oekraïne. Weber schoot het portret telkens op het moment waarop een verdachte 'brak'. Weber, aangesloten bij het fotoagentschap VII, publiceerde onder meer in The New York Times Magazine, Rolling Stone, Stern en Time. Hij begon zijn loopbaan als architect bij het bureau OMA van Rem Koolhaas in Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden