'Kijkkijk', daar zit-ie!'

In Kerkrade worden apen opgevangen die uit beroerde omstandigheden zijn gered, en dwergnijlpaarden die met uitsterven worden bedreigd. Wil Thijssen en fotograaf Marcel van den Bergh wandelen door de jongste dierentuin van Nederland....

Daar komt Sientje. Ze scheert in volle vaart, met gespreide vleugels, heel laag over het publiek. Iedereen bukt – stel je voor dat Sientjes klauwen in je kapsel blijven haken. ‘Soms zeggen mensen: “Wat een leuke visarend”,’ galmt de stem van de valkenier door een geluidsinstallatie. ‘Maar dit is geen visarend, dit is een zééarend. De grootste in zijn soort! – Kom maar, meisje!’

Hij lokt het dier met een eendagskuiken. Sientje, een Amerikaanse witkopzeearend, slokt het kuiken gretig naar binnen en zeilt weer naar de overzijde van de vallei, laag over de bukkende hoofden.

‘Hier moeten we nog iets voor verzinnen’, zegt Wim Verberkmoes bij de roofvogeldemonstratie. ‘De installatie is tot bij de giraffen te horen, terwijl stilte juist zo mooi kan zijn.’ Verberkmoes is zoölogisch directeur van dierentuin Gaiapark in Kerkrade, de jongste dierentuin van Nederland en, door de ligging in het diepe zuiden, ook een van de minst bekende. ‘Toch liggen we heel centraal’, zegt hij. ‘Aken is vlakbij, België is om de hoek, hier stopt de tgv naar Parijs. Daardoor zien we veel verschillende nationaliteiten.’

Achter de roofvogeldemonstratie kijkt een hoogzwangere giraffe nieuwsgierig over de lemen rand van haar verblijf. ‘Ik kan elk moment een telefoontje krijgen dat ze gaat bevallen’, zegt de directeur. In het Gaiapark – genoemd naar de Griekse godin van de Aarde – staan dieren die belangrijk zijn voor fokprogramma’s van Europese dierentuinen, en dieren ‘die opvang en bescherming nodig hebben’. Zo lopen er geen olifanten maar oer- en muskusossen, przewalskipaarden die in de Gobiwoestijn nagenoeg zijn uitgestorven, en dwergnijlpaarden in plaats van hun grote, dikke soortgenoten.

De slingerapen komen uit een opvangcentrum in Frans-Guyana, waar ze als huisdier aan kettingen werden gehouden. Verberkmoes heeft er verschrikkelijke foto’s van gezien. ‘Als wij kunnen kiezen tussen spectaculaire dieren, en dieren die aandacht en bescherming nodig hebben, kiezen wij het laatste. Dierenwelzijn staat voorop.’

Zodra hij in het gorillaverblijf komt, houdt hij afstand van het glas, waarachter een levensgrote zilverruggorilla naar het publiek zit te staren. ‘Makulah kent me’, zegt Verberkmoes. ‘Toen hij ziek was, heb ik hem met een blaaspijp antibiotica toegediend. Dat vond ’ie niet leuk. Als hij me ziet, gaat ’ie brullen en op het glas bonken. ’

De dierentuin heeft een ideële doelstelling. Dat blijkt ook uit de vele projecten waaraan het Gaiapark deelneemt. Onder het rieten dak bij de grootoorvossen staat een omvangrijke ‘moneyspinner’. Leg een euro in de slurf van de kunststof olifant die op de rand van de ton zit, en het muntstuk tolt naar het middelpunt, waar het in een gat verdwijnt. Het geld gaat naar een Europees roofdierenproject.

In de souvenirwinkel liggen beeldjes van Afrikaanse wilde honden die zijn gemaakt van de strikken waarmee stropers de dieren vangen. Met de opbrengst wordt in Zimbabwe voorlichting gegeven over het dier, dat dreigt uit te sterven.

Op het pad tussen de giraffen en de dwergneushoorns lopen vier jongens met kruiwagens. Ze maken de vuilnisbakken leeg en houden de dierentuin schoon. De jongens, dertien in totaal, komen van een sociale werkplaats in de buurt. ‘We hebben ze bewust hier aangenomen’, zegt directeur. ‘Waarom zouden we deze mensen geen kans geven?’

De gemeente Kerkrade, die tegen het ‘mijnwerkersimago’ vocht en ‘groener’ wilde zijn, liet het Gaiapark vier jaar geleden openen in een heuvelachtige vallei waar juist een vervallen sportpark was gesloten. Omdat het park zo jong is, zijn alle moderne dierentuinprincipes er toegepast. De bezoeker loopt er niet van verblijf naar verblijf, maar maakt een reis door de tijd. Aan de hand van thema’s zijn wandelroutes uitgezet. Dieren lopen niet in hokken, maar achter natuurlijk gevormde omheiningen zoals water, rotsen of dichte begroeiingen.

‘Dit is een dierentuin waar je de tijd voor moet nemen’, zegt de directeur. ‘We leven in het tijdperk van de zappende mens die snel verveeld raakt, die loopt van hok naar hok, vlug en makkelijk. Hier werkt dat niet zo. Dit dierenpark is vooral interessant voor de serieus geïnteresseerde bezoeker.’

Zo staan er wurgvijgen en zeldzame planten. Landschapsarchitecten hebben de ‘werelddelen’ in het park aangekleed met rietlanden, bossen, steppen en moerassen. Bevers bouwen dagelijks dammen in het stromend water, die door de verzorgers ’s ochtends worden afgebroken. De vele vogels in de volière zie je pas als je er goed voor gaat zitten, vertelt Verberkmoes. ‘Luister! Een zonneral. Kijkkijk, daar zit ’ie!’

Om ook interessant voor kinderen te zijn is de Dinodome gebouwd, een speelparadijs waarin natuurgetrouwe modellen van dinosauriërs zijn neergezet. De organisatie wilde geen ‘ordinaire speelapparaten die bewegen en lawaai maken’, dus klimmen kinderen er op dino’s en varen ze in bootjes op een waterplas.

Aan de nieuwe dierentuin ging een forse verhuizing vooraf, van vierhonderd dieren in negentig soorten die van overal uit Europese dierentuinen naar Kerkrade werden getransporteerd. Nog steeds worden nieuwe soorten in Kerkrade gehuisvest. ‘Een forse operatie’, stelt Verberkmoes. ‘Tot dusver is alles vlekkeloos verlopen. Alleen tijdens de opening is een dier ontsnapt.’

Lachend: ‘Een Limburgs koetje.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden