Kijkje in de keuken van het WNT

In 1878 vond de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, J. Kappeyne van de Copello, het welletjes met het Woordenboek der Nederlandsche Taal, waarvoor in 1851 tijdens een Nederlands-Vlaams congres in Brussel het fundament was gelegd....

Het leed was voor De Vries van korte duur - na een sympathieke steunactie werd de subsidieregeling al na een jaar hervat. Maar een vooruitziende blik kan Kappeyne van de Copello niet worden ontzegd. Na bijna honderdvijftig jaar lexicografische arbeid werd dinsdag de officiële voltooiing van het Woordenboek in de Pieterskerk in Leiden plechtig gevierd met een academische zitting, waarbij beide vorstenparen uit Nederland en België aanwezig waren. En nog is de rij van veertig banden niet compleet: er volgen nog een aantal delen met aanvullingen.

De totstandkoming van deze monumentale schatkamer van de Nederlandse taal wordt luister bijgezet met een aantal publicaties die een boeiend kijkje gunnen in de keuken van het Woordenboek sinds het monnikenwerk een aanvang nam. L. van Driel en J. Noordegraaf schetsen de grondleggers van het Woordenboek, de Leidse hoogleraar Matthias de Vries en de taalkundige Lammert te Winkel, in De Vries en Te Winkel - Een duografie (Sdu; * 39,90). Onder redactie van Nicoline van der Sijs verscheen Woordenboeken en hun makers (Sdu; * 39,90), waarin een groot aantal artikelen uit het lexicografisch tijdschrift Trefwoord zijn gebundeld. Het nieuwe jaarboek 1998-1999 van Trefwoord (Sdu; * 45,-) staat vrijwel geheel in het teken van de voltooiing van het WNT.

De mooiste publicatie is afkomstig van de medewerkers van het Instituut voor Lexicologie in Leiden, waar al die jaren met mierenvlijt aan het Woordenboek is gewerkt: Het grootste woordenboek ter wereld - Een kijkje achter de kolommen van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) (Sdu; * 49,90). In een groot aantal bijdragen geven zij een beeld van wat er allemaal kwam en komt kijken, voordat een woord wordt vereeuwigd in het Woordenboek, dat - zoals de titel aangeeft - het grootste ter wereld is. Tal van smakelijke anekdotes kruiden de hier en daar wat droge lexicografische kost.

Zo vertelt prof. P. van Sterkenburg, de huidige directeur van het instituut, het verhaal dat Matthias de Vries tot twee keer toe probeerde Johan Hendrik van Dale uit het Zeeuws-Vlaamse Sluis, die zich ook op het pad van de woordenboeken had begeven, over te halen toe te treden tot de redactie van het Woordenboek. Tot tweemaal toe weigerde Van Dale. Volgens De Vries was die weigering ingegeven door twijfel aan zijn capaciteiten en zijn verknochtheid aan Sluis.

'De werkelijkheid was zoveel anders en tevens ontluisterend voor De Vries', memoreert Van Sterkenburg. 'In de ogen van velen, zeker in die van Van Dale, was De Vries megalomaan. Hij wilde de lexicografische autodidact Van Dale wel aan zijn redactie toevoegen, maar niet als een volwaardige redacteur. Zijn ijdelheid verhinderde ermee in te stemmen dat de naam van Van Dale samen met de zijne en die van Te Winkel op de titelpagina van het WNT zou prijken.'

Rob Tempelaars vertelt de 'wonderlijke geschiedenis' achter het woord ophakker. Dat woord werd gepubliceerd in een aflevering van het WNT, die in 1900 verscheen. Het werd bewerkt door G.J. Boekenoogen (what's in a name?), die over zegge en schrijve één citaat beschikte, afkomstig uit de Camera Obscura van Nicolaas Beets: 'Is hij een ophakker en een smijter?' Hij omschreef de betekenis met: 'Iemand die bij de geringste aanleiding (of ook wel zonder aanleiding) geneigd is uitdagend, beleedigend, dreigend op te treden; twistzoeker, ruziemaker.'

Wie had gedacht dat Boekenoogen bij zijn arbeid op eigen kompas had gevaren, zit fout. Hij wist zich eigenlijk geen raad met dat ene citaat. Het toeval wilde dat een zoon van Nicolaas Beets, Adriaan, ook bij het Woordenboek werkte. Via hem liet hij vragen wat de auteur van de Camera Obscura precies had bedoeld met ophakker. Vader Beets was de beroerdste niet en schreef zijn zoon een brief waarin hij woordelijk aangaf wat voor persoon hem met ophakker voor ogen zweefde. Die uitleg kwam vrijwel integraal in het WNT terecht.

Adriaan Beets figureert ook in een andere anekdote. Hij werd eens voorgesteld aan de katholieke voorman dr. Schaepman. 'Meneer Beets', zo werd hij aangekondigd. 'De grote Beets van het Woordenboek?', vroeg Schaepman. 'Nee, de Beets van het grote Woordenboek', antwoordde Adriaan Beets.

De huidige hoofdredacteur van het WNT, A. Moerdijk, geeft een overzicht van alle kwalificaties die het Woordenboek in al die jaren toebedeeld heeft gekregen. Een van de oudste metaforen voor het WNT is het beeld van de schatkamer, schrijft hij. Het werd honderdvijftig jaar geleden voor het eerste gebruikt door J.A. Alberdingk Thijm, die ook de metafoor van het museum in de wereld hielp. Geliefd zijn ook kwalificaties als kathedraal, monument en reuzenonderneming. Sinds de Golfoorlog is 'de moeder aller woordenboeken' in opmars, maar dat moet maar niet al te lang duren.

Han van Gessel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden