Interview

'Kijken naar je medemens is het gevolg van kijken naar kunst'

Ze is juryvoorzitter van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs die donderdag wordt uitgereikt. Inez Weski is strafpleiter en dol op musea. Ze schildert zelf ook. Aan de hand van vier klassiekers vertelt ze over het belang van kunst.

Inez Weski met haar portret gemaakt door kunstenaar Lizzy in 2000, tijdens een lezing in de tuin van het kantoor van Weski Advocaten. Beeld Adriaan van der Ploeg

Bij de opening van de tentoonstelling, een maand geleden in het Stedelijk Museum in Schiedam, had Inez Weski de kunst al onmisbaar verklaard. Ze had dingen gezegd als 'kunst is een fluïdum dat in een parallelle wereld lijkt mee te reizen en af en toe de historie van de mens raakt'. Ze had gezegd dat kunst een vrijplaats is, een plek waar wantrouwen wegvalt, en ze had een lans gebroken voor kunstonderwijs. Er werd gelachen toen ze zei: 'Ik weet, zwemles is al niet meer verplicht en lichamelijk mogen kinderen dus al verdrinken wat de overheid betreft, doch muziek, verhalen vertellen, schilderen en boetseren, het brengt licht in de ziel en ruimte voor interactie en minimaal is er dan geen tijd om elkaar de hersens in te slaan.' De vraag was daarna of ze, als voorzitter van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, haar eigen favorieten uit de kunstgeschiedenis wilde toelichten. Dus liggen er op een maandagochtend, de strafpleiter is enigszins verlaat door een 'Tetris-achtige' file, een paar A4'tjes met afbeeldingen op haar bureau.

Inez Weski Beeld Adriaan van der Ploeg

Openingswoord

Naast zwemles moeten kinderen ook de musea ingesleurd worden, sprak Inez Weski in haar openingswoord voor de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2015.

In haar eigen kamer: tientallen antieke maskers. Op de gangen: eigen werk, gemaakt in opdracht van haar zus Miriam, met wie ze samen advocatenkantoor Weski in Rotterdam leidt. Grote, woeste, veelkleurige schilderijen zijn het, ook met maskers. 'Eigenlijk is dat niet mijn stijl, ik werk normaal kleiner en gedetailleerder. Maar mijn zus wilde dit formaat: 2 bij 2,5.'

We nemen het eerste werk ter hand.

Salvador Dalí. De volharding der herinnering, 1931.

Salvador Dalí, De volharding der herinnering, 1931. Beeld Museum of Modern Art, New York

Stel, u bent rondleider in een museum, en er komt een klas met leerlingen van een jaar of 13, 14 binnen.

Meteen al een diepe lach.

Wat gaat u hun over dit werk vertellen?

'Ik vind dat een kunstwerk het in het algemeen niet moet hebben van het tekstbordje dat ernaast hangt, dus ik zou zeggen: laat het op je inwerken. Je kijkt en vervolgens voel je iets, of zoals ik het weleens noem: het resoneert. En natuurlijk, dan wijs je terzijde misschien op de techniek, of wat het wil verbeelden, maar dat is in the eye of the beholder. De een zal denken: goh, het is daar erg heet. De ander voelt een diepere betekenis.'

U was zelf 15 toen u dit voor het eerst zag.

'Ik kende Dalí natuurlijk al; kunst is in mijn leven sinds het moment dat ik kon lopen en met mijn ouders meeging naar musea. Maar op mijn 15de zag ik de eerste overzichtstentoonstelling van Dalí, in het Boijmans. Toen werd hij salonfähig. Ik had altijd al een zwak voor het surrealisme, voor het uitvergroten of juist denatureren van de werkelijkheid, het fantasme.'

Waarom?

'Ik zou zeggen: omdat het out of the box is. Of het nou in de kunst is, of in de filosofie, de antropologie: het is altijd de wat vloeibare werkelijkheid waarin ik me fijn voel. De realiteit is niet genoeg.'

Wat vond u destijds zo mooi aan in dit schilderij?

'De techniek. Het fijnschilderen. Het verlaten, apocalyptisch landschap spreekt me ongetwijfeld ook aan. Het is unheimisch, als ik dat woord mag gebruiken. The doom is just around the corner, maar de kijker weet het nog niet.'

Franscisco Goya, Binnenplaats met krankzinnigen, 1793.

Francisco Goya, Binnenplaats met krankzinnigen, 1793. Beeld Meadows Museum Texas

We gaan naar de volgende. Goya.

Weer die lach. 'Hierna ben ik ongetwijfeld klaar voor behandeling. De rorschachtest als het ware: en mevrouw, wat ziet u hier in? Nou, een geslachtsorgaan.'

Wat ziet u hier in?

'Een binnenplaatsje, waar mensen aan hun lot worden overgelaten. En hoe schetsmatig Goya hier ook schildert, je kunt elk individu determineren. Degene die joelt. Degene die volledig in zichzelf verkeert, de figuur hier links, met een vage glimlach, een grimlach zou je kunnen zeggen, omdat hij weet wat er achter hem gebeurt. Alle aspecten van het leven in zo'n krankzinnigeninstituut worden hier even in een paar schilderstreken in het licht gezet. Wat Goya deed, en dat was voor die tijd redelijk zeldzaam: hij liet de krochten van de mens zien. De wanhoop, de fragiliteit, de waanzin, de ontregeldheid. En dat allemaal vanuit een rechtvaardigheidsgevoel: hoe mensen aan hun lot worden overgelaten, zoals hier, maar ook op zijn schilderijen over de oorlog: hoe pionachtig de burgerij wordt bejegend, als kanonnenvlees.'

Wie is voor u een hedendaagse Goya?

'Elke tijd heeft zijn Goya, zijn noodlot. Maar ik noem dan Anselm Kiefer, die halverwege de jaren tachtig redelijk abstracte landschappen in sombere tonen schilderde. Goya heeft trouwens ook portretten geschilderd. Met in de ogen die ontzettend diepe blik. Ik heb sowieso een zwak voor ogen...'

Amadeo Modigliani, Jeanne Hébuterne, circa 1918.

'... om iets heel anders te noemen. Modigliani. Je zou zeggen: dat is een volkomen andere schilder. Veel gestileerder.'

Amedeo Modigliani, Jeanne Hébuterne in a Large Hat, circa 1918. Uit privécollectie. Beeld .

We pakken hem er even bij.

'De ogen zijn hier vlak. Gedeletet, zou je bijna zeggen.'

U tekent graag ogen. Wat is moeilijker om uit te drukken: melancholie of angst?

'Allebei. Mijn dochter kan met een paar streken een uitdrukking in een gezicht zetten. Echt ongelooflijk. Terwijl ik er niet aan ontkom om ogen te ontmenselijken. Dan teken ik ze met pupillen van een kat of zo.'

Waarom?

'Dat heeft misschien wel van doen met het nemen van afstand. Er zit altijd een laag tussen mij en die mensen.'

Als u zegt: een schilderij raakt mij, waar raakt het u dan?

'In mijn hart. Net als het recht. Dat raakt mij ook. Het is wel altijd: keep it cool. Ik zal mijn gevoel altijd instrumenteel vertalen. Maar recht, rechtvaardigheid, dat is de basis van al mijn handelen.'

Carel Willink. De Jobstijding, 1932.

Carel Willink, De jobstijding, 1932. Beeld Sylvia Willink Quiël/Stedelijk Museum Amsterdam

Willink.

'Ha! De brief.'

De jobstijding is de titel.

'Precies. Daar klinkt geen vrolijkheid in door. Het gekke is: ik heb dit schilderij meerdere keren in een pleidooi gebruikt. Dan wees ik vooruit, naar wat er nog aan zou komen en hield ik de spanning erin: 'Wat zal het zijn?' Er komt ook weleens iemand de rechtszaal in met een brief, een processtuk dat dan licht op de zaak zal schijnen...'

En dan zegt u: 'Kent u het schilderij De jobstijding van Willink?'

'Of alleen maar: aha, De brief. En dan zie je soms van die volkomen blanco gezichten om je heen. Op uitzonderingen na, hoor. Er zijn ook rechters die vol genot allerlei kunst kennen, musea bezoeken, verzamelen zelfs. Dan lijkt het soms alsof je lid bent van een geheim genootschap.'

'Zonder kunst woekert onrecht', zei u bij de opening van de tentoonstelling van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs. De geschiedenis kent genoeg dictators en despoten die zich met kunst omringden.

'Het is misschien arrogant om te zeggen, maar heb je gevoel voor kunst als je kunst verzamelt? Dat is hetzelfde als over de kampcommandant zeggen: hij was zo lief voor zijn hond. Ik zeg niet: kunst maakt een goed mens. Of een goede samenleving. Wat ik bedoel is: kunst en recht bevinden zich in een gebied dat ik de derde dimensie noem, en waar gevoel voor schoonheid, voor rechtvaardigheid, voor intermenselijke relaties, belangrijker is dan tweedimensionale lol en systeemgehoorzaamheid. Ik zou willen dat ieder kind, zodra hij leert lezen, ook leert kijken. Kijken naar je medemens is namelijk het gevolg.'

Naar welke maatstaf beoordeelt u kunst?

'Dat is niet te benoemen. Het is net als met aantrekkingskracht: dat gaat niet om een grote of een kleine neus, maar speelt zich af op een onbewust biologisch vlak, als feromonen.'

Vers aanbevolen

Deze cd's draait Inez Weski tijdens de vele ritten op weg naar de rechtbanken van Nederland: Patti Smith, PJ Harvey, Black Keys, Eric Satie, White Stripes, de soundtrack van de film Deathproof van Quentin Tarantino. 'Mijn dochter beveelt me van alles aan. Ik krijg zo steeds een hele reeks vers voorgedragen. Dan mailt ze: 'Moet je hier eens naar luisteren'. En dat doe ik dan.'

Maar wat steeds weer terugkomt...

'Is de woestheid van het bestaan. In de kunst verwerp ik de gladheid. Ik noem maar wat: een portret, of tableau vivant, zoals je ze in de erezaal van het Rijksmuseum ziet: de meeste zijn meer als antropologisch beeld dan als kunst aan mij besteed. Pop-art: in het begin vond ik het nog wel interessant, maar zodra dat commercie werd, was het voor mij dood. U zult bij mij ook geen Who's Afraid of Red, Yellow and Blue aantreffen. Ik vind het heerlijk als mensen schilderen, ga vooral zo door, maar nee: dat doet me echt niets. Het kan me ook niet schelen of het met de roller is gedaan, of met een kwast.'

Hoe kijkt u naar de vijf jonge kunstenaars die kans maken op de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs?

'Met genoegen, een open blik en nieuwsgierigheid. Want of je iets mooi vindt, of niet, je kunt altijd iemands intentie waarderen.'

De donkere wereld van Levi van Veluw, een van de genomineerden, lijkt me op uw lijf geschreven.

'O, maar het is niet zo dat ik alleen maar in diepe tranen naar kunst wil kijken. Het grafische werk van Koen Taselaar spreekt met ook aan, dat doet me denken aan skate- en straatcultuur.'

Ineens buitelen de woorden over elkaar heen: 'Ik heb het altijd diep droevig gevonden, ook deze laatste jaren in de politiek, hoe de jongere niet de toekomst werd, of onze hoop, of iemand die je goed wil onderwijzen met daartoe uitgeruste docenten, nee, die werd als een lást beschouwd, als hangjongere, die werd hier in Rotterdam met Mosquito's, apparaatjes die een hinderlijke zoemtoon verspreiden, verdreven, naar de buitenkant van de maatschappij gedirigeerd. Skaten: liever niet. Laat staan dat ze aan kunst deden. Terwijl er prachtige pieces op de muren werden gezet.'

Deden uw kinderen dat ook?

Lachje: 'Dat zal ik nooit onthullen. Maar mijn zoon kon wel breakdancen en skateboarden. Ik heb met hem menig plek afgelopen, op zoek naar die prachtige muurschilderingen. In New York, of in Berlijn langs de Muur, langs treinrails. Dat is toch enig? Dan vind ik het zo naar, zoals bestuurders veel van die lieden bejegenen als een lid van een criminele organisatie. Ik vind het een vreemde agressie tegen een onschuldige uiting van vrijheid. Iets anders kan ik het niet noemen.'

De genomineerden

Zes kunstenaars onder de 36 zijn genomineerd voor de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2015: het duo Sander Breure & Witte van Hulzen, Dina Danish, Bram De Jonghe, Koen Taselaar en Levi van Veluw. Hun werk is t/m 12/4 te zien in het Stedelijk Museum Schiedam. De prijs wordt donderdag door juryvoorzitter Inez Weski uitgereikt in het programma Opium om 21.05 uur (op NPO2). De jury bestaat naast Weski uit Ralph Keuning (directeur MuseumDe Fundatie,Zwolle), beeldend kunstenaar en oud-winnaar Guido van der Werve en Volkskrant-kunstcriticus Sacha Bronwasser. Ook dit jaar kunnen bezoekers gedurende de tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam hun lievelingskunstenaar kiezen. Die uitslag wordt op de slotdag, 12/4, bekendgemaakt. Dan worden ook rondleidingen georganiseerd. De filmportretten van de zes kunstenaarszijn terug te zien op avrotros.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.