Kijken naar dingen die niemand ziet

Hoe vrienden, bekenden en collega’s zich de schrijver Martin Bril herinneren. ‘Hij was van het geïnspireerde moment, het perfect getroffen geluid.’..

Ronald Giphart (1965), schrijver:

‘Ik heb besloten er niets over te zeggen. Een schrijver moet je je herinneren op basis van zijn werk. Natuurlijk bewaar ik hele bijzondere herinneringen aan hem, maar die beschouw ik als iets persoonlijks.’

Bart Chabot (1954), schrijver:

‘Martin was niet bang voor de dood, hij was bang dat het leven was afgelopen. Als columnist heeft hij het ultieme bereikt: zonder dat de mensen hem kenden, zijn ze van hem gaan houden. Hij maakte een grote Nederlandse roman in duizend stukjes. Hij past echt in de traditie van Carmiggelt en CaMu. Martin was wel meer een outlaw. In plaats van een paard en een lasso had hij een gele Volvo en een laptop. De outlaw ging naar de O.K. Corral, Martin trok naar Hoevelaken.

‘Maar voor mij is het in de eerste plaats het verlies van een van mijn allerbeste vrienden. Hij was scherpzinnig, breed georiënteerd, humoristisch, belezen. We deelden de passie voor rock-’n-roll. We hielden van dezelfde kale Amerikaanse literatuur. De ideale beginzin: de zon scheen. Of: de zon scheen niet. Weg met al die adjectieven.

‘Martin had het lichaam van een man, maar is een jongen gebleven. Net als ik, eigenlijk. Ronald is de jongste van ons drieën, maar als we op tournee gingen langs het theater, gedroeg die zich het meest volwassen. Martin had de gewoonte altijd bij ons in de kleedkamer in de wasbak te pissen. Dan ging ik uit wraak bij hem winden laten. Het was een rock-’n-rollband, maar dan zonder instrumenten.’

Dirk van Weelden (1957), schrijver:

‘Martin heeft geprobeerd de literaire blik uit het reservaat van de kunst te halen en naar de gewonemensenwereld te brengen. Dat is zijn verdienste. Ik weet nog dat we in 1986 samen bijna ons boek Arbeidsvitaminen hadden voltooid en zeiden: straks zijn we schrijvers, en wat dan? Maar Martin zag het al helemaal voor zich: zoals Louis Paul Boon, met het boemeltreintje naar de stad, naar kantoor, en dan gewoon opschrijven wat je onderweg bent tegengekomen.

‘Aanvankelijk moet hij het idee hebben gehad dat al die losse stukjes onderdeel van een groter geheel zouden kunnen vormen, maar dat heeft hij losgelaten. De grote constructie, dat was niets voor hem. Hij was van het geïnspireerde moment, het perfect getroffen geluid. We hebben het er nog wel geregeld over gehad om een keer weer iets samen te doen.’

Selma Balder (1978), serveerster café Toussaint:

‘Hij kwam hier soms vier-, vijfmaal per dag. Hij ging dan alleen aan een tafeltje zitten. Hij was de enige klant die mocht poffen en bleef nooit lang. Het was maar voor even – voor de inspiratie. En hij dronk iedere maand iets nieuws: dan cognac, dan campari met spa rood, dan Westmalle en een wodka.

‘Hij was niet altijd even aardig. De laatste keer kwam hij in een rolstoel. Ik zei: het is mooi weer, moet ik buiten een stukje met je rijden? Ik verwachtte dat hij misschien zou zeggen: rot op. Maar hij stelde het op prijs.’

Jon Sistermans (1946), eigenaar restaurant Wilhelminapark in Utrecht:

‘Vier of vijf jaar geleden was Bril samen met Giphart en Chabot op het Utrechtse boekenbal. Het was al middernacht toen Bril plotseling zei dat hij honger had. We zijn met veertig man naar mijn restaurant gegaan en hebben daar de hele nacht gefeest: gerookte zalm en tonijn gegeten – want dat was lekker makkelijk – en flessen wijn opengemaakt.

‘Een paar weken later sms’te hij dat ie weer langs zou komen. Dat was het begin van een soort vader-zoonrelatie. Hij zat hier altijd op dezelfde plek. Met uitzicht op het water en de fontein.

‘Drie weken geleden was hij nog hier. We praatten over zijn 50ste verjaardag, dit najaar. Die wilde hij in Paradiso vieren. Hij was de ultieme no surrender-figuur.’

Aaf Brandt Corstius (1975), schrijfster en columniste nrc.next:

‘Ik las hem altijd al met veel plezier. Maar toen ik zelf dagelijks stukjes voor de krant ging schrijven, begreep ik pas hoe moeilijk het was, wat Martin Bril deed. Ik vind het heel knap hoe hij steeds weer onderwerpen wist te vinden en daar dan zijn eigen gang mee ging. Dan was er bijvoorbeeld een nieuwe wetgeving over nachtclubs, en dan ging hij gewoon naar zo’n club, zelf kijken. Hij was een echte op-pad-gaander. En dan ging het natuurlijk ook helemaal niet meer over die wetgeving.

‘Hoe hij over vrouwen schreef – ik kan er wel om lachen. Dat was wel heel mannelijk, maar veel vrouwen waren ervan gecharmeerd. Ik denk dat veel vrouwen een beetje verliefd op hem waren. Dat ze dachten: die vrouw met dat rokje op het terras, dat ben ik. Rokjesdag is zo’n eigen leven gaan leiden, het is bijna een nationale feestdag geworden. Heel geestig. Maar hij kon ook serieus schrijven en tot tranen toe roeren. Dat vind ik knap, al die stijlen bij één man.’

Eric Vloeimans (1963), jazztrompettist:

‘Hij kende mij niet. Maar toen schreef hij in februari een column over Summersault, mijn plaat van een aantal jaar geleden. Die column was wel het mooiste wat iemand over mijn muziek kon schrijven. Omdat het niet over stijl ging, of over jazz. Maar over leven, en zijn beleving van mijn werk.

‘Ik was bezig met de plaat Live at Yoshi’s en heb hem toen meteen voorzichtig in een e-mail gevraagd of hij er de introductie voor wilde schrijven. Hij antwoordde direct: ‘Ja, stuur maar.’ Ongelooflijk. Hij deed het ook meteen. Als beloning wilde hij tien platen van me hebben. Mijn platen, dacht ik, maar hij bedoelde platen uit mijn platenkast, mijn favorieten. Dat vond ik zo ontroerend, dat hij me wilde leren kennen door mijn smaak.

‘Vorige maand speelde ik in de Badcuyp in Amsterdam. Hij sms’te: waar ben je? Toen kwam hij langs. Met een tas vol boeken voor mij.’

Mei Li Vos (1970), Tweede Kamerlid Partij van de Arbeid:

‘We hebben veel rondgehangen en rondgereden. Ik kan zeggen wat ik denk dat de meesten zullen zeggen: hij leerde je kijken. Anders kijken. Naar kleine dingen die er ook toe doen, maar die niemand ziet. Ook in de politiek. Ik kan me een column herinneren over dat schroefje van prinses Margarita. Hoe daar de directeur van de RVD bezig was met het openschroeven van een fles spa. Iedereen maakte zich druk over dat schroefje van de prinses, en hij maakte zich vreselijk druk om zo onopvallend mogelijk die fles open te draaien.

‘De vrouwen, ja, daar hebben we ook eindeloos over gepraat en gelachen. Over ‘praktisch haar’ – kort, rood geverfd – en platte schoenen. Een paar weken geleden was het weer rokjesdag en heb ik hem nog ge-sms’t. Dat ik een rokje aan had.’

Pagina 12

Afscheid van Martin Bril

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden