Kijken, kijken, niet kopen

Heb ik niet te veel spullen? Vroeg journalist Angela Wals zich af. Ze stopte een jaar met kopen en ervoer een intens gevoel van vrijheid. Vijf opmerkingen van sceptici weerlegd.

'You can't have everything. Where would you put it?' Goede vraag van de Amerikaanse cabaretier Steven Wright. Ik las deze oneliner zo'n drie jaar geleden op een graffitimuur in Amsterdam. De vraag vatte een frustratie samen waarmee ik toen al een tijd liep. Namelijk: ik heb veel spullen, eigenlijk alles wat ik nodig heb om fijn te leven, maar toch vind ik het normaal om steeds nieuwe dingen te kopen. Dit moet vast heel logisch gedrag van mij zijn, want iedereen doet het. Maar hoe werkte die logica ook al weer? Waarom koop ik spullen? En wat gebeurt er als ik ermee stop?


Natuurlijk, mensen zijn niet compleet, we hebben spullen nodig. En handig zijn ze zeker (bed, fiets, kleding). En leuk (platenspeler, flatscreen, iPhone). En prettig (vaas van je oma, hangplant, Rietveldstoel, doos met foto's). Maar hebben we niet te veel? Zijn spullen nog steeds handig, prettig en leuk als je 's ochtends niet meer weet wat je moet aantrekken? Als je stapels boeken vóór een volle boekenkast hebt staan? Als je laden vol ongebruikte elektronica hebt waarvan de adapters tot een monster in elkaar zijn gedraaid? Als je in een Citybox meubels moet opslaan die niet meer in je huis passen?


Als Homo Consumens zijn we nooit klaar. Gelukkig kunnen we af en toe op vakantie! Of we gaan als we afgestudeerd zijn acht maanden op wereldreis. Deed ik ook. De koopdruk verdwijnt even als we weg zijn. Bezit is ineens weer overzichtelijk. Leven uit een rugzak of koffer en niets missen: vrijheid. Ook hoefde ik me geen zorgen te maken of mijn identiteit wel goed genoeg gerepresenteerd werd door mijn schoenen.


Toen ik thuiskwam, bleek mijn bezit hopeloos verouderd en nodig aan vervanging toe. Binnen een dag was ik hiervan volledig overtuigd. Acht maanden vrijheid: poef, in een zucht verdwenen. Ik ben nooit een trendgevoelige koopverslaafde geweest, maar ergens onderweg ben ik toch behoorlijk afhankelijk geworden van consumeren. Wat irritant. En vermoeiend. Alsof ik continu de loser van Het Grote Consumptiespel ben. Toen zag ik die quote op die muur. Ik sloeg mijn armen over elkaar en besloot: ik doe niet meer mee.


Ik begon met een experiment: een jaar lang kocht ik helemaal niets. Regel: het volume van mijn spullen in mijn appartement (24m2) mocht niet toenemen. Toegestaan: eten, ervaringen, medicijnen en vijf cosmeticaproducten: zeep, tandpasta, shampoo, deodorant en dagcrème. Ik wilde één jaar streng zijn, daarna zou ik verder zien.


Ik had overigens geen uitgedachte filosofie over de verwerpelijkheid van de consumptiemaatschappij, en belerende woorden over het leegtrekken van de aarde had ik evenmin. Ik was slechts nieuwsgierig naar wat er zou gebeuren als je met één van de meest vanzelfsprekende handelingen in de westerse wereld zou stoppen.


Een minder strenge versie van mijn koopstop is de Buy Nothing New Maand, die vandaag begint. Als je meedoet, mag je niets kopen dat gloednieuw is. Je mag wel tweedehands kopen, weggeven, ruilen, delen, lenen, huren, zelf maken en repareren. Sinds mijn koopstop leef ik op de Buy Nothing New-manier. Ik zie geen reden om ooit nog iets nieuws te kopen. Alles wat ik nodig heb, heb ik al of is al in omloop.


Mijn omgeving was geïntrigeerd door het experiment ('gestoord') en er waren meteen kritische noten te horen: 'Wat egoïstisch van je! In een tijd dat de economie op zijn gat ligt, stop jij met kopen.' Hiermee werd een interessant dilemma aangekaart. Óf we blijven de wereld verzieken met onze overconsumptie, óf we stellen allemaal een koopstop in en de economie zal instorten door stagnatie.


Ik kreeg meer vragen naar mijn hoofd geslingerd. Als consument hoef je niet zoveel uit te leggen, maar als je stopt met kopen moet je blijkbaar met goede argumenten komen. Vijf vragen en opmerkingen van sceptici:


Maar je moet toch ook genieten? Ik word gelukkig van een nieuwe aankoop.

We denken dat we gelukkig worden van spullen, maar dat is een illusie. Wel kan winkelen als 'een aangenaam tijdverdrijf worden beschouwd', zegt gedragseconome Henriëtte Prast. 'Net zoals er mensen zijn die graag naar voetbal kijken, zijn er mensen die het leuk vinden om in een winkel of op internet rond te kijken en te vergelijken.' Met andere woorden: kopen is een hobby. Oplossing: neem een andere hobby.


Het is een kwestie van een nieuwe gewoonte aanleren. Het duurt ongeveer een maand voordat het niet-kopen in je systeem zit. De eerste dertig dagen kost het nog moeite om voorbij een boekenwinkel te lopen of sta je ineens in de platenzaak om een cadeau voor een vriend te kopen, want cadeaus zijn geen spullen, toch?


Maar na een maand gaat het niet-kopen vanzelf. En het is de meest bevrijdende niet-bezigheid die ik kan bedenken. Alsof ik eindelijk bedrijven te slim af ben die bij mij een behoefte proberen te planten. Al die reclames waarmee ik niets hoef te doen. Ik heb geld over om uit te geven aan reizen, om uiteten te gaan en voor andere gave ervaringen. Ik ben nog steeds gehecht aan mooie spullen, maar dingen worden waardevoller als je er minder van hebt. En het werkt ontspannend om eerst alles stuk te laten gaan voordat je het gaat vervangen.


Na dat jaar niets kopen is er niet zoveel veranderd. Boeken, die blijven lonken. Maar verder: alles wat ik wil, heb ik of kan ik huren, lenen of tweedehands kopen. En als ik er echt, echt niet onderuit kom iets nieuws te kopen - nieuwe hardloopschoenen of onderbroeken - dan kijk ik of ze fairtrade zijn en duurzaam. Want al was mijn koopstop slechts een persoonlijk experiment, feit blijft dat de wereld in elkaar zakt door overproductie en er te veel vermoeide kinderen in fabrieken werken.


We moeten juist méér kopen, zegt Mark Rutte.

Ik had niet als doel te - ik beloof dit woord maar één keer te gebruiken - 'consuminderen'. De premier zal trots op me zijn, ik consumeerde me kapot dat jaar. Ik heb persoonlijk bijgedragen aan een groeiende omzet in de Amsterdamse horeca. Ik zat elke week in de bioscoop en musea waren blij met me. Ervaringen vormen het ideale surrogaat voor spullen.


Jíj hebt misschien te veel spullen, ík koop alleen wat ik nodig heb.

We denken dat spullen het leven comfortabeler maken, maar dat doen ze niet. Bezittingen eisen tijd, geld en energie. Hebben we ze eenmaal aangeschaft, dan moeten we ze onderhouden, repareren, verven, afstoffen, opladen, opruimen, wassen, sorteren, winterklaar maken, laten zien, opbergen, verhuizen. Judith de Leeuw maakte de documentaire Overal spullen. De Leeuw telde de spullen die ze met haar vriend en kind bezat: 15.732 objecten. De Leeuw: 'Ik ben de manager van spullen.' En als manager ben je nooit klaar. We hebben niet alleen wat we nodig hebben, we hebben veel meer dan dat.


Als we allemaal niets nieuws meer kopen, dan stort de economie in.

De meest gehoorde opmerking, vaak met enige agressie uitgesproken. Het is moeilijk jezelf te verdedigen tegen het verwijt dat je met een koopstop de economie om zeep helpt. Instinctief wilde ik zeggen: 'Dan zal er wel iets mis zijn met die economie, of niet soms?' Gelukkig zijn er experts die mijn recalcitrantie kunnen uitleggen.


De Britse econoom Tim Jackson schreef het boek Prosperity Without Growth. Jackson stelt dat wij 'welvaart' alleen zien in termen van geld en economische groei. We staan onder druk om meer spullen te kopen. Zelfs als we dat niet willen. De economie heeft het nodig om te groeien, om stabiel te blijven en om niet in te storten. Dat is de fout die economen maakten: het idee dat méér goed voor ons is, is te ver doorgevoerd. Ze zijn vergeten dat er een eindpunt is.


Oprichter van Economy Transformers, Damaris Matthijsen, snapt wel waarom een koopstop zo veel commentaar oproept: 'We hebben het vrijheidsprincipe als basis van onze economie. De vrijheid iets te kopen, hoort daar ook bij. Daar mag niemand aankomen, dat is de sociale pikorde die we kennen en waar we ons veilig bij voelen. Maar omdat de economie nu dus is gestoeld op competitie en groei, voel je je juist heel onvrij. Door de mondialisering van de markt worden we steeds uniformer; tegelijk proberen we uniek te zijn met onze producten. Om je te kunnen onderscheiden, moet je de hele tijd de eerste zijn.'


Vrijheid hoort niet thuis in de economie, zegt Matthijsen. 'We kennen de vrije markt óf meer regulering daarvan. Meer is er eigenlijk niet, denken we, maar er is meer. Omdat alle schakels in de productieketen fundamenteel afhankelijk van elkaar zijn, werkt samenwerken veel gezonder dan concurrentie. Dan komt de economie meer tot rust en bloeit ze eerder dan dat ze instort. Maar de economie moet daarvoor wel anders worden gedefinieerd en georganiseerd.'


Hippie.

Nee hip! Bezit is uit. Lenen, huren, delen en repareren is in. Met het wereldwijde web als tussenpersoon. Bezit verdwijnt als statussymbool bij mijn generatiegenoten. Ben je een beetje bij dan lease je een spijkerbroek bij Mud Jeans voor 5 euro per maand, leen je een backpack bij je buren via Peerby, ga je naar een Repair Cafe met een kapotte printer en huur je een auto via Greenwheels. Noem het een huureconomie, relatie-economie, samenwerkende consumptie of all the above.


In een bezitloze maatschappij koop je geen spullen, maar neem je diensten af. Het is een ontlasting voor de consument, maar ook voor de aarde. Minder bezit kan leiden tot een duurzame wereld die efficiënt met de schaarse grondstoffen omspringt. Bedrijven die hun spullen verhuren en weer terugnemen, hebben een veel groter belang bij het duurzaam maken van producten.


Damaris Matthijsen, oprichter van de beweging Economy Transformers, spreekt op TEDxDelft, 4/10, 9.50 uur. Tedxdelft.nl.





Buy Nothing New


Oktober is de Buy Nothing New Maand. Nieuwe spullen kopen mag niet, tweedehands kopen, weggeven, ruilen, delen, lenen, huren, zelf maken en repareren mag wel. 'We willen de aandacht vestigen op wat we écht nodig hebben', zegt Irene Rompa, initiatiefneemster van de Nederlandse versie. Eten, drinken, medicijnen en toiletartikelen mag je kopen, het is niet de bedoeling niets uit te geven. We willen mensen stimuleren hun geld te besteden aan ervaringen in plaats van nieuwe spullen.' Als je dertig dagen niets koopt, word je je daarna bewuster van je aankopen. Carolien Vader van Buy Nothing New: 'Koop je na die maand een goedkope of duurzame versie van een product? Een plastic stoffer-en-blik of de hout-metalen die een leven lang meegaat?' De Buy Nothing New Maand is uit Australië overgewaaid en werd vorig jaar voor het eerst georganiseerd in Nederland. Inschrijven: buynothingnew.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden