'Kijk je om, dan zie je een oorlog'

In vijf betoverende romans schreef Jean Rouaud een sociale geschiedenis van Frankrijk, gebaseerd op zijn eigen familie. In ‘De beloofde vrouw’ slaat hij andere wegen in....

Ik had nooit schrijver moeten zijn, zegt Jean Rouaud (1952), in zijn appartement in een rustige wijk van Parijs. In de salon hangt Afrikaanse kunst aan de muren, overheersen warme kleuren en ruikt het zoet naar de cantaloupe-meloen op de fruitschaal. De schrijver serveert geurige jasmijnthee in een grote Franse ‘bol’.

Inmiddels twintig jaar na zijn debuut is zijn verbazing onverminderd groot. Hij vindt het zelf, gezien zijn achtergrond, nog altijd een ongelooflijk verhaal. Maar het is wel degelijk het zijne: de zoon van eenvoudige Bretonse middenstanders had na zijn letterenstudie in Nantes allerlei baantjes; van pompbediende tot columnist in een regionale krant, van vertegenwoordiger voor medicinale encyclopedieën tot krantenverkoper in een Parijse kiosk.

In 1988 stuurde hij een tekst naar uitgeverij Minuit. Het gerenommeerde Minuit, dat Samuel Beckett had uitgegeven, en Marguerite Duras. En hij werd uitgenodigd door de legendarische uitgever Jérôme Lindon zelf.

Rouaud: ‘Hij was het die me zei: u moet een roman gaan schrijven. De term lotsbestemming is ingewikkeld, maar ik ben door die man gered. Voilà.’

Twee jaar later verscheen Rouauds debuut Les champs d’honneur, dat prompt werd bekroond met Frankrijks grootste literaire onderscheiding, de Prix Goncourt. Prijzengeld: 1 euro. Maar wel de garantie van een gigantische oplage en vele vertalingen in het buitenland. Rouaud hoefde niet meer naar zijn kiosk en wijdde zich in de jaren negentig aan het voltooien van wat een betoverend episch vijfluik zou worden.

De vijf boeken, voor het grootste deel vertaald in het Nederlands door Marianne Kaas, zijn afzonderlijk van elkaar te lezen. Rouaud neemt er zijn eigen familie als uitgangspunt voor het schrijven van een sociale geschiedenis van Frankrijk. In De velden van eer krijgen we een prachtig beeld van het Frankrijk van zijn grootouders, van de periode rond la Grande Guerre. Illustere voorgangers gaat over Rouauds vader, de sporen die de Tweede Wereldoorlog bij hem naliet, en zijn plotselinge dood als Jean elf jaar is.

In het volgende deel speelt de schrijver zelf de hoofdrol, als onzekere jongeling in de jaren zestig. Voor al uw geschenken is een eerbetoon aan zijn moeder en laat zien hoe snel Frankrijk veranderde in de tweede helft van de twintigste eeuw. In het laatste deel In de hemel zoals op aarde laat hij allerlei mensen, bekenden uit het dorp waar hij opgroeide, vrienden van zijn vader en zelfs zijn moeder vanuit de hemel, commentaar leveren op de boeken ervóór.

Sindsdien vernamen we in Nederland niets meer van hem. Rouaud: ‘Mijn boeken van de afgelopen jaren zijn ingewikkelder, meer onderzoekend van aard, ze bevragen de roman, méér dan dat ze een verhaal vertellen. Ook hier in Frankrijk is er een duidelijk verschil: hiervoor had ik veel lezers, maar nu veel, veel minder.’

La femme promise verschilt van zijn boeken uit het afgelopen decennium. Zijn overstap in 2001 van de literaire, modernistische uitgeverij Minuit naar het veel grotere Gallimard had te maken met zijn behoefte om andersoortige teksten te publiceren dan traditionele romans. La femme promise – ofwel De beloofde vrouw– is echter geenszins minder toegankelijk.

De duidelijk aanwezige verteller, een signatuur van Rouaud, is gebleven. Deze voert een man en een vrouw ten tonele. De twee ontmoeten elkaar in een uitzonderlijke situatie. De vrouw, Mariana, doet aangifte van een brutale inbraak waarbij de dieven niets in haar landhuis hebben achtergelaten. De man, Daniel, wordt door agenten binnengebracht in een duikerspak: zijn auto, met daarin zijn gewone kleding, is gestolen toen hij aan het diepzeeduiken was.

Rouaud: ‘Mijn idee was om een literair boek te schrijven met een echt liefdesverhaal, compleet met wat we hebben kunnen leren van de film: een happy end. In de literatuur loopt het nooit goed af. Terwijl we in de bioscoop juist vol verwachting uitkijken naar het einde. De Hollywoodfilm speelt in op ons verlangen naar geluk. Zonder het liefdesverhaal belachelijk te maken, wilde ik er in deze roman achterkomen hoe het happy end in films functioneert.’

Maar De beloofde vrouw is geen simpel boy-meets-girl-verhaal. De eerste pagina’s zijn zelfs tamelijk raadselachtig. Eens te meer omdat ze als introductie dienen, zonder dat ze zo worden betiteld. Er is sprake van een ‘klein meisje’ dat bij nadere bestudering tegen de veertig loopt, en van een oudere heer die haar vader moet zijn. Ze bevinden zich in het schemerduister en bekijken een tekening van een ree op een rots. Niemand anders dan de vader is op de hoogte van deze grot met prehistorische tekeningen.

‘Ik wilde verschillende thema’s aanroeren’, zegt Rouaud. ‘In dit boek zit bijna alles waarover ik in mijn andere boeken schrijf: kunst, de dood, ontmoetingen, afstamming.’ Stellig: ‘Ik zal hoe dan ook nooit lineaire romans schrijven, romans die geen vragen stellen over de vorm of de thema’s die erin worden aangeroerd. Maar het idee hier was dat al die informatie uiteindelijk naar de achtergrond verdwijnt, om plaats te maken voor de liefdesgeschiedenis tussen Mariana en Daniel.

‘Eigenlijk verwerk ik al vanaf het begin in mijn boeken hetzelfde idee. Het idee dat hier, in Europa, om het even wie maar achterom hoeft te kijken en een oorlog ziet, of twee. Het is een opeenstapeling van collectieve tragedies.

‘Men onderging de storm die de afgelopen eeuw was. Wat voor sporen heeft die storm achtergelaten in het individu? De tragedie van de Tweede Wereldoorlog weegt in Frankrijk nog zwaarder door weer een andere tragedie: die van de collaboratie. Het is de vraag van mijn generatie: collaboratie of verzet, wat zou ik hebben gekozen?’

In Rouauds tweede boek Illustere voorgangers spreekt hij liefdevol over zijn vader, die in het verzet heeft gezeten. Voor de kleine Jean was zijn vader een held: een grappige, intelligente en ijzersterke man. Nu, in De beloofde vrouw, grijpt hij de gelegenheid aan om het over de andere kant te hebben: ‘Hoe is het om de zoon te zijn van een klootzak?’

De grootvader van Mariana, het ‘kleine meisje’ in de grot, was zo’n klootzak. Bij een poging het land uit te vluchten, aan het einde van de oorlog, verongelukken hij en zijn vrouw met de auto. Zijn zoontje, Mariana’s vader, overleeft het ongeluk en torst bijna zijn hele leven een schuldgevoel met zich mee. Daarom trekt hij zich ook het liefst terug in zijn prehistorische grot.

‘Er waren in de prehistorie gemeenschappen die geen oorlog kenden. Geen van de opgegraven skeletten uit die tijd bevat sporen van een gewelddadige dood. Er zijn geen massagraven. Het ging mij erom een nieuw vertrekpunt te vinden, dat niet gewelddadig en bezoedeld is. Een plek waar schoonheid alle ruimte krijgt.’

Voor Jean Rouaud was een ‘gewoon verhaal’ nooit echt een optie, sterker nog, het ging hem helemaal niet om het verhaal. Hij wilde allereerst schrijver zijn. Dat hij daarvoor een roman moest schrijven, was eigenlijk een vervelende bijkomstigheid. ‘Sommige mensen willen brandweerman worden, ik schrijver. Het zou helemaal perfect zijn geweest als ik erkenning als schrijver had kunnen krijgen zonder daarvoor een letter te hoeven schrijven.

‘Ik denk dat dat komt door het onderbewuste dat je manipuleert, dat je aanzet tot het vertellen van dingen die je niet wilt horen, dat zegt: word maar schrijver, daarna zul je wel zien wat je te zeggen hebt.’

Bovendien kwam er voor Rouaud die gelukkige ontmoeting met Lindon, de man die hem op het goede pad bracht. Er zijn van die zeldzame ontmoetingen, zegt hij, die het leven compleet maken. De beslissende ontmoeting tussen Mariana en Daniel in zijn roman is er zo één.

Rouaud: ‘Je komt tientallen mensen tegen, maar het gaat om die ene ontmoeting, zoals in dit verhaal, die zo onwaarschijnlijk is, dat er gigantische krachten in het spel lijken te zijn om juist die ene ontmoeting, op die ene onwaarschijnlijke plek, te laten plaatsvinden.

‘Alsof iets of iemand dat voor je heeft geregeld, alsof je aangeraakt bent door een goddelijke genade.’

CV
1952

op 13 december geboren in Campbon (Bretagne)

1969

Haalt zijn diploma aan het lyceum in Saint-Nazaire

1969-1975

Studeert letteren in Nantes, waar hij ook afstudeert

1978

Komt op de redactie van de regionale krant Presse-Océan

Jaren ’80

Woont en werkt in Parijs

1988

Beslissende ontmoeting met uitgever Jérôme Lindon, die zijn vaste redacteur wordt

1990

Debuut Les Champs d’honneur, bekroond met de Prix Goncourt

1991-2001

Vertalingen van zijn eerste vijf romans verschijnen bij Van Oorschot: De velden van eer, Illustere voorgangers, De wereld bij benadering, Voor al uw geschenken, In de hemel zoals op aarde

2010

De beloofde vrouw

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden