Kijk eens: joodse Schwarzeneggers!

Negen monitoren zijn in het Filmmuseum in Amsterdam gerangschikt rond een tiende, die de film Theresienstadt, ein Dokumentarfilm aus dem jüdischen Siedlungsgebiet toont....

GRETA RIEMERSMA

WAAROM heeft hij het gedaan? 'Warum hast du es geglaubt?', vraagt de Deen Salomon Fischerman. Hij richt het woord tot de Duits-joodse regisseur en acteur Kurt Gerron, die als gevangene in Theresienstadt in opdracht van de Duitsers de propagandafilm over het doorgangskamp regisseerde. Maar Gerron kan de vraag niet beantwoorden. Hij is dood. Vermoord in Auschwitz. Hij is alleen nog op een enkele schimmige foto te zien, en in zijn eigen film. Een kort moment blikt hij in de camera. Als Fischerman hem opmerkt, schakelt hij van Engels over op Duits. Waarom? Waarom!?

Als Fischerman dat vraagt, kijkt hij naar de film. Maar op zijn beurt zit ook hij in een film, of liever gezegd een video. Hij is een van de dertien mensen die Sandra van Beek en Kees Hin hebben opgenomen, terwijl ze de leugens bestuderen die de Duitsers de buitenwereld wilden verkopen. Hun reacties zullen op het Holland Festival in negen monitoren zijn gestopt, terwijl in de tiende het materiaal is te zien waar het allemaal om gaat: Theresienstadt, ein Dokumentarfilm aus dem jüdischen Siedlungsgebiet.

De bezoeker van de voorstelling in het Filmmuseum in Amsterdam zal monitoren zien, links en rechts gerangschikt om die ene afschuwelijke heen. Het geheel moet de indruk wekken dat dertien mensen ter plekke in een halve cirkel de propagandafilm bekijken. Hun gezichten zijn opgenomen tegen dezelfde grijsblauwe achtergrond. De film waarnaar ze kijken is voor de gelegenheid niet beperkt tot de 22 minuten die ervan over zijn, maar is door herhalingen en vertragingen sterk verlengd. Soms reageert de een, soms de ander, soms een aantal tegelijk.

Het idee voor de installatie Theresienstadt: film of waarheid is ontstaan uit hetzelfde dilemma dat Fischerman kwelt. Waarom werkte Gerron samen met zijn beul? Wilde hij coûte que coûte kunstenaar zijn? Was hij naïef? Hoopte hij zo de dood te ontlopen? De Tsjechische tekenaar Fritta weigerde mee te werken aan de Verschönerung van het kamp, die nodig was voor een bezoek van het Rode Kruis en even later voor de film. Auschwitz was zijn straf. Gerron handelde tegenovergesteld, maar hij eindigde evengoed in de gaskamer.

Van Beek werd geïntrigeerd door die vragen. Ze sprak erover met Hin. 'Natuurlijk moeten we die man aanpakken', was zijn reactie. Niet dat het project iets te maken heeft met 'vijftig jaar bevrijding'. De Tweede Wereldoorlog is 'onze' geschiedenis die het leven van velen tot op heden bepaalt, meent Hin. 'Als schrijver en filmer moet je daar voortdurend mee bezig zijn. Die halve vorm van medeplichtigheid, dat is het thema. Dan denk ik: in welke vorm doen we het zelf?'

Ook Fischerman heeft meegewerkt aan de Theresienstadt-film. Hij was lichtjongen en hij komt kort in beeld als figurant, terwijl hij met zijn hand door het haar strijkt. 'My wife says, I'll do the same today', zegt hij in de voorstelling bij het zien van die beelden. Hin: 'Hij vond het prachtig, het was zo'n jochie dat overal haantje de voorste was, het was een avontuurlijk ventje. Gerron hield van dat soort ventjes.'

Gerron was in de jaren twintig en dertig beroemd, onder andere door zijn optreden in de Dreigroschenoper van Brecht en Weill en in de film Der blaue Engel met Marlène Dietrich. Toen de SS hem in 1933 verbood te werken voor de UFA-filmstudio's in Berlijn, vertrok hij naar Nederland. Gevangenen die hem leerden kennen in Theresienstadt, beschrijven hem als iemand die zich zeer bewust was van zijn roem. 'Een prima-donna', verklaarde Fischerman tegenover Van Beek. 'Hij bleef tot de laatste seconde toneelspelen.'

Nog voor de film goed en wel klaar was, werd hij in oktober 1944 afgevoerd naar Auschwitz. Fischerman was getuige van zijn vertrek. Gerron liep naar kampcommandant Rahm. 'Hij zei: Bitte. Rahm zei: Weiter gehen. Toen had hij voor het eerst door wat er aan de hand was. Ik zag het aan zijn gezicht. Hij zakte in elkaar. Hij was er zo zeker van dat het een vergissing was dat hij op transport moest. Hij had deze film gemaakt. Dat zou hij altijd gedaan hebben. Hij was een vakman. In zekere zin had hij geluk dat ze hem die film lieten doen', zo noteert Van Beek in het boekje voor de voorstelling.

Wat maakte Gerron nu precies - overigens met hulp van anderen - daar in Theresienstadt? Een film waarin kinderen spelen op een speelplaats, mannen en vrouwen een tuin begieten, vrouwen op keurige stapelbedden praten of lezen, mannen douchen of voetballen, mensen genoeglijk aan tafel met elkaar dineren, orkestleden werk uitvoeren van de Tsjechische componist Pavel Haas onder leiding van Karel Ancerl, enzovoort, enzovoort. 'This is more than a usual holiday', merkt een van de geïnterviewden spottend op.

Oorspronkelijk duurde de film anderhalf uur. Delen ervan zijn in de jaren zestig teruggevonden in Tsjechoslowakije en Israël. 'Er moeten minstens drieduizend mensen in de film hebben gefigureerd, van wie de meesten na de opnamen werden doorgestuurd naar de gaskamers in Polen', schrijft Van Beek. De film moest buiten Theresienstadt het idee verspreiden dat het verblijf daar wel degelijk een veredelde vakantie was. Met een film was dat gemakkelijker te bewerkstelligen dan met bezoeken van Rode Kruis-delegaties.

Voor de film kon alles eenmalig fake zijn. Weliswaar zijn sommige scènes op waarheid gebaseerd, zoals het maken van tassen en schoenen in werkplaatsen. Een man in een van de monitoren kan bij het zien van die scènes zijn ogen er niet van af houden: 'Zie je wel. Dit is een tas. Die strepen, die worden op de bodem van de tas gemaakt, zodat die bodem niet in elkaar klapt. Ja, zie je wel. Een tas. Varkensleer.'

Maar in tuinen werd niet gewied. Wellicht werd er wel eens een potje voetbal gespeeld, maar niet met tribunes vòl publiek zoals in de film. Kinderspeelgoed werd bij binnenkomst in het kamp afgenomen. Gedineerd werd er geenszins. Zoals bekend werd de kunst op grote schaal bedreven, maar het voltallige orkest uit de film werd een paar dagen na opname op transport gesteld.

Ook de blijheid van de figuranten is nep - dat behoeft geen betoog. Er was geen andere keuze dan doen wat de SS opdroeg: blij kijken. Hin: 'Het was toch één groot abattoir? Er liepen prachtige paarden rond. Die lieten ze wat circuskunstjes doen, voordat ze werden afgeslacht.' Veelzeggend zijn de reacties van de geïnterviewden: 'Dit is heel iets anders dan een vakantiehuisje op Texel. Zie je? Ze lachen wel, maar het is niet echt.' Of, als indrukwekkende mannenlichamen een aambeeld bewerken: 'Joodse herculessen. Kijk eens! Joodse Schwarzeneggers. Schitterend. Hebben ze het daar niet goed?'

Hin en Van Beek hebben mensen uitgenodigd om verschillende redenen. De een omdat hij als violist uitleg kon geven bij de muziekuitvoering, de ander omdat hij voetballer is en iets kon zeggen over de voetbalwedstrijd, sommigen omdat ze in Theresienstadt hebben gezeten, sommigen omdat ze behoren tot de tweede generatie. Hin en Van Beek beseffen dat de kijker door de grote hoeveelheid monitoren zijn oriëntatie kan verliezen, zeker als de personen erin door elkaar praten.

Hin: 'Je kiest voor deze vorm omdat je brutaal wilt zijn, we zijn geen lieverdjes, maar de bron is dat stukje film over Theresienstadt.' Want afgezien van de fascinatie voor Gerron, was de ergernis over de vele verhalen die bestaan over de film een reden om het project uit te voeren: 'Mensen vertellen elkaar na, van boek naar boek. Wij zeiden: als je alleen dat stukje film hebt, wat kun je dan te weten komen? Velen denken dat het voorbij is als je het begrijpt. Maar het is niet te begrijpen.'

Om dat te benadrukken mogen degenen die via de monitoren worden getoond best door elkaar kwetteren. Niet te, wel wat, vindt Hin. 'De duidelijkheid van deze installatie is dat het tegenstrijdig is. Er is niet één waarheid over de film.' Om even later op te merken: 'We hebben de film afgepakt van die SS-meneer Rahm en teruggegeven aan de mensen in de film. Door naar die film te kijken kun je een beetje in die tijd komen, bij die mensen.'

Van Beek: 'Heb jij dat ook? Dat je in de film steeds denkt dat je mensen herkent? Heel veel kijken recht in de camera. Je wilt méér over hen weten.' Hin: 'Die mensen zijn zo dichtbij. Het zijn portretten van mensen die je ook in fotoalbums van je ouders tegenkomt. Als maar één iemand zegt: hé dat zou mijn leraar Duits kunnen zijn, dan hebben we het gered. Dan hebben we de mensen in de film uit de anonimiteit gehaald.'

Theresienstadt: film of waarheid van Sandra van Beek en Kees Hin, 1 tot en met 28 juni in het Filmmuseum in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden