Kijk! De orgelman!

Production designer Vincent de Pater ontwierp voor de verfilming van 'Ja Zuster Nee Zuster' de verloren gegane wereld van zuster Klivia en meneer Boordevol....

Annie's heet het winkeltje op de hoek, met een etalage vol poppen en eerste hulp-koffers. Aan de overkant woont mr. Kramer, ongetwijfeld de enige bridger uit de Primulastraat. Even verderop zit een gloednieuw kapsalon. Daar weer tegenover, bij het huis van meneer Boordevol, de kwaaie huisbaas, is een opstootje geweest. Er zit een gat in het raam van zijn voordeur.

Production designer Vincent De Pater stiefelt door de Primulastraat, de door hem ontworpen locatie van Ja Zuster Nee Zuster. De strapatsen van Zuster Klivia en haar buurtgenoten, hoofdrolspelers uit de 20-delige tv-serie die tussen 1966 en 1968 werd uitgezonden, worden verfilmd door Pieter Kramer. Aan De Pater de taak de mythe opnieuw een gezicht te geven; omdat het oorspronkelijke tv-materiaal bijna in zijn geheel werd gewist, weet niemand meer precies hoe Klivia's 'rusthuis vol herrie' er destijds uitzag.

'De nagebouwde straat is 47 meter lang,' vertelt De Pater later, in zijn werkruimte. '47 meter is het minste om een straat te suggereren. In werkelijkheid is een straatje van 60 meter al piepklein.' Klivia's buurtje is neergezet onder het dak van hal 604 op het voormalige Storck-terrein in Amsterdam-Oost, maar de klinkers van de straat werden wel gelegd door echte stratenmakers. 'Het alternatief was om ze te schilderen. Dat vond ik een te grote concessie. Het verliest dan zijn impact. Het zou niet meer mijn straatje zijn geweest.'

Vincent de Pater ontwerpt filmwerelden. Het is zijn werk te suggereren en illusies te scheppen. Als art director gaf hij smoel aan onder meer Tot ziens, Madelief en Total Loss. Van Belle van Zuylen, fl 19,99, De zee die denkt en Minoes was hij de production designer - in die functie is De Pater al vanaf het allereerste begin betrokken bij de totstandkoming van een film. 'Je praat dan over alles mee. Dus ook over de kleurtinten en het soort kaders die de cameraman denkt te gaan gebruiken.'

Zowel voor Minoes als Ja Zuster Nee Zuster moest De Pater zich verdiepen in de wereld van Annie M.G. Schmidt. De Primulastraat is kenmerkend voor de jaren zestig, toen nog werd geloofd in een betere wereld. Een overzichtelijk straatje is het, met gepoetste stoepen en slechts enkele auto's langs de kant van de weg. De SRV-man kan elk moment met zijn rijdende supermarkt de hoek om komen. En kijk! Daar is de orgelman! Holland in de sixties. 'Doe wat je 't liefste doet', zingt Klivia (Loes Luca) olijk. 'Ja zuster, nee zuster' antwoorden haar buren in koor.

Voor het opbouwen van Klivia's wereld is De Pater niet op zoek gegaan naar de nog bestaande zwart-wit beelden uit de serie. Hij zocht, net als voor Minoes, inspiratie bij onder meer Jacques Tati.

'Ik wil niet een kopie van de serie maken, maar het gevoel overbrengen. Ik had de Rotterdamse buurt in mijn hoofd waar ik zelf opgroeide. Ja Zuster Nee Zuster moet de netheid van de jaren zestig uitstralen. Dat opgeruimde. Alles zo clean mogelijk. Nergens slijtage. Het is allemaal zo opgepoetst dat het gaat benauwen.'

Ja Zuster Nee Zuster is volgens De Pater een terugkeer naar de straat waar 'je als kind ooit hebt gestoeprand'. Een bloemenperkje ('bewust heel nepperig') zorgt voor wat kleur in een verder ordentelijke buurt.

'In Killendoorn, het stadje uit Minoes, is het rommeliger. In die film is het realisme-gevoel groter. Op de set van Ja Zuster Nee Zuster heb ik plompverloren een achterdoek opgehangen. In de achtertuin, zeg maar. Die kunstmatigheid kon, omdat we een musical maken waar we veel met suggestie werken.'

Nadat hij locaties en foto's had bekeken, bouwde De Pater Klivia's straat in zijn computer stap voor stap op. Eerst een plattegrond, en vervolgens de huizen en de winkels. De wasserette. Het rusthuis. En kapsalon Mimosa, waarvan Wouter (gespeeld door Paul de Leeuw) de eigenaar is. Dat er niet op echte locaties gedraaid zou worden, was hem al snel duidelijk, omdat 'de echtheid eruit moest'.

Met zijn medewerkers - in totaal leidt De Pater een team van 40 mensen - deed hij de research. Oude tijdschrijften werden uitgeplozen, boeken, en folders. 'Om de kleuren uit die tijd te bepalen en een richting te vinden.' Regisseur Pieter Kramer (Theo en Thea en het Tenenkaasimperium, 30 Minuten), verzamelaar én connaisseur van trivia, kwam zelf met het tapijt aanzetten voor Boordevols huis. En wat serviesgoed.

Met een budget van zes miljoen gulden is Ja Zuster Nee Zuster een groot project in vergelijking met de eindexamenfilm waarbij De Pater in 1988 zijn debuut als art director maakte. In het pre-digitale tijdperk ging hij met matte-paintings en modellen in de weer om een effect te bereiken. 'Als er geen cent is, moet ook de art director slikken. Alleen ben ik wel strenger geworden. Als ik geen oké krijg, moeten er maar scènes worden geschrapt. Ik kan niet omwille van een bezuiniging besluiten iets dan maar niet te schilderen. Dan zou ik mijn werk niet serieus nemen.'

Voor Ja Zuster Nee Zuster is De Paters werkbudget 'aan de onderkant van realistisch'. Hij neemt de verantwoordelijkheid zover hij die kan nemen. 'Maar de film is met te veel haast van de grond getild, ik denk door de onduidelijkheid over de fiscale constructie die investeren in films aantrekkelijk maakt.'

Bij Minoes (budget: twaalf miljoen) was meer financiële armslag. 'Toen kon ik zelfs in een laat stadium nog een aantal stegen nabouwen, omdat de bestaande locaties bij nader inzien niet aansloten op de beoogde sfeer.'

Een prettige samenwerking had hij ook met Peter Delpeut, met wie hij Felice... Felice... maakte. Voor die film tekende De Pater ook het storyboard. 'Na het tekenen was het ontwerp eigenlijk klaar. Het vooraf gemaakte budget bleek toen niet toereikend en is aangepast op basis van het storyboard.'

Felice... Felice..., over een reis van een fotograaf door Japan, werd opgenomen in een Amsterdamse studio. Daar werden Japanse kamers nagebouwd.

'Soms ligt het storyboard al klaar. Dan staat al veel meer vast wat er uitgebeeld en gebouwd moet worden. Bij Felice... Felice... kon ik tijdens het tekenen op zoek naar oplossingen. Daar hadden we later veel gemak van.'

Hij wil niet de indruk wekken altijd op zoek te zijn naar de enige juiste mogelijkheid. Ontwerpen is per slot van rekening geen wetenschap. 'Zover als het gaat, probeer je historisch correct te zijn. Zo hebben we van het duivenvoer in Ja Zuster Nee Zuster gecheckt of het in 1966 ook echt bestond. Maar waar ligt de grens? Je duikt in veel specialismen om een totaalbeeld te krijgen, maar de film moet wel gedraaid worden.'

Voor Belle van Zuylen - Madame de Charrière liet De Pater een behang namaken dat 'een interpretatie' was van wat in de achttiende eeuw als modieus gold. Bij de opnamen van Gerrit van der Elsts Advocaat van de Hanen liet hij de parkeermeters staan, ook al waren die in het straatbeeld van 1980, het jaar waarin de boekverfilming speelt, nergens te vinden.

'Het wordt pas een probleem als bepaalde elementen echt storen. Als dat zo is, dan moet je ze weghalen. Het gaat om het gevoel dat het allemaal klopt. Filmen is doen geloven.'

Minoes draait momenteel in de bioscopen. Ja Zuster Nee Zuster gaat in december 2002 in première.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden