Kiezer is gebaat bij twee machtsblokken

Politieke partijen halen bij verkiezingen geen meerderheid meer. Ze moeten nu in de Kamer samen optrekken en clusters gaan vormen....

Ton Planken

De cruciale vraag wie de regeermacht krijgt, ligt nog levensgroot op tafel. We vinden die drassige situatie heel gewoon, maar laten we eerlijk zijn: een beschamender oogst van nationale verkiezingen is toch niet denkbaar? Kan het niet anders? Op het eerste gezicht niet. Elke partij is de afgelopen jaren zo suboptimaal bezig geweest, dat de partijen samen niet in staat zijn gebleken de legitieme behoeften van miljoenen gefrustreerde landgenoten beleidsmatig te verwerken. Zodat nieuwkomers zomaar konden doormarcheren naar 26 (LPF) en 24 zetels (PVV), verbijstering en instabiliteit achterlatend.

Bespaar ons de kunstgrepen

Een kiesdrempel van 5 procent, zoals in Duitsland, zal hier te vuur en te zwaard worden bestreden. Een districtenstelsel is als concept kansloos gebleken en zelfs de Britten willen er nu vanaf. Sterker, alle denkbare verbeteringen die via wetgeving, laat staan grondwetswijziging, zouden moeten worden afgedwongen, zullen smoren in het Nederlandse politieke moeras. Al moeten we misschien wel afspreken dat degene die de fractie wenst te verlaten (Verdonk, Wilders, Lazrak, Nawijn, etc.) zich niet aan zetelroof mag schuldig maken. Voorkeurstemmen ten spijt.

Tegelijkertijd dringt het besef door dat niet één enkele politieke partij nog de illusie kan hebben dat zij ooit meer dan 50 procent van de stemmen zal kunnen binnenhalen. Zelfs een combinatie van twee partijen gaat dat niet meer lukken. Nog sterker, partijen hebben zelfs nauwelijks een ijzeren aanhang. Zie het CDA. Van de kiezers van de PvdA bijvoorbeeld heeft 42 procent aangegeven dat Cohen hun stem alleen maar te danken heeft aan strategisch stemmen. Illusies opbergen graag.

Organische groei nodig

Er moet dus een organische weg gevonden worden die leidt naar combinaties van partijen die wél een meerderheid lijken te kunnen genereren. Die weg is er wel degelijk. Via simpele belangenruil. Als fractiespecialisten in de Kamer amendementen, moties of initiatiefvoorstellen erdoor willen krijgen, plegen zij te gaan wheelen en dealen met andere fracties. Dat werkt uitstekend en leidt er bovendien toe dat binnen de Kamer (ook) wederzijds respect en ontspannen verhoudingen bestaan. Waarom niet een stap verder gaan en bij de behandeling van elk wetsvoorstel of elke beleidsnotitie per cluster van fracties één enkele woordvoerder naar voren schuiven? Welke burger, welke krant, welk tv-station, welke website, welke pressiegroep zit te wachten op tien betogen over hetzelfde regeringsplan?

Twee tegengestelde zegslieden is genoeg. Het is verhelderend voor de kiezer. Hij krijgt onder ogen wat het progressieve cluster wil en hij ziet wat het conservatieve cluster wil. Met als bijvangst dat dit het debat waarschijnlijk meer diepgang geeft – want nog grondiger voorbesproken – en het de debattijd aanzienlijk beperkt. De clusterwoordvoerders zijn ook meteen kandidaat-minister.

De premier werkelijk kiezen

De uiteindelijk bedoeling zal duidelijk zijn: in de jaren dat een kabinet bestaat – gemiddeld 2,5 jaar – groeien er langzaam combinaties van Kamerfracties. Fracties die overigens gewoon kunnen voortgaan zich te laten inspireren door sterk uiteenlopende bronnen (bijbel, socialisme, liberalisme). Maar die ook snappen dat zij ook een constellatie in het leven moeten roepen die de destabiliserende effecten van een veelpartijensysteem moet gaan wegvangen.

Uiteindelijk moeten er pal voor de nieuwe verkiezingen op het netvlies van de kiezer slechts twee groeperingen van fracties staan. Elke combinatie kan dan terecht de pretentie hebben dat zij na verkiezingen gaat regeren. Dan gaan de kiezers echt de minister-president kiezen en treedt meteen een compleet kabinet aan. Het nieuwe staatshoofd is dan ook mooi van de taak verlost om de informateur of formateur aan te wijzen.

Voorzichtig beginnen

Zouden de huidige Kamerleden van al die uiteenlopende partijen hieraan willen beginnen? Er zijn inderdaad handenvol redenen te bedenken om het niet te doen. Maar laten we optimistisch blijven en Kamerfracties aanraden heel voorzichtig te beginnen met enkele experimenten. Om een onschuldig voorbeeld te geven: Agnes Kant had op het vlak van de thuiszorg de collectieve woordvoerder van SP, PvdA, GL en D66 kunnen worden. Iemand die kans zag er drie initiatiefvoorstellen voor het zekerstellen van sociaal aanvaardbare thuiszorg door te krijgen, zou zo’n status aan de linkerkant absoluut hebben verdiend. Zo zijn er ook ter rechterzijde op uiteenlopende beleidsterreinen goede ‘gezamenlijke’ woordvoerders denkbaar.

Het woordvoerderschap op een beleidsterrein gaat dan naar die fractie die haar sporen op dat terrein heeft verdiend, of die het meest kansrijk opereert, bij voorkeur achter de schermen. Val ons, arme kiezers, alsjeblieft publiekelijk niet met die koehandel lastig. Kom met een compromis per cluster van fracties dat hout snijdt, en verwerk de brij aan hele en halve andere plannetjes in het compromisvoorstel.

Aan de kant van de hervormingsgezinden zien we wellicht D66 bij onderwijs als gezamenlijke woordvoerder; of duurzaam bij GroenLinks. Aan de kant van de behoudende partijen zou de PvdA bij integratie woordvoerder kunnen worden; het CDA bij normen en waarden; en de CU bij Jeugd en Gezin. Om maar wat voorbeelden te noemen.

De rol van de fractieleiders

Maar wat moeten de fractieleiders dan nog voor rol vervullen ? En hoe zit het met de profilering van de partijen? En wie bepaalt welke lijsttrekker per machtsblok naar voren wordt geschoven?

Elke partij blijft zich profileren zoveel als zij wil, alleen niet via álle woordvoerderschappen in de Kamer, maar slechts op een beperkt aantal terreinen waar zij zich wél kan onderscheiden en mede namens andere partijen wil optreden. De fractieleiders beperken zich voorlopig net als nu tot de Algemene Beschouwingen en debatten waar een principiële stellingname geboden is, of als het kabinet aan het wankelen is.

De gezamenlijke lijsttrekkers van het cluster voor de nieuwe Kamerverkiezingen kan worden gekozen op een gezamenlijk congres van de partijen die geleerd hebben samen te werken. Dan praten we tenminste serieus over Femke Halsema of Mark Rutte als kanshebbers voor dat lijsttrekkerschap en het premierschap.

De verkiezingsdebatten hoeven zich dan niet langer tussen tien lijsttrekkers af te spelen, maar tussen twee groepslijsttrekkers. Dan kunnen de groepswoordvoerders ook eindelijk eens de diepte in. Gefröbel van omroepen kan de pas worden afgesneden. Hier spreken immers politici die klaar zijn om te regeren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden