'Kies alsjeblieft voor positieve energie'

Premier Balkenende heeft het gehad met het negativisme in Nederland. Dat leidt tot niets. De samenleving moet zich bewust worden van haar mogelijkheden....

In de vliegtuigstoel terug naar Nederland, biertje onder handbereik, kijkt hij terug op de opmerkelijke speech, die hij die ochtend hield bij een herdenkingsplechtigheid van de holocaust. In scherpe bewoordingen veroordeelde hij de houding van Nederlanders ten opzichte van joodse medeburgers tijdens de bezetting. Hij sprak over onverschilligheid, kilte, verraad. Was dat nodig?

'Ik vond van wel. De joodse bevolking, maar ook de mensen in eigen land, hebben behoefte aan het eerlijke verhaal: wat is er werkelijk gebeurd, wie hebben zich ingezet voor joden? We hadden in Nederland het beeld van de soldaat van Oranje: het heldhaftig verzet, het feit dat mensen Anne Frank hebben geholpen.

'Maar we weten inmiddels dat het meestal anders was, echt anders. Daarom vond ik het van belang dit te zeggen. Er waren 140 duizend joden. Zij waren geintegreerd, zij functioneerden gewoon. Van hen zijn er niet meer dan 40 duizend teruggekomen. Dat is de realiteit. En dat maakt het voor Nederland een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis.

'Er zijn natuurlijk zat Nederlanders die hun leven hebben gegeven, die in het verzet zaten. Zij hebben er recht op dat we ze noemen. Maar daarnaast heb je ook mensen die hebben meegelopen, die hun ogen sloten. Er zijn zo veel joden afgevoerd in Nederland. Het gaat mij erom een eerlijk verhaal te vertellen.'

Voelt u zich als premier verantwoordelijk voor wat zestig jaar geleden is gebeurd?

'Je moet oppassen voor grote woorden. Ik ben zelf in 1956 geboren. Ik heb de oorlog van horen zeggen. Maar ik kan me wel verantwoordelijk voelen voor het beeld dat wordt geschapen van die periode.'

Vijf jaar geleden nam uw voorganger Kok een vernietigend rapport in ontvangst over de kille ontvangst van Nederlandse joden die uit de concentratiekampen terugkwamen. Hij vond het moeilijk om met terugwerkende kracht verwijten te maken. Hij zei: 'Je weet niet hoe je het zelf gedaan zou hebben.' Gaat dat wel eens door uw hoofd, hoe u het zelf gedaan zou hebben?

'Het is gevaarlijk om snel een moreel oordeel te vellen. Want het was een moeilijke periode. Aan de andere kant moeten we wel met elkaar het debat aangaan over de vraag: hoe heeft het zover kunnen komen?'

Is wat u hebt gezegd genoeg? Is dit wat de Nederlandse regering kan zeggen?

'Ik heb gesproken vanuit de rol van premier. Als je zegt wat ik heb gezegd: onverschilligheid, verraad; dan zeg je in scherpe bewoordingen heel veel.'

Door naar de toekomst van uw kabinet. U zit op de helft , hoewel PvdA-leider Bos zegt dat het tijd is voor verkiezingen, dat het lang genoeg heeft geduurd.

'Hahaha. Te lang geduurd. Het is toch een lachertje.'

In de redevoeringen die u het afgelopen jaar heeft gegeven, spreekt u keer op keer vol ergernis van somberheid en cultuurpessimisme onder bepaalde groepen.

'We weten allemaal dat goed nieuws vaak wegspoelt en slecht nieuws snel de media haalt. Neem het Innovatieplatform. Ik hoor alleen maar: het deugt niet, het wordt niks. Maar er gebeuren daar ook heel goeie dingen. Hetzelfde bij de maatschappelijke onrust bij de vreselijke moord op Van Gogh. Direct zie je het beeld dat alles fout gaat. Terwijl er ook prachtige initiatieven zijn. Dat wordt vaak vergeten. We moeten af van dat negativisme. Kies alsjeblieft voor positieve energie.'

De gebeurtenissen in Nederland zijn toch eerder om pessimistisch van te worden. Rabiaat rechts rukt op, onverdraagzaamheid neemt toe. De angst voor de islam groeit. Radicalisering in die kringen neemt toe.

'Ik zie heus wel dat er heel kritische ontwikkelingen zijn. Om die reden zeggen wij: de verschillende groepen in het land, christenen, humanisten, islamieten en anderen, moeten één zijn in hun afwijzen van terreur en geweld.

'Ik keer mij tegen de geest om dingen alleen maar negatief te duiden. Ik vind het ook niet passen bij Nederland. Dit was het land dat de wereldzeeën ging bevaren. We wilden verder komen en we hebben geweldige wetenschappers voortgebracht. Eigenlijk is Nederland een land waar je geweldig trots op kunt zijn.'

U vraagt niet alleen optimisme. U belijdt een nieuw positivisme.

'Ja, een nieuw positivisme. Wij houden elkaar in Nederland soms zo bezig met de negatieve ontwikkelingen. Kleine verschilletjes, hypes, het opblazen van tegenstellingen. Ik geloof dat mensen langzamerhand door beginnen te krijgen dat we daarin doorschieten. Wat brengt het ons eigenlijk? Wat brengt het ons als we de tegenstellingen nodeloos vergroten.

'Als je zoals wij net in Israël zijn geweest, dan moet je je toch schamen voor het feit dat we ons in Nederland vaak druk maken over niks? Ik geloof dat nieuw positivisme nodig is om die agenda van verandering er door te krijgen. Weet u, ik heb het een beetje gehad met al dat doorgeslagen negativisme. Daar heb ik het gewoon mee gehad.'

Zit het in onze volksaard, denkt u?

'Ja, we kunnen wel eens boos zijn en ontevreden zijn. Maar er zijn ook andere momenten, wat ik het oranjegevoel noem. Dat zie je bij de sport. De ontlading: we hebben de wereldbeker! Dat gevoel van trots, maar ook dat je blij kan zijn met kleine dingen. Hoe kinderen functioneren in een wijk. Ook dat is het oranjegevoel.'

Uit uw speeches blijkt ook dat u vindt dat te weinig wordt nagedacht over het nageslacht.

'Veel Nederlanders zijn gewend te denken: er wordt voor mij gezorgd. Maar ik denk dat Nederlanders feitelijk een dubbel gevoel hebben. Als je tegen mensen zegt dat het anders moet, zeggen ze ''je hebt helemaal gelijk''. Alleen wanneer het op korte termijn gaat spelen is het vaak: doe maar zonder mij.

'Ik geloof dat doordringt dat er iets moet veranderen. Ik weet nog goed toen ik begon over waarden en normen. Hoe ben ik niet belachelijk gemaakt. Ridiculiseren die premier! Ja toch. Maar als je nu kijkt hoe mensen het thema oppakken. Ik merk dat het lacherige helemaal weg is. Je kunt met heel veel mensen praten over de betekenis ervan. Ook mensen die vroeger zeiden, ach: het hoeft van mij niet.'

Dat begrip lijkt nog niet te gelden voor uw beleid tegen terrorisme. Er is kritiek. Het gaat veel te ver. De rechtsstaat wordt aangetast.

'Wij werken aan meer veiligheid. We werken aan herstel van de balans tussen privacy aan de ene kant en de rechten van de samenleving aan de andere kant.

'Als wij vinden dat Nederland veiliger moet worden, moeten we accepteren dat dna-materiaal wordt gebruikt in strafrechtzaken. Dat er zonodig twee op een cel moeten, dat je kiest voor preventief fouilleren. En dat je mensen van wie de dreiging van terrorisme uitgaat, tijdig aanpakt. Ik weet precies wat er gebeurt als er straks ergens iets ergs gebeurt. Dan wordt de vraag gesteld: wat heb jij eraan gedaan? En dan krijg je de parlementaire enquêtes. Dus zeg ik: we moeten er tijdig bij zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden