Khmer-top wist alles van gruwelen

Al in hun eerste jaar aan de macht, een kwart eeuw geleden, gelastten de hoogste leiders van de Rode Khmers de arrestatie en executie van duizenden Cambodjanen die zij ervan verdachten hun revolutie te willen ondermijnen....

The New York Times

In één van die rapporten, waarvan een geheime kopie werd toegestuurd aan Nuon Chea, de tweede man van het Rode-Khmerbewind, bracht een gevangenbewaarder verslag uit van de marteling van Man San, een van de duizenden Cambodjanen die werden vermoord in de Tuol Sleng-gevangenis in Phnom Penh.

''s Avonds martelden we hem met 20 à 30 zweepslagen', schrijft kameraad Pon op 25 september 1976. Vervolgens kreeg het slachtoffer ervan langs met een eind rotan. Daarna werd hem verteld dat zijn gezin ook was gearresteerd en zou worden gemarteld als hij niet bekende dat hij verraad had gepleegd aan de revolutie. 'Weet je wel dat je vrouw en kind hier ook zijn?' werd hem gevraagd. 'Weet je hoe ze eraan toe zijn?' En het rapport gaat verder: 'Tegen tienen wilden we juist onze blote handen gebruiken, toen hij bekende.' Daarop werd het slachtoffer geexecuteerd. Zijn vrouw en kind werden ook om het leven gebracht.

Dit is een van de duizend telegrammen en documenten gericht aan hoge Rode-Khmerleiders die onlangs zijn gevonden. Ze vormen het eerste tastbare bewijs dat de top rechtstreeks betrokken was bij de moord op bijna een miljoen Cambodjanen en de dood van nog een miljoen door honger en ziekte in de jaren van het Rode-Khmerbewind, 1975-'79.

Voor die misdaden zelf bestond al bewijs te over, in de vorm van talloze massagraven, miljoenen documenten, foto's van de slachtoffers en bekentenissen uit de martelkamers. Maar voor het eerst wordt nu zichtbaar langs welke hiërarchische lijnen de partijtop in verbinding stond met de moordenaars.

De bewijsstukken zijn vervat in een rapport van het Onderzoeksbureau Oorlogsmisdaden van de rechtenfaculteit van de American University. Het rapport bevat bewijzen tegen zeven van de hoogste Rode-Khmerleiders die nog in leven zijn, onder wie nummer twee Nuon Chea, minister van Buitenlandse Zaken Ieng Sary en staatshoofd Khieu Samphan. Zij leiden tegenwoordig een comfortabel leven in hun eigen land, waar ze niet bang hoeven te zijn voor arrestatie of vervolging. Hun hoogste leider, Pol Pot, is in 1998 in de jungle overleden.

De voormalige reizende Amerikaanse ambassadeur voor oorlogsmisdaden David J. Scheffer beschouwt het rapport als 'een grote sprong voorwaarts'. 'Dit is buitengewoon belangrijk materiaal om het papieren spoor te volgen tot aan de hoogste top en de verantwoordelijkheid van de leiders onomstotelijk vast te stellen.'

Het rapport is het werk van Cambodja-kenner Stephen Heder en de mensenrechtenjurist Brian D. Tittemore. Volgens projectleidster Diane Orentlicher hebben zij het geschreven uit frustratie, omdat de regering-Hun Sen nu al drie jaar tegenstribbelt terwijl de Verenigde Naties zich inspannen om de Rode Khmers voor een tribunaal te brengen.

De bewijzen liggen er nu. In een radiografisch telegram van april 1978 aan Nuon Chea en Ieng Sary meldt een provinciale leider dat hij de orders heeft uitgevoerd om een stel Rode-Khmerkaders in het oosten van Cambodja ter dood te brengen omdat ze hun vee niet goed hadden beschermd. 'Zij zijn gezuiverd', meldt een zekere Vi. Bovendien heeft hij 'een aantal elementen het zwijgen opgelegd, van wie sommigen zijn opgejaagd, geïsoleerd en opgeruimd'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden