Khmer-advocaat: geen gewetensnood

Advocaat Victor Koppe verdedigt Nuon Chea, die verdacht wordt van medeplichtigheid aan een van de grootste oorlogsmisdaden van de vorige eeuw: de dood van 1,7 miljoen Cambodjanen tijdens het Rode Khmer-regime....

Halverwege het gesprek raakt Victor Koppe duidelijk geïrriteerd. De pers legt veel te veel nadruk op de slachtoffers, vindt de advocaat. En daar stoort hij zich aan. Want iedereen heeft recht op een eerlijk proces. Dus ook zijn cliënt Nuon Chea, oftewel ‘Broeder nummer 2’, de rechterhand van Pol Pot, onder wiens bewind tussen 1975 en 1979 in Cambodja naar schatting 1,7 miljoen mensen om het leven kwamen.

Koppe (43), die samen met collega Michiel Pestman de verdediging voert van Nuon Chea, is door de media wel eens gevraagd hoe hij ‘zo’n man een hand kan geven’. ‘Dat getuigt van geen enkel inzicht in waar de internationale gemeenschap voor staat’, zegt Koppe, achterover leunend op een stoel in zijn kantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht. ‘Men zou moeten begrijpen hoe wezenlijk de rol van een advocaat in zo’n proces is. Juist in een zaak waar iemand van zulke verschrikkelijke misdrijven wordt verdacht, moet je zorgen dat er niets op aan te merken is.’

Nuon Chea is een van de vijf kopstukken van het voormalige Rode Khmer-bewind die berecht zullen worden door het Cambodja-Tribunaal. Na jarenlang touwtrekken tussen de Verenigde Naties en de Cambodjaanse regering is dit hybride tribunaal, een mengvorm tussen een internationale en nationale rechtbank, er in 2003 gekomen.

Het proces van Nuon Chea vindt officieel plaats in 2009, maar Koppe hoorde laatst geruchten dat het is uitgesteld tot 2010. Dat de verdediging daarbij gebaat is, ontkent hij. ‘Wij zouden het een drama vinden.’ Nuon Chea wil volgens hem graag zijn verhaal doen en vertellen hoe het echt zat. De angst in Cambodja dat de hoogbejaarde verdachte zijn eigen proces niet zal meemaken, noemt Koppe ‘reëel’. ‘De man is 82. Maar op dit moment verkeert hij nog in relatief goede gezondheid.’

Het wachten is op het eerste proces, dat naar verwachting dit jaar begint, tegen Kang Kek leu. Hij was de vermoedelijke leider van het beruchte gevangeniskamp S-21, waar zeventienduizend mensen zijn gemarteld. Slechts zeven van hen hebben het overleefd.

Koppe heeft het martelcentrum, dat is omgevormd tot een museum over de wreedheden van de Rode Khmer, vorig jaar oktober kort na de aanhouding van zijn cliënt Nuon Chea zelf bezocht.

Wat deed dat met u?

‘Ik zal niet ontkennen dat het een indrukwekkend monument is geworden. Natuurlijk ging het door mijn hoofd, dat ik een rol heb in dit proces. Maar ik raak niet verteerd door gewetensnood. Ik realiseer me rationeel de aard van de misdrijven, maar dat speelt voor mij geen rol. Het is een bevoorrecht gevoel, dat ik aan dit proces een bijdrage mag leveren. Niemand heeft nog een zaak van deze schaal gedaan. Er zitten tal van juridische en politieke aspecten aan. Bovendien is het een ontmoeting met de geschiedenis.’

En ook een mogelijkheid om die geschiedenis te beïnvloeden.

Lachend: ‘Ja, tot op zekere hoogte wel. Maar dat is natuurlijk niet de reden om het te doen. En het tribunaal moet uiteindelijk beslissen over de verdachte.’

Gelooft u zelf in de onschuld van Nuon Chea?

Lange stilte. Dan: ‘Die vraag kan ik niet beantwoorden, want die is voor mij niet relevant. Waar het om gaat, is of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is tegen hem.’

U heeft hem wel een aantal keren gesproken. Wat voor indruk maakte hij bij die ontmoetingen op u?

‘Natuurlijk verwacht je, gelet op de verdenking, een dominante persoon met misschien zelfs onaangename trekken. Aan dat beeld voldoet hij totaal niet. Hij komt over als een innemende, vriendelijke oude man. Ook in zijn manier van praten.’

Wat zegt Nuon Chea zelf over de verdenkingen tegen hem?

‘Over de inhoud van onze gesprekken kan ik niets zeggen, die zijn vertrouwelijk. Maar bij zijn voorgeleiding tegenover de onderzoeksrechters heeft hij verklaard dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem wordt verweten. En dat hij zelf ook veel familieleden heeft verloren.’

Toch staat Nuon Chea bekend als ‘Broeder nummer 2’, de ideoloog van de extreem-communistische beweging die in de jaren zeventig 1,7 miljoen mensen de dood in zou hebben gejaagd.

‘Hij zegt dat hij nooit zo is genoemd.’ En dan, opnieuw geïrriteerd: ‘Als je voor het begin van het proces alles als een feit bestempelt, dat er 1,7 miljoen doden waren, dat er martelkampen waren, en dat hij Broeder nummer 2 was, ja, veroordeel hem dan maar meteen!’ Koppe gaat rechtop zitten. ‘Ik kan me hierover opwinden. Iedereen zegt wel dat er 1,7 miljoen doden zijn, maar voor ons is dat een vraag. Het is gebaseerd op het verschil tussen bevolkingstellingen in de jaren zestig en de jaren tachtig. Maar in 1975 was er ook hongersnood. Er waren al problemen voordat de Rode Khmer aan de macht kwam.’

Wat beschouwt u dan wel als harde feiten in deze zaak?

‘Dat er tussen 1975 en 1979 een regering was die zichzelf Democratisch Kampuchea noemde, zover willen we wel gaan. Zo basaal moet het zijn. Maar de vraag is of het een internationaal misdrijf is om een radicaal andere staatsinrichting te willen invoeren.’

Ook al werden mensen gedwongen op het platteland te werken, verjaagd uit hun huizen en bij tegenwerking zwaar gemarteld?

‘Dan heb ik het even niet over de martelingen en zo, maar puur over het willen teruggaan naar de boerensamenleving uit de 13de eeuw. Hoe strafbaar dat is.’

Maar die martelingen kunt u toch niet buiten beschouwing laten? De resten van het gevangeniskamp zijn er, evenals de massagraven.

‘Het kan zijn dat we uiteindelijk het bestaan van S-21 erkennen, als er voldoende bewijs is. Verklaringen van de kampcommandant, uitvoerige documentatie van wie er zat, de gevonden botten en beenderen van slachtoffers. Dan laten we dat voor wat het is. Maar of er andere kampen zijn... Dat moet dan maar bewezen worden.’

Het bestaan van één zo'n kamp is toch voldoende om iemand levenslang achter de tralies te zetten?

‘Als bewezen wordt dat Nuon Chea daarvoor verantwoordelijk is, dan zal hij daarvoor veroordeeld worden.’

Die bewijzen moeten door het tribunaal wel puur op betrouwbaarheid worden getoetst, benadrukt Koppe. Hoewel hij zegt nog geen reden tot twijfel over het functioneren en de onafhankelijkheid van het tribunaal te hebben, is hij er ook niet van overtuigd.

In januari, nog voor zijn beëdiging, diende de advocaat een wrakingsverzoek in tegen een van de lokale rechters, die generaal is in het Cambodjaanse leger en zelf destijds als militair tegen de Rode Khmer heeft gevochten. Het verzoek werd, volgens Koppe ‘te snel en niet gemotiveerd’ afgewezen. Het leidde tot uitstel van zijn eigen beëdiging.

De kritiek dat hij met zijn actie het proces wilde vertragen, doet de advocaat af als ‘flauwekul’. ‘Het onderzoek liep intussen gewoon door.’

Hoewel Koppe zijn bedenkingen heeft, wacht hij het verloop van het proces tegen zijn cliënt voorlopig af. ‘Maar als we zien dat beslissingen permanent zijn ingegeven door vooringenomenheid, trekken we aan de bel.’

En wat houdt dat in?

‘Het kan zijn dat we dan zeggen: dit is een farce, we houden ermee op.’

Daar is uw cliënt niet mee geholpen.

‘Nee, dat klopt. Maar hij is ook niet geholpen met een oneerlijk proces. Het tribunaal is er niet voor bedoeld om voortdurend het leed van de slachtoffers te benadrukken, het is bedoeld om tot waarheidsvinding te komen. Ik ben benieuwd of de rechters in staat zijn het op die manier te doen. Of ze zich kunnen losmaken van wat iedereen al als feiten en waarheid aanneemt.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden