KERSTMAN 'De baard werd van zijn gezicht gerukt. Hij durft de straat niet meer op.'

De vijand van 'onze' Sint Nicolaas, een 'plastic karakter' met een holle lach, een slecht vermomd Coca-Cola-mannetje. Begin jaren negentig leek de Kerstman de Goedheiligman nog te verdringen, maar de met zijn bel rinkelende Santa begint wrevel op te wekken....

HET WAS dat Eleanor Roosevelt in 1951 besloot Lapland te gaan zien, anders was het er vermoedelijk allemaal niet van gekomen. Tot die tijd was er niets te zien in Lapland, namelijk. Maar de Finse gastheren van mevrouw Roosevelt haastten zich dit probleem op te lossen en bouwden niet ver van de landingsbaan nabij de hoofdstad Rovaniemi een attractie die tot vandaag de dag liefhebbers trekt: het huis van de Kerstman.

In de daaropvolgende jaren zagen de Scandinavische buren er geen been in diezelfde kerstman in hun eigen land te situeren: in Zweden werd er voor hem Tomteland - een Disneyachtig Kerstmanwereld - opgericht, terwijl Noorwegen hem het gehucht Mo I Rana (op de route naar de Noordkaap) als woonplaats toebedacht; om elk misverstand te vermijden lieten zij stickers drukken met het opschrift DE KERSTMAN WOONT IN MO I RANA.

Dit alles tot leedwezen van Groenland, waar al sinds 1940 vriendelijke grootvaders uit naam van de Kerstman kinderbrieven beantwoorden. Uiteraard halen zij hun neus op voor al die commerciële nepperij bij de buren, al zullen ze zich moeten schikken naar het Noorse motto in deze: niemand heeft het patent op de Kerstman.

De Kerstman lijdt een beetje onder een imago-probleem. Waar komt hij vandaan, waarom ziet hij er zo uit, wie is hij: sinds zijn ontstaan is daar gesteggel over geweest. En al is hij in de Verenigde Staten geen onderwerp van discussie meer, in Nederland ligt dat anders.

'Hij oogst hier niet de sympathie die van zijn eigen volronde gezicht afstraalt', zegt Casper Staal, conservator van het Catharijne Convent in Utrecht, het museum dat jaarlijks een tentoonstelling wijdt aan het kerstverhaal. 'Maar met de Kerstman doen we niets. Die hoort thuis in de winkelcentra.' En niet te vroeg in het seizoen, want een confrontatie met de Sint wordt hem niet in dank afgenomen, zo is de laatste decennia gebleken.

'Hij wordt gedoogd zoals in Nederland meer vreemdelingen worden gedoogd', zegt Staal, 'Op gezette tijden mag hij wat rondlopen met zijn bel en ''Hohoho'' roepen, maar hij mag niet te opdringerig zijn. Eigenlijk is hij versiering, niet veel meer dan een kerstbal.'

De Kerstman wordt in Nederland vaak vooral gezien als een bedreiging van 'onze' Sinterklaas, als de vermomde vercommercialisering en de onvermomde veramerikanisering van de maatschappij. Begin jaren negentig leek hij even populair te worden. Maar daar schrok iedereen zo van dat het succes zich tegen hem keerde. Sinterklaas slaat terug, voorspelde NRC Handelsblad, en Nicolaas Matsier ging te keer tegen 'dat (. . .) tweedimensionale plastic karakter dat - althans waar het de naam betreft - onze voornaamste bijdrage is geweest aan de Amerikaanse taal en cultuur: de naam van Sinterklaas.'

Want zo is het ook nog eens een keer. De Kerstman is deels geïnspireerd op Sint Nicolaas. De Nederlanders namen hun legende mee naar het nieuwe land. En het was schrijver Washington Irving die hem daar - onder het oer-Nederlandse pseudoniem Diedrich Knickebocker - voor het eerst enigszins gedetailleerd aan het papier toevertrouwde in zijn History of New York.

Dat was begin negentiende eeuw. Over de voorloper van Santa betaan complexe theorieën, die niet zelden per land verschillen. Zo beschrijft de Britse psycholoog Brian Bates Father Christmas (zoals de voorganger wordt genoemd) als een figuur uit oeroude tijden, toen de stammen op Europees grondgebied Wodan (of Odin) aanbaden als de God van de Magie en Genezing, die door de hemel reed op zijn achtbenige schimmel Sleipnir. Op het hoogtepunt van de midwinterfeesten, op 25 december, daalde Wodan af naar de aarde om geluk en vrede, overvloed en geschenken te brengen - zonder probleem dwars door de rookafvoer van de hutten.

Wodan zag kans zijn geest op aard over te brengen via de zogenoemde sjamaan: een uitverkoren lid van de stam, die mysticus, genezer, poëet, performer en priester in zich verenigde en aldus een geestestoestand kon bereiken waarin de kloof tussen het materiële en het spirituele werd overbrugd. Voor de gelegenheid droeg de sjamaan een kroon van hulst, zelfs hartje winter mooi rood-groen van kleur, symbool van het leven. De sjamaan dronk er veel bij en nuttigde planten met een hallucinerende werking, waardoor hij na bepaalde tijd in kennelijke staat geraakte en een kenmerkende lach uitstiet: Hohoho!

In de vierde eeuw werd het hoogtepunt van het midwinterfeest tot Christus' geboortedag uitgeroepen, maar veel van de oude feestgebruiken bleven. Tot de kerk in 1644 al dat heidense gedoe verbood en het een krappe tweehonderd jaar zou duren voor in de Verenigde Staten een mannetje onstond dat kenmerken van de Nederlandse Sinterklaas en heidense figuren in zich droeg.

Maar hoe hij er precies uit moest zien was niet direct duidelijk, zodat de Amerikaanse auteur Clement Clarke Moore er zijn ongebreidelde fantasie op kon loslaten. In zijn befaamde gedicht The Night Before Christmas creëerde hij Saint Nicholas: een klein, oud maar levendig elfenmannetje met roze wangen en een neus als een kers. Deze Nick zat op een slee, voortgetrokken door acht rendieren (Dasher, Dancer, Prancer, Vixen, Comet, Cupid, Donner en Blixen; Rudolph the Red Nosed dateert van later).

Illustrator Thomas Nash was in de vorige eeuw een van de eersten die Santa naar eigen goeddunken afbeeldden, voor de kerstedities van Harper's Magazine. Nash was ook degene die bedacht dat Santa buiten het seizoen op de Noordpool verbleef; later werd hij in graziger oorden geherlokaliseerd, omwille van de rendieren. Zijn definitieve vorm komt op het conto van Coca-Cola, dat de hulp van Santa inriep bij de winterverkoop van de frisdrank en schilder Haddon Sundblom opdracht gaf tot de inmiddels beroemde reclameprenten uit 1931.

Dat is de Kerstman zoals hij zijn intrede doet in Nederland, een man met een holle lach, een bel en een gewichtsprobleem, in toenemende mate verguisd als het symbool voor een cultuur van cola, hamburgers en gemakzucht.

'In de jaren vijftig kón hij helemaal niet', zegt historicus Wim Cappers, 'zeker niet in het Nederland beneden de rivieren. In Limburg zou hij niet eigen zijn aan het katholieke karakter van de streek, het episcopaat schaarde zich zelfs achter deze opvatting. Boven de rivieren wordt er iets genuanceerder over hem gedacht.' In zijn onderzoek, Een treffen in kerstsfeer, constateert hij dat de Kerstman er tien jaar later een stuk beter voorstaat. 'En in de jaren tachtig heeft hij duidelijk postgevat in het Roermondse straatbeeld; de Kerstman wordt verwelkomd.'

Niet alleen in Roermond overigens, ook in andere steden en dorpen van Nederland. Maar die glorietijd is van relatief korte duur. Er gaan alarmbellen rinkelen. In de media, zo merkt John Helsloot van het P. J. Meertensinstituut op in zijn artikel Sinterklaas en de komst van de Kerstman, 'wordt een situatie geschetst als zou Sinterklaas, symbool van alles wat ''typisch Nederlands'' is, als gever van geschenken zijn meerdere moeten erkennen in de ''onvaderlandse'' Kerstman'.

Prachttradities als dichten en suprises staan op de helling, moeten plaatsmaken voor makkelijke, dure presenten zonder gedachte of karakter.

In 1993 haalt Assen de wereldpers als het overgaat tot het plaatsen van anti-Kerstmanborden, een soort verkeersborden die aangeven dat de Kerstman zich niet vóór het vertrek van de Sint mag vertonen. De arrestatie van de Kerstman die het verbod overtrad, oogst bijval in heel Drenthe en Groningen. 'Nu zijn die borden niet meer nodig', zegt Hessel Schuth van de gemeente Assen. De Kerstman laat zich voor 6 december niet zien.

'De strijd is vooralsnog gestreden', zegt historicus Cappers, Sinterklaas heeft een groot deel van zijn terrein teruggewonnen.' Sylvia Hempel van Hempel Kledingverhuur merkt het duidelijk: met Sint was het een gekkenhuis, maar vooralsnog heeft ze maar een paar Kerstmannenpakken verhuurd. Ook de kerstvrouwtjes (kort glitterrokje afgezet met bont, kek bolerootje, muts met bel) gaan minder.

'De Kerstman is toch ook een rare man', zegt Dick Ernst Claassen (60), de afgelopen tien jaar Sinterklaas van de intocht in Amsterdam. 'De Nederlanders laten zich hun Sint niet ontnemen. We hebben heus wel moeilijkheden gehad, was het niet over de kleur van de Pieten, dan wel met de stichting Goed Gebit, met de financiën of, inderdaad, de Kerstman.

'Maar de Kerstman zegt de kinderen niets. De Sint wel. Urenlang zit ik als een ruitenwisser op dat paard, honderden kinderhandjes schud ik, ik beantwoord tekeningen en briefjes, en ja, als ik de klok in de Nicolaaskerk hoor slaan, is dat toch ook een beetje voor mij, daar krijg ik kippenvel van. De Sint kan zich voorstellen dat de kinderen zich na zijn verjaardag op het kerstfeest verheugen, maar daar hebben ze de Kerstman niet bij nodig. Want zeg nou zelf, als je die man ziet opduiken op tv, in advertenties, dan is dat toch allemaal redelijk stupide.'

André Uriot van Christmas World, een winkel in kerstartikelen (met een afdeling voor Sint), legt de nadruk op de afkomst van de Kerstman. Een rijk mozaïek van sagen en legenden, legt hij uit, overgoten met een Amerikaans sausje. 'Maar vergeet niet dat Sint ook door commercie is groot geworden.' De zaken gaan goed, onlangs opende Euriot een groot filiaal. Maar hij heeft ook 'minder leuke dingen meegemaakt, met dank aan Assen', zegt hij, doelend op de anti-Kerstmanborden. 'Daardoor zijn de Kerstman en Sint echt in de rivaliteit terechtgekomen.' Met het gevolg dat Euriots Kerstman, die ook op mooie zomerdagen de aandacht op de kerstwinkel vestigde, het ziekenhuis werd ingeslagen. 'Ook werd meermalen zijn baard van zijn gezicht gerukt. Hij durft nu niet meer de straat op.' De winkelruiten zijn van tralies voorzien. Toen hij zijn nieuwe zaak in alle vriendschap wilde laten openen door Sinterklaas, vond hij niet eens een Hulpsint bereid.

Uriots klanten zijn voor een groot deel buitenlandse toeristen. Mensen die zweren bij het legendarische artikel dat The Sun ruim honderd jaar geleden plaatste onder de kop: Yes, Virginia, There Is a Santa Claus - in antwoord op de ingezonden brief van een weifelend meisje. Fans die, volgens de gegevens van het Fins verkeersbureau, in navolging van Eleanor Roosevelt, de komende dagen met z'n dertigduizenden (alleen al uit Groot-Brittannië) aanvliegen voor een ontmoeting met hun idool. Al moesten ze naar de Noordpool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden