'Kerstfeest of midwinterfeest, het kan allemaal in de seculiere staat'

Het is bijna Kerst. Een tijd van knusheid, maar ook een evenement dat soms aanleiding geeft tot conflict. Zo ontstond onlangs een heftig debat over de kerstboom die traditiegetrouw op de Grote Markt in Brussel staat.

In plaats van een gigantische dennenboom herrees dit keer een kunstwerk van vierkante lichtblokken in de vorm van een kerstboom. Een christen-democratisch gemeenteraadslid uitte haar woede: 'Er is in Brussel een tendens om alles wat naar religie ruikt uit het openbare leven te schrappen.' Het stadsbestuur ontkende dat het vervangen van de traditionele kerstboom antireligieus was en wees erop dat de originele kerststal wel bleef staan, maar toch bleef de christen-democrate bij haar verdachtmaking.

Vorige week fulmineerde Mark van de Voorde ('Kom uit die seculiere kramp!', O&D, 14 december) op een wat fundamentelere wijze tegen de seculiere westerse samenleving. Hij betoogde dat de hang naar secularisme ten koste zou gaan van de diepe christelijke wortels die als enige in staat zouden zijn onze samenleving bij elkaar te houden. Volgens hem verschaft de christelijke geschiedenis ons immers identiteit, tradities en ook een wijze waarop we met onderlinge verschillen kunnen omgaan - het 'neutrale' secularisme kan dat niet, want wil zogenaamd geen stelling innemen.

Ik las zijn pleidooi met stijgende verbazing. Het is het steeds terugkerende verwijt dat alles wat niet-religieus is, geen traditie, houvast, normen en waarden kan bieden. Een onzinnig verwijt dat niet lang standhoudt. Allereerst moet de vraag worden gesteld welke versie van het christelijk geloof die geroemde identiteit dan moet verschaffen? De rooms-katholieke? De streng-gereformeerde à la de SGP? Of toch de vrijzinnig-christelijke stromingen als de Doopsgezinden en Remonstranten waar vrouwen op de kansel staan, homo's in de kerk mogen trouwen en die tegen het strafrechtelijk verbod op godslastering zijn? Welke van de zeer uiteenlopende stromingen geldt als ijkpunt?

Sinds de Franse Revolutie, eind 18de eeuw, hebben steeds meer samenlevingen de overheid behoed voor zo'n religieus ijkpunt. Voortaan werd een seculiere positie ingenomen: iedereen heeft het recht op individuele gewetensvrijheid en wordt beschermd tegen dwang van anderen. Tot het begin van de 19de eeuw werden in het protestantse Nederland rooms-katholieken en joden juridisch als tweederangsburgers behandeld. Dat veranderde pas toen er wetgeving kwam die zich op seculiere principes baseerde. Secularisme is dus een belangrijke voorwaarde voor geloofsvrijheid.

Sterker nog: in landen waar dat seculiere denken minder is ontwikkeld, is het met de godsdienstvrijheid nog steeds bar slecht gesteld. Christenen worden regelmatig vervolgd in streng-islamitische landen vanwege godslastering. Vorige week publiceerde de International Humanist and Ethical Union (IHEU) een rapport waaruit ook de benarde positie van atheisten en humanisten naar voren komt. Door hun afwijkende opvatting riskeren ze in zeven islamitische landen de doodstraf. Maar ook in de Verenigde Staten en in sommige Europese landen worden religieuze organisaties nog steeds bevoordeeld en atheïsten en humanisten als buitenstaanders behandeld.

Het waardevolle aan seculiere principes als de vrijheid van meningsuiting, gewetensvrijheid, het recht op geloofsafval en de gelijkheid van man en vrouw is dat ze voor iedereen gelden. Ze zorgen ervoor dat mensen zich kunnen ontplooien, ongeacht hun levensbeschouwing, sekse, seksuele voorkeur of maatschappelijke overtuigingen. Ze bieden bescherming aan ieder individu tegen onvrijheid en vormen een essentieel bindmiddel voor onze samenleving. Voor zowel Nederlanders als 'nieuwe' Nederlanders is kennis van die gemeenschappelijke en fundamentele waarden van veel groter belang dan het inpeperen van een onspecifieke christelijke identiteit.

Een ander argument is dat religie de nodige tradities en gebruiken zou leveren die onmisbaar zijn om kleur te geven aan onze samenleving. Onmiskenbaar zijn we gevormd door allerlei christelijk invloeden. De Nederlandse Verlichting komt bijvoorbeeld deels voort uit de vrijzinnig-religieuze stromingen. Net zo onmiskenbaar is het dat ook zij vaak weer schatplichtig zijn aan niet-christelijke invloeden. Humanistische ideeën gaan terug tot de vroege Griekse en Romeinse oudheid, ver voor het christendom. Ook Kerst is een samenraapsel van allerlei invloeden.

Dat de Brusselse christen-democrate zich opwierp als beschermvrouwe van de 'christelijke' kerstboom is historisch gezien ironisch: de rooms-katholieke kerk heeft dit heidens Noord-Europese gebruik lange tijd zelfs geweerd. Het feit dat we eind december Kerst vieren, heeft weer alles te maken met de prechristelijke tradities van het midwinterfeest en de Romeinse Saturnalia-gebruiken.

Uit al die feiten blijkt hoe 'menselijk' onze behoefte aan het vormgeven van tradities is. Mensen hebben altijd al belangrijke momenten, idealen en waarden willen markeren: het samenkomen van familie, het samenklonteren tijdens de donkerste dagen van het jaar en het vieren van de terugkeer van het zonlicht. Geen enkele religie of levensbeschouwing kan hierop een alleenrecht claimen. De seculiere staat verschaft ons de mogelijkheid om hierin naar eigen inzicht keuzes te maken. Een kerstboom, een diner, Chanoeka, de kerk of een midwinterfeest? In de seculiere staat kan het allemaal.

BORIS VAN DER HAM, voorzitter Humanistisch Verbond

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden