Kerst was de reddende druppel glans

Ik moet op Kerstavond niet te weemoedig terugdenken aan dat feest in mijn ouderlijk huis in Boekarest. Het is als kijken naar een 3D-film en misgrijpen als je je hand uitstrekt naar wat van het bioscoopscherm lijkt af te springen. Lucht, illusie. Van de ooit aanwezigen is meer dan de helft dood en wie leeft, komt niet meer bij elkaar. Wij, de kleinkinderen van toen, sturen elkaar een kerstgroet per e-mail. Zo nu en dan ligt er een foto van een compleet gezin in de mailbox. In niets lijken we nog op die familie uit de jaren zestig en zeventig, rond de kerstboom.


Er is zo veel tijd verstreken, het voelt alsof ik door een sleutelgat aan het turen ben naar een tafereel dat dichtbij is, maar onbereikbaar. De deur is op slot, het verleden kraakhelder. Ik zie die kerstboom met zo'n twintig mensen eromheen en de feesttafel, groot genoeg voor dat gezelschap. Mijn grootmoeder straalt in haar deux-pièces van Dior, een afdankertje van haar naar Parijs geëmigreerde zus. Mijn vader, de coltruiman, draagt een das, zo'n dunne - de stijlperiode is die van Mad Men. Mijn moeder dribbelt op delicate hakjes onder een glimmende cocktailjurk. De mooie tante Liliana, die sprekend op Marlene Dietrich lijkt, is behangen met Boheemse blingbling. Oom Radu, een knappere versie van de chansonnier Gilbert Becaud, vertelt mondaine verhalen over het buitenland waarin hij als theaterman mag rondreizen. Zet deze mensen op een foto en je leest de erbarmelijke leefomstandigheden en politieke malheurs die hen parten spelen er niet vanaf. Er zijn momenten waarop het lukt een dictatuur te camoufleren.


Verder in het familiesprookje: de knisperende vuursterretjes aan alle takken van de kalige dennenboom. Daarin brandden uiteraard echte kaarsen, in ouderwetse zilveren knijphouders, bedruppeld met was van voorbije jaren. In de eetkamer de hors-d'oeuvres op tafel: gevulde eieren, kaviaar, Praagse ham, ingemaakte groente, salade van wilde paddestoelen en de 'piftie': kalkoenreepjes in wijnaspic.


Maandenlang is er gezocht, gespaard, gehamsterd en omgekocht voor de ingrediënten. Er zullen nog vele gangen volgen. De koolrolletjes, de karper, het gebraad, de kaastaart, de meringue. Medisch gezien een verschrikking. Toen konden wij, de kinderen, de ouderen niet lang genoeg aan tafel hebben. Terwijl zij over politiek praatten, haalden we in andere kamers kattenkwaad uit. Het kerstfamilielied, bedacht door de ouders van mijn grootmoeder en generatielang gezongen bij de boom, hoorden we elk jaar uit de monden van de volwassenen, maar wij doerakken zongen niet mee. Nu is het verloren gegaan en geen Youtube kan het teruggeven.


We waren een harmonieuze familie. Mijn ouders hadden geen broers en zussen, maar veel dierbare neven en nichten. Dat we bij elkaar kwamen in het huis van mijn grootmoeder was behalve traditie ook noodzaak: dat was het enige 'thuis' dat oorlogsgeweld, gedwongen verhuizingen, deportatie, onteigening en andere historische misère had overleefd.


Kijk je naar de details van zo'n Kerstfeest, dan zie je daarin de geschiedenis weerspiegeld. Neem de kerstballen. Verreweg de meeste dateerden uit het interbellum, al werd de collectie aangevuld met de minst wanstaltige exemplaren uit wat spottend de 'socialistische handel' (lees: troep) werd genoemd. De kleinoden: tere dennenappels bedekt met sneeuw van fluweel, engeltjes met aura's van struisvogelveren, sterren van kristal en fijn beschilderde kerstmannetjes. Het nieuwe grut: in verfsmurrie ondergedompelde plastic ballen, verharende slingers, naar insecticide riekend snoep, verpakt in rafelig staniol. Nooit werd er iets moois, iets met zorg gemaakt voor die binnenlandse markt. Deze concrete verwaarlozing, dat kwaliteit ons niet gegund werd, heeft ons destijds evenveel geraakt als het gebrek aan democratie.


Toch was Kerst de ontsnapping uit de uitzichtloosheid. Een jaarlijks terugkerende druppel glans. Het enige feest met versieringen die geen spandoeken waren met de kop van Marx of Lenin erop. Door de ramen van kapsalons waren de kersverse suikerspinnen onder de droogkap te zien, mannen met bontmutsen trokken de slee met een kerstboom erop. Alles werd uit de kast getrokken voor een spetterend contrast met de wurgende soberheid van alledag.


Het zijn niet alleen de vervlogen jaren en het verscheiden van de dierbaren, waardoor Kerst nu zo anders is. Het is ook die dappere wilskracht om het zwarte gruis van de geschiedenis weg te vegen en bij elkaar te komen, met geheven glas en opgeheven hoofd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden