Kersenbloesem, Pepsi-Cola en de dood

Spreek het woord 'zelfmoord aanslag' uit en ga na welke associaties dit begrip oproept. Naar alle waarschijnlijkheid zijn dat er of meer uit de volgende reeks: terrorisme, elf september, Twin Towers, Madrid, Osama bin Laden, Al Qa'ida, radicale islam, anti-Isra Mogelijk waaieren de gedachten nog wat verder uit naar 'Marokkaanse...

Daarentegen zullen slechts weinigen bij 'zelfmoordaanslag' spontaan denken aan 'Tokkotai-vrijwilligers' of aan 'samurai'. Toch is het nog niet zo lang geleden dat het Japanse begrip 'kamikaze' gold als het meest voor de hand liggende synoniem voor zelfmoordaanval. Op goede gronden. In hun boek Occidentalism - The West in the Eyes of its Enemies citeren Ian Buruma en Avishai Margalit uit de afscheidsbrief van een jonge Japanse kamikazestrijder; de tekst zou, met een paar kleine veranderingen, zo uit de pen van Moham med Atta gevloeid kunnen zijn.

Een citaat: 'We barstten van verlangen. Shinkai en ik hebben elkaar gezworen dat wij de grootste schepen die we konden vinden tot zinken zouden brengen. Ik dacht aan mijn leeftijd, negentien, en dacht aan het gezegde: ''sterven wanneer mensen nog treuren om je dood, wanneer je nog zuiver en fris bent, dat is echt Bushido''. Ja, ik volgde het pad van de samurai. . . Ik dacht met plezier terug aan het gedicht dat Ensign Anzai Nobuo had aangehaald en dat me voorhield, dat ik zou ''vallen, zo ongerept als de kersenbloesem'' die ik nu vasthield. (. . .) Mijn hoofd was vol van wat luitenant Fujimuro Sadao zo dikwijls tegen me gezegd had: ''Ga de confrontatie met de dood nooit uit de weg. Als je twijfelt tussen leven of sterven, is het altijd beter om te sterven''.'

De overeenkomst met het hedendaagse 'jullie houden van Pepsi, maar wij van de dood', is m dan frappant.

Buruma en Margalit zijn de eerste denkers die een poging doen om het tegenwoordige, radicaal-islamitische terrorisme in een breder historisch kader te plaatsen. De uitkomsten van hun speurtocht zijn verrassend en - niet alleen uit filosofisch, maar ook uit politiek oogpunt - bijzonder belangwekkend. De gemeenschappelijke noemer waaronder zij uiteenlopende stromingen als het nationaal-socialisme van Hitler, het communisme van Stalin, Mao en Pol Pot, het shintoe van het Japanse keizerrijk en het islamisme van Khomeiny en Osama bin Laden brengen is 'occidentalisme'. Dat wordt gekenmerkt door een diepe, niet alleen uit rationele bronnen puttende afkeer van het Westen.

Het Westen fungeert hierbij niet als een geografisch of alleen maar politiek begrip, het belichaamt in de ogen van de occidentalisten alle waarden of gebreken die zij uit de grond van hun hart verwerpen. Te denken valt in dit verband aan individualisme, koopmansgeest - tegenover de egoische handelaar plaatsen occidentalisten de onversaagde held -, materialisme, democratische middelmaat en culturele decadentie. In de kern is het de heerschappij van de Rede, het rationalisme, die door occidentalisten wordt verworpen.

De oorsprong van de haat jegens het 'vergiftigende Westen' ('Westtoxification') ligt volgens Buruma en Margalit in het Westen zelf, bij de Duitse Romantiek, deze 19de-eeuwse politieke en culturele reactie op de Verlichtings idealen. Romantici als de de schrijvers Herder, Fichte en later Nietzsche beriepen zich tegenover het universele Verlichtingsdenken op het gevoel, de ziel, het buitengewone en bovengemiddelde, het herohe, het eigene, nationale, historisch gegroeide. Van daaruit kan de stap worden gezet naar virulent nationalisme, het verheerlijken van een exclusieve eigen 'Kultur', waartoe men alleen door geboorte kan behoren. Deze elementen zijn terug te vinden bij de latere Europese en buiten-Europese occidentalistische stromingen.

Een andere bron van occidentalisme is volgens Buruma en Margalit te vinden in het radicaalste deel van de Derde Wereldbeweging, met name in de door Mao en de Rode Khmers van Pol Pot gepropageerde en met ontstellende wreedheid gevoerde strijd van het Platteland tegen de - met het Westen gentificeerde - Wereldstad. In Pol Pots Cambodja betekende dit letterlijk dat de steden werden ontvolkt en dat iedereen die er stads uitzag - bijvoorbeeld een bril droeg - zijn leven niet zeker was.

Kenmerkend voor het occidentalisme is voorts de manicheische denkwijze, dat wil zeggen: het denken in absolute termen van goed en kwaad, licht en duister. Tegenover de Duitse Uebermensch stond de joodse Untermensch, tegenover de Wijze Leraar van het Wereldproletariaat de verraderlijke volksvijand, tegenover de strijders in Allah's heilige oorlog staat het afgoden vererende goddeloze verbond van zionisten en kruisvaarders. En om te illustreren dat dit manicheische denken ook buiten de kring van Osama's fans kan worden aangetroffen, noemen Buruma en Margalit het 'wie niet voor ons is, is tegen ons' van president Bush, in wiens ogen het dappere Amerika strijdt tegen een 'as van het kwaad'.

Aan de hand van de voorbeelden Japan en Iran laten de beide auteurs zien hoe occidentalisme een reactie vormt op - soms geforceerde, soms gestagneerde - modernisering en verwestersing. Steeds bouwen occidentalisten voort op elementen uit de eigen nationale of religieuze cultuur en trachten die zodoende te transformeren tot een militante, agressieve, anti-westerse ideologie. Maar het zou volgens Buruma en Margalit volstrekt onzinnig zijn om de culturen of religies waaruit occidentalistische stromingen zijn voortgekomen, gelijk te stellen aan deze gevaarlijke, oorlogszuchtige ideologie

De juistheid van deze redenering wordt tegenwoordig nog maar zelden betwist wanneer het gaat om het (niet) gelijkstellen van het nazisme met de Duitse cultuur, of het (niet) vereenzelvigen van de doodsdrift van de kamikaze-piloten met de Japanse cultuur. Het maken van een onderscheid tussen de gewelddadige islamistische ideologie van Al Qa'ida en de islam als godsdienst is volgens Buruma en Margalit even vanzelfsprekend. De 'gewone' islam is iets heel anders dan de agressieve anti-westerse jihad, even onvergelijkbaar als het katholicisme van de Inquisitie met dat van de huidige paus (ofschoon er op diens opvattingen over homoseksualiteit en vrouwenrechten ook wel iets valt af te dingen).

Hier ligt de grote politieke betekenis van Occidentalism. Buruma en Margalit beschouwen het islamistische occidentalisme als een zeer serieus te nemen gevaar, waartegen krachtige afweer geboden is, maar waarschuwen tegelijkertijd indringend tegen het verketteren van de islam en islamitische gelovigen. Door dat wel te doen zouden we in het Westen zelf in de val van het occidentalisme trappen.

De auteurs van dit kleine, hopelijk binnenkort ook in het Nederlands vertaalde meesterwerk waarschuwen tegen 'de verleiding om vuur met vuur te bestrijden, het islamisme met onze eigen vormen van intolerantie. (. . .) We kunnen het ons niet veroorloven onze samenleving af te sluiten bij wijze van verdediging tegen degenen die de hunne hebben afgesloten. Want dan zouden we allemaal occidentalisten worden en zou er niets meer over zijn om te verdedigen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden