Reportage Kersen

Kersen zijn sexy: hoe nieuwe rassen de Nederlandse kers aan een comeback helpen

Een Nederlandse akkerbouwer die voor de keus stond om uit te breiden of te stoppen, vond een oplossing: kersen telen. Nu haalt hij 80 procent van zijn omzet uit kersen, de akkerbouw werd een bijverdienste. Hoe kan dat? 

De winkel van ‘De Kersenhof’ in Raamsdonk is druk bezocht. Beeld John van Hamond

‘Dit is kersen verkopen 2.0’, zegt Hubert Verschure terwijl hij in zijn boerderijwinkel bakjes staat af te wegen. Je zou het wel zeggen. Zondagmiddag is spitsuur in de Kersenhof bij het West-Brabantse Raamsdonk. Op het erf voor de schuur staan lange rijen fietsen. Auto’s zijn geparkeerd tot op de weg voor de boerderij, het terras voor de winkel is afgeladen met mensen die genieten van koffie met een ‘hofke’: slagroomgebak met kersen.

Binnen voor de toonbank staan de klanten tot aan de voordeur: allemaal in de rij voor een kilootje verse Hollandse kersen. ‘Je zou haast denken dat het voor niks is’, lacht Hubert. Dat is niet zo; een kilo kersen kost 6,50 euro. Maar ze vinden gretig aftrek. Zoals bij meneer en mevrouw Van den Broek, die druk bezig zijn een paar kilo kersen in hun fietstassen te stouwen.

Het oudere echtpaar komt uit Dongen, 12 kilometer verderop. Hij en zijn vrouw gingen een dagje fietsen, vertelt meneer Van den Broek. ‘Toen dachten we: dan gaan we gelijk even hier langs om kersen te kopen. Kregen we meteen een bestelling van de kinderen om ook voor hen kersen mee te nemen.’

Verdubbeling

De Nederlandse kers is bezig aan een opmerkelijke comeback. In de jaren zeventig stonden er nog zo’n 2.000 hectare kersen verspreid over het land, vooral in de Betuwe. Tegen 1997 was dat ineengeschrompeld tot een schamele 200 hectare. De kersenteelt leek ten dode opgeschreven. Maar sindsdien is de teelt van kersen explosief gegroeid, tot 530 hectare in 2016 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), een ruime verdubbeling.

Oorzaak: de ontwikkeling van nieuwe rassen, vertelt René Albers, kersenspecialist van adviesbureau Fruitconsult. Oude kersenrassen zoals de Hedelfinger of de Varikse zwarte groeiden aan hoogstambomen, die meer dan 10 meter hoog werden. Om die te plukken moest je acrobatische toeren uithalen met hoge ladders. Werk waar je tegenwoordig niemand meer voor vindt. Bovendien hadden vogels, regen en wind vrij spel: afdekken met netten was met zulke hoge bomen geen optie.

Hubert Verschure, eigenaar van ‘De Kersenhof’ in Raamsdonk. Beeld John van Hamond

Maar sinds een jaar of twintig zijn er nieuwe rassen op de markt gekomen: aan kleinere boompjes die maar een meter of 3 hoog worden en daardoor gemakkelijker geplukt en overdekt kunnen worden. De nieuwe rassen leveren ook veel meer op, zegt Albers. ‘De opbrengst van een hectare kersen is met een factor drie gestegen.’

Sindsdien zit de kersenteelt in de lift, zegt Albers. Ook al omdat een groot deel niet naar de veiling gaat, maar meteen aan huis wordt verkocht. Dat levert een boer al gauw 2 tot 3 euro per kilo meer op. Albers schat dat grofweg de helft van de Nederlandse kersen direct aan de boerderij wordt verkocht. ‘De kers is weer hartstikke sexy.’

Terras

Verschure weet het als geen ander. In 2003 nam hij het akkerbouwbedrijf van zijn vader over. Dat was eigenlijk net te klein om mee te kunnen in de vaart der volkeren. Hij stond voor de keuze om uit te breiden of iets nieuws te beginnen. In 2005 plantte Verschure een paar honderd kersenbomen aan in een oude kippenschuur en verkocht hij de kersen aan huis. Ze vlogen de deur uit. Sindsdien heeft hij elk jaar uitgebreid. Nu staan er bij de boerderij in Raamsdonk 7,5 hectare kersen, waarmee Verschure tot de grootste kersentelers van Nederland behoort.

Dit jaar is een matig kersenjaar, vertelt Verschure, terwijl hij voorgaat tussen de rijen lage bomen, beschut tegen weer, wind en vogels door een plastic overkapping. ‘Door de warmte konden de bomen het niet bijbenen.’ Tussen de groene blaadjes hangen trossen vol dikke, paarse kersen. Verschure heeft twaalf nieuwe soorten staan. Daaronder populaire rassen als de Burlat, de Merchant, de Kordia en de Karina, die nu in de winkel ligt: dikke volzoete kersen, barstend van het sap.

Vier jaar geleden bouwde hij een nieuwe winkel met een terras voor de deur. Daar komen nu dagelijks honderden mensen langs om kersen te kopen. Vooral ouderen op de fiets of e-bike, zegt Verschure. ‘Het is hier alle dagen feest.’ Verschure verkoopt driekwart van zijn kersenoogst direct aan huis. Tegenwoordig haalt hij 80 procent van zijn omzet uit kersen, de akkerbouw is een bijverdienste geworden.

Supermarkten

Op wereldschaal is Nederland een piepklein kersenland. De Nederlandse kersenoogst, zo’n 5 miljoen kilo per jaar, valt in het niet bij grote producenten als Turkije, Griekenland en Italië. Wat er in Nederlandse supermarkten ligt, zijn vooral buitenlandse kersen, zegt expert Albers. Daar is het aanbod groot. ‘En ze zijn goedkoper.’

Maar Nederlandse kersen zijn veel lekkerder, vindt Verschure, terwijl hij een handjevol zoete kersen aanreikt. ‘Wij hebben de beste rassen. Buitenlandse kersen worden half rijp geplukt omdat ze nog een hele weg te gaan hebben. Die van ons worden ’s morgens geplukt en liggen ’s middags in de winkel. Mensen willen ook beleving. Hier kunnen ze recht de boomgaard in kijken.’

Wat de populariteit vergroot is dat kersen een schaars product zijn: het seizoen begint meestal half juni en duurt zeven weken. Dit jaar is het allemaal een week vroeger door de warmte, zegt Verschure. Eind juli gaan de laatste kersen al van de boom. ‘Dan moeten de mensen weer een jaar overleven op appels en mandarijnen.’

Kersen zijn het lekkerste fruit dat er is, zegt Leon Schellekens die op het terras met zijn vrouw kersen zit te pikken. ‘Ik kan er niet van afblijven.’ Zijn vrouw houdt van aardbeien. ‘Maar kersen spannen de kroon. Dat kun je niet uitleggen.’

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel werd André Albers opgevoerd, kersenexpert van adviesbureau Fruitconsult. Zijn correcte naam is René Albers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.