beschouwing

Kernenergie deint mee op wisselingen in de tijdgeest

Kernenergie – veelbesproken in de verkiezingscampagne – heeft een grillige conjunctuur gekend. Ooit was ze voorwerp van een ‘Brede Maatschappelijke Discussie’. Geregeld werden plannen voor nieuwe kerncentrales ontvouwd. Steeds wisten tegenstanders die te verijdelen. En steeds herpakten de voorstanders zich.

Met de sluitingsdatum van Borssele wordt voortdurend geschoven. Het kabinet-Balkenende III gaf Borssele uitstel tot 2034. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Met de sluitingsdatum van Borssele wordt voortdurend geschoven. Het kabinet-Balkenende III gaf Borssele uitstel tot 2034.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Kernenergie: daarin lag voor veel Nederlanders in de jaren zestig nog de verlokking besloten van een toekomst met onbegrensde mogelijkheden. Nederland was een ijverig lid van Euratom, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. In 1965 werd in Dodewaard ’s lands eerste centrale voor de (commerciële) opwekking van elektriciteit in gebruik genomen. Twee jaar later volgde de kerncentrale in Borssele. En daar zou het, volgens de toenmalige trendwatchers, vast niet bij blijven.

Maar de tijdgeest beschikte anders. Kernenergie raakte, zoals veel ogenschijnlijk ‘neutrale’ thema’s in de jaren zestig, gepolitiseerd. Ze werd niet met vreedzame toepassingen in verband gebracht, maar met de inzet (of de dreiging daarmee) van atoombommen. In dit atoomsceptische klimaat achtte de PvdA het niet langer raadzaam om op kernenergie in te zetten. Onder invloed van de (eerste) oliecrisis van 1973 – kort na het aantreden van het door de PvdA gedomineerde kabinet-Den Uyl – kenterde de stemming echter alweer: kernenergie zou onze afhankelijkheid van onbetrouwbaar gebleken olieleveranciers moeten verminderen. Van klimaat- of milieuargumenten bedienden voorstanders van kernenergie zich destijds nog niet.

En zo raakte kernenergie onderhevig aan frequent wisselende modes en inzichten van de dag. Het kabinet-Van Agt I (een verbintenis tussen CDA en VVD) was, zoals premier Dries van Agt het uitdrukte, ‘overtuigd van het nut van kernenergie’. Tezelfdertijd besefte hij dat veel Nederlanders daarvan nog niet voldoende waren doordrongen. Met dat oogmerk gaf het kabinet in 1979 – na weer een nieuwe oliecrisis – de aanzet tot een Brede Maatschappelijke Discussie Kernenergie. ‘Een gedurfd democratisch experiment’, meende VVD-minister van Economische Zaken Gijs van Aardenne. Maar de sceptici – overwegend tegenstanders van kernenergie – zagen er vooral een poging in om het verzet tegen kerncentrales te breken.

Nieuwe stuurgroep

Met de benoeming van oud-minister jhr. Maurits Louis (Mauk) de Brauw tot voorzitter van de stuurgroep die de Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) in goede banen moest leiden, versterkte het kabinet slechts de argwaan tegen het initiatief. Dat De Brauw van adel was sprak, in de ogen van de sceptici, niet in zijn voordeel. Daar kwam bij dat hij werkzaam was geweest in het bedrijfsleven en (toen nog) prominent lid was van DS70, een behoudende afsplitsing van de PvdA. Van hem werd dus geen onbevangen, laat staan een kritisch, oordeel over kernenergie verwacht.

Anders dan de tegenstanders van kernenergie hadden verwacht, en voorstanders hadden gehoopt, probeerde De Brauw echter recht te doen aan alle opvattingen. ‘Elke individuele reactie werd serieus genomen’, schreef het Historisch Nieuwsblad later. ‘Zo werden niet alleen de reacties van de medewerkers van Borssele of de fracties van politieke partijen meegenomen, maar ook die van Progressief Warmond, basisschool De Vijverberg in Enschede of nudistenvereniging De Vrije Vogels uit Den Helder. De BMD moest zo breed en zo maatschappelijk mogelijk zijn.’

Al snel werd duidelijk dat de informatieavonden die de stuurgroep in den lande belegde vooral door tegenstanders van kernenergie werden bezocht. Over de wenselijkheid of onwenselijkheid van kernenergie werd dan ook niet zozeer gediscussieerd, wat de bedoeling was, er werd voornamelijk stemming gemaakt tégen kernenergie. Het Algemeen Dagblad, dat zelf tot het pro-kamp behoorde, vroeg een socioloog wie zoal tot de oppositie behoorden. ‘Jongeren, uitkeringstrekkers en huisvrouwen zijn goed vertegenwoordigd’, meende hij. Daarnaast leefde het verzet sterk in ‘groeperingen rond wereldwinkels, reformhuizen en in antroposofische kring’. De (communistische) CPN verleende steun, maar dit betekende niet dat de anti’s met geld konden smijten. ‘Zuinigheid is troef: kettingen die de demonstranten gebruiken om zich vast te ketenen, worden tweedehands gekocht. In de bus, op weg naar een demonstratie, wordt met de pet rondgegaan.’

Vuistdik rapport

In 1983, twee jaar na de aanvang van de BMD, rondde de stuurgroep de informatiefase af met een tussenrapport – het resultaat van bijna 1.900 thema-avonden. Energie, te belangrijk om aan deskundigen over te laten, luidde de titel. Het vuistdikke rapport leverde vooral thema’s op waarover tijdens de afsluitende discussiefase nader van gedachten zou worden gewisseld. Later dat jaar resulteerde die discussiefase in de vaststelling dat de meeste Nederlanders tegen kernenergie waren, en dat beter van de bouw van nieuwe kerncentrales kon worden afgezien. Aan de relevantie van dat advies werd meteen getwijfeld: uit een eerder gehouden enquête was gebleken dat minder dan de helft van de Nederlanders op de hoogte was van de BMD.

Mede om die reden werd de BMD alom als een mislukking beschouwd. ‘De meest schandelijke vertoning uit de parlementaire geschiedenis’, oordeelde oud-minister Molly Geertsema (VVD) zelfs. Voor hem getuigde de BMD vooral van politieke onwil om zelf knopen door te hakken in heikele kwesties. Geertsema zelf had daar geen last van. Als voorzitter van een commissie die het kabinet adviseerde over de opslag van kernafval had hij blijmoedig betoogd dat het ontploffingsgevaar van griesmeel groter is dan dat van nucleair afval. En minister-president Lubbers kondigde, even blijmoedig, de bouw van nieuwe kerncentrales aan. Een actiegroep, die zich tooide met de naam ‘De wraak van jonkheer De Brauw’, stelde vast – na raadpleging van documenten die bij het ministerie van Economische Zaken waren ontvreemd – dat Lubbers die beslissing al had genomen vóór de afronding van de BMD.

Het debat over kernenergie werd alsnog in het voordeel van de tegenstanders beslist nadat in april 1986 in Tsjernobyl, in de toenmalige Sovjet-Unie, een grote hoeveelheid radioactiviteit vrijkwam bij een explosie in de kerncentrale aldaar. Daarop sloeg de stemming tegenover kernenergie radicaal om. Het percentage Nederlanders dat tegen kernenergie was, steeg van om en nabij de 50 procent naar 85 procent. Van plannen voor nieuwe centrales (die op de Maasvlakte, bij de Eemshaven en Borssele hadden zullen verrijzen) werd geruime tijd niets meer vernomen. Sterker: de bestaande centrales zouden, om bedrijfseconomische én politieke redenen, worden gesloten, Dodewaard in 1997 en Borssele in 2007.

Borssele, 15 juli 2009
 Beeld Arie Kievit
Borssele, 15 juli 2009Beeld Arie Kievit

Sluitingsdatum Borssele

Voor Dodewaard, het doelwit bij uitstek van atoomopponenten, was het inderdaad einde verhaal. Maar met de sluitingsdatum van Borssele werd, onder invloed van wisselende politieke stemmingen, voortdurend geschoven: eerst bedong de PvdA dat de kerncentrale al in 2004 zou worden gesloten, toen ging ze bij wijze van concessie aan de VVD (coalitiepartner in de paarse kabinetten) akkoord met 2007. Het kabinet-Balkenende II stelde de sluiting zes jaar uit, en het kabinet-Balkenende III gaf Borssele uitstel tot 2034.

Voorstanders van kernenergie wierpen de schuchterheid van zich af. En ze hoefden zich niet meer alleen van geopolitieke argumenten te bedienen, maar konden zich ook opwerpen als redders van het klimaat – een thema dat eerder een ondergeschikte rol speelde in de discussie. Ben Bot, CDA-minister van Buitenlandse Zaken van 2003 tot 2007, betoogde dat kernenergie onlosmakelijk was verbonden met een ambitieus Europees klimaatbeleid. In 2006 zinspeelde het kabinet op de bouw van een tweede, in 2016 te openen, kerncentrale. Bekeerde milieuactivisten, zoals de Britse chemicus James Lovelock, prezen de nucleaire optie als ‘onontkoombaar’ aan. In Nederland toonde Jan Terlouw, voormalig leider van D66, zich ‘zeer tevreden’ over de hervatting van het kernenergiedebat – dat bijna twintig jaar op slot had gezeten. ‘De gevaren van klimaatverandering zijn veel groter dan die van kerncentrales’, meende hij. Maurice de Hond stelde vast dat een (kleine) meerderheid van de Nederlanders er geen problemen mee had dat de kerncentrale van Borssele tot nader order in bedrijf bleef.

De tegenstanders, geschrokken van een debat waarvan zij meenden dat het allang was afgesloten, voegden aan hun oude argumenten – de (veronderstelde) onveiligheid van het proces van kernsplitsing en de opslag van nucleair afval – nieuwe argumenten toe: de hoge kosten van de bouw van kerncentrales en hun gevoeligheid voor terroristische aanslagen. ‘Instemmen met de bouw van een nieuwe kerncentrale komt in feite neer op akkoord gaan met de bouw van een nieuw terroristisch doel’, betoogde Greenpeace.

Het door de PVV gedoogde kabinet-Rutte I legde in zijn regeerakkoord vast dat ‘aanvragen van vergunningen voor de bouw van een of meer nieuwe kerncentrales die voldoen aan de vereisten, worden ingewilligd’. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau stonden de burgers open voor een hervatting van het debat over kernenergie, ‘mits dit gaat over een integraal energiebeleid voor de toekomst’. Uit beduchtheid voor een nieuwe BMD koos het kabinet echter voor de parlementaire route. Minder dan een maand voordat de Tweede Kamer zich zou uitspreken over de ‘randvoorwaarden voor nieuwe kerncentrales’ werd kernenergie in 2011 door Fukushima opnieuw in diskrediet gebracht.

Nieuwe kerncentrale komt er

Geharnaste voorstanders lieten zich daardoor niet van de wijs brengen. ‘We moeten nuchter kijken naar wat er is gebeurd’, zei het Kamerlid René Leegte (VVD). ‘In Japan heeft zich het zwartste scenario afgespeeld: een aardbeving en ook nog een tsunami. Toch is er eigenlijk niets gebeurd. Het standpunt van de VVD verandert dus niet.’ Ook CDA-minister Verhagen (Economische Zaken en Innovatie) toonde zich onverzettelijk: ‘Die nieuwe kerncentrale komt er gewoon.’

Van Fukushima ging echter hetzelfde effect uit als van Tsjernobyl – ook al waren er als rechtstreeks gevolg van de ramp geen doden te betreuren: de nucleaire optie werd weer schielijk ingetrokken. Niet alleen in Nederland: in Duitsland wierp bondskanselier Angela Merkel de haar kenmerkende bedachtzaamheid van zich af, en legde per onmiddellijk acht (van de 17) kerncentrales stil. Ook andere landen besloten tot een ‘kernuitstap’ of tot de annulering van uitstaande bouwplannen.

Aan de wijsheid van het radicale besluit van Merkel wordt inmiddels hardop getwijfeld. In Nederland ontpopte kernenergie zich tot een dark horse onder de verkiezingsthema’s. En deze week spoorde de Stichting Energietransitie & Kernenergie het toekomstige kabinet er met een manifest toe aan de inzet van kernenergie vanaf 2030 op z’n minst te overwegen. ‘Om de klimaatdoelen van 2050 te halen, zullen alle CO2 vrije energiebronnen moeten worden ingezet. Dogma’s passen niet bij de urgentie van het klimaatprobleem.’ Ondertekenaars van het manifest zijn onder anderen de oud-ministers Hans Alders (PvdA), Johan Remkes (VVD), Maria van der Hoeven (CDA), Jan Terlouw en Hans Wijers (beiden van D66) en voormalig SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan (eveneens lid van D66). Opmerkelijk is dat zoveel D66’ers het pleidooi voor kernenergie onderschrijven: tot dusverre stelde hun partij zich aarzelend of afwijzend op tegenover deze optie. Tijdens de komende kabinetsformatie zal blijken of de veranderende opvattingen ook hun weerslag krijgen in nieuw beleid.

Standpunten politieke partijen over kernenergie

VVD: Naast wind op zee en zon op dak ook inzetten op kernenergie(geen energiebronnen uitsluiten)

D66: Nu geen nieuwe kerncentrales

PVV: Kerncentrales bouwen (thorium)

CDA: Na 2030 planvorming voor twee kerncentrales

PvdA: Geen kernenergie. Kerncentrale Borssele sluiten

GroenLinks: Geen kernenergie. Kerncentrale Borssele sluiten

SP: Kernenergie is geen duurzaam alternatief

FvD: Stimuleren kernenergie

ChristenUnie: Geen nieuwe kerncentrales

PvdD: Geen nieuwe kerncentrales

SGP: Onderzoek naar kernenergie

JA21: Voorstander van kernenergie

Volt: Bouw (moderne) kerncentrales. Investeren in volledig duurzame energie op langere termijn

50Plus: Geen kernenergie zonder oplossing kernafval

DENK: Geen standpunt over kernenergie in verkiezingsprogramma

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden