Kermis op het erf

Eten bij de boer, kunst bij de boer, trouwen bij de boer. Het boerenerf dient steeds vaker als decor voor stedelijke activiteiten....

Zo tussen de amuse van rookvlees met boekweithoning-dressing en de trio tartaar van haring, zalm en zeebaars klimt mevrouw Hollaar, de eigenaresse van de Karperhoeve in Maassluis, op de stervormige tafel van het mobiele boerendesignrestaurant dat in haar weiland staat opgesteld. Ze houdt een toespraak. Me vrouw Hollaar heeft genoten van de Boer de rij en Esta fette in het kader van 2003 Jaar van de Boerderij. Zo was het onderdeel Boeren bios wat haar betreft een doorslaand succes. Om dat er bijna niemand kwam opdagen, kon ze vier dagen lang met vrienden en kennissen allemaal mooie films zien over het boerenleven, op een groot scherm bij haar eigen boerderij.

Omdat ze 'toch ondernemer' is, had ze wel gezorgd dat voor de rest van de activiteiten die op haar erf zouden plaatsvinden, wat meer animo was. Zo heeft ze hoogstpersoonlijk haar best gedaan om de Boerenmarkt van deze zaterdag tot een succes te maken. Dus heeft ze een kantklosclubje uitgenodigd en er worden ook honing, eieren, kaas, wol, ijs en boerentompoezen verkocht, allemaal van Zuid-Hollandse makelij.

Goedbeschouwd is mevrouw Hollaar geen boerin meer. Na de dood van haar man was het voor haar onmogelijk om door te gaan met het melkveebedrijf. Ze verkocht de koeien en kocht er paarden voor in de plaats. De boerderij en de grond doen nu in feite dienst als manege en paardenstalling, die wordt geleid door dochter Hollaar.

Met paarden valt meer geld te verdienen dan met koeien. En mevrouw Hollaar denkt nu al na over nog meer buiten-agrarische activiteiten die zich tegen het decor van haar prachtige, historische boerderij kunnen afspelen, als 2003 Jaar van de Boerderij eenmaal voorbij is. Ze heeft er wel lol in gekregen, in al die mensen op het erf.

Groen longetje

Twintig jaar geleden was hier bijna iedereen boer, in de Zuidbuurt, een paar kilometer lange smalle weg langs een kronkelende vaart, toen nog op gepaste afstand van Maas sluis. Nu zijn aan de ene kant de nieuwbouwwijken van het dorp opgerukt, aan de andere kant, achter de boerderijen, klinkt in de nabije verte het geraas van de snelweg Rot terdam-Hoek van Holland. Begin jaren negentig besloot de provincie het gebied te 'herbestemmen'. De Zuidbuurt zou een groen longetje moeten worden met deels recreatieve functie, in een verstedelijkt gebied met veel industrie.

En als de overheid wil herbestemmen, dan valt er geld te verdienen. Veel boeren lieten zich uitkopen en begonnen elders in Ne der land, met financiële steun, opnieuw. Anderen stopten met hun boerenbedrijf en begonnen, ook onder aantrekkelijke voorwaarden, met iets anders. Zo ook onze naaste disgenoten, Hans en Nadine van Leeu wen, die twee huizen verder blijken te wonen. Hij hoefde halverwege de jaren negentig niet lang na te denken toen de provincie hem geld bood om te stoppen met het varkensbedrijf dat hij niet lang daarvoor van zijn vader had overgenomen. Hij begon in plaats daarvan een hoveniersbedrijf, op dezelfde plek, wederom gesteund door de overheid. Sinds dien gaat hij zeer goedlachs door het leven. 'Ik heb twee keer een goede deal gesloten.'

Hun buurt is in tien jaar tijd wel veranderd. Er zijn nog hooguit vijf boeren over, een paar honderd meter verder werd een recreatieplas aangelegd en in de weekends wordt er volop gefietst over het dijkje voor hun huis.

En nu zitten de Van Leeuwens bij hun buren te eten in het kader van 2003 Jaar van de Boerderij, dat juist als doel heeft de historische boerderij te behouden. Dat is wat verwarrend, want in de Zuidbuurt lijkt dat alleen nog te kunnen door het boerenbedrijf eraan te geven. En al is het diner, verzorgd door het Schiedamse Ristorante Italia nog zo smakelijk en de ambiance meer dan rustiek, de vraag is of de stedeling op deze manier naar het platteland wordt gehaald of dat het juist de plattelander is die in aanraking wordt gebracht met de smaak van de stad.

Zakdoek en riek

Er trok de afgelopen maanden een circus door het land. In Amsterdam verzon het bureau Brains Unlimited in opdracht van de Stichting 2003 Jaar van de Boerderij een 'reizend kunst-, culinair en cultureel programma', dat zich volledig afspeelde op en rond historische boerderijen door het hele land. Een lawine aan activiteiten toneel, theater, muziek,beeldende kunst, film en eten afwisselend in verschillende provincies, op verschillende boerderijen. De boodschap, zo leek het wel: op de boerderij is het leuk, vooral als de stedeling er neerstrijkt en kunstzinnige dingen organiseert. Al gingen veel voorstellingen dan wel weer over de boerderij of het platteland.

Het begon allemaal begin mei, toen het vogelpestvirus nog volop woedde, in het Gelderse Angeren, op de schitterende boerderij van Gerard en Thea Giesen. Bij de openingsdag van die zogeheten Boerderijen Estafette liep een man rond met een overall, een rode zakdoek en een riek; hij bleek een acteur te zijn die voor boer speelde. De echte boer, Gerard Giesen, zag er netjes gekleed uit. Iedereen luisterde naar toespraken, waar onder die van de burgemeester die zei: 'Als ik een staart zou hebben, zou u zien dat ik trots ben als een pauw', en: 'Er komen allerlei stedelijke artefacten onze richting op.'

De opening was tegelijkertijd het hoogtepunt van de Estafette in Gelderland. De organisatoren uit Amsterdam bleken nog niet zo goed ingevoerd in de regio; de publiciteit was laat geregeld en de Boerenmarkt ging niet door wegens een gebrek aan deelnemers. 'Dat was wel jammer', zegt Thea Giesen. 'Er kwamen wel bezoekers, die moesten we teleurstellen.'

Ook het restaurant liep niet vol. 'Mensen uit de buurt vonden het te duur. En veel bezoekers vonden het eten te culinair, ze hadden nu juist echt boerengerechten verwacht.' Toch hadden Thea en Gerard Giesen het niet willen missen, al die activiteiten op hun erf. 'Ik vond het echt jammer dat ze weggingen,' zegt zij. 'Ik raakte er aan gewend om de hele dag die Amsterdammers over de vloer te hebben. Nu is het weer stil.'

Historisch erfgoed

Na Gelderland ging het beter met de BoerderijenEstafette. In andere provincies was de opkomst zelfs overweldigend en werkte het idee van de ontmoeting van stad en platteland wel, waarbij het doel aandacht vragen voor de historische boerderijen in het veranderende platteland beter uit de verf kwam.

'Van Gelderland hebben we veel geleerd', aldus Bubo Damen, artistiek leider en hoofd producent van de Estafette. 'Wij dachten dat we heel goed regionaal bezig waren. Maar het bleek al snel dat er zich nog vele regionale en lokale lagen onder onze contacten bevonden. Gaandeweg zijn we het steeds lokaler gaan aanpakken. Toen kregen we ook draagvlak onder de boeren en de locatiehouders.'

Voor de organisatoren was het in ieder geval een leerzaam project. Damen: 'Tijdens mijn eerste bezoek aan een boer zag ik koeien met hoorns. Ik dacht dat het stieren waren, maar ze hadden uiers. Voor mij was het echt nieuws dat er ook koeienrassen bestaan die hoorns hebben.'

Het viel de Amsterdammers vooral op hoe coöperatief en betrokken de boeren waren. Jos Rek, directeur van Brains Unlimited en bedenker van de Boerderijen Estafette: 'De boer als wereldvreemd type die nog nooit een stad heeft gezien, bestaat al lang niet meer. Het cultuurverschil tussen de stad en het platteland is nog nooit zo klein geweest als nu. Boeren zijn steeds meer ondernemers geworden. Ze zoeken noodgedwongen het directe contact met de consument. Een van de twee partners werkt vaak in de stad en vele boeren hebben niet-agrarische nevenactiviteiten.

Tegelijker tijd ontdekt de stedeling de waarde van het platteland, deels uit romantische en nostalgische overwegingen, maar ook omdat de boerderij en het agrarische cultuurlandschap steeds meer wordt gezien als historisch erfgoed waar je zuinig op moet zijn.'

Jos Rek weet nog dat het idee van 2003 Jaar van de Boerderij een paar jaar geleden ontstond toen in Noord-Holland een rijtje oude stolpboerderijen moest wijken voor de aanleg van een weg. 'Heel veel mensen vroegen zich af: kan dat zomaar? Toen bleek dat allerlei partijen zich druk maakten om het behoud van het agrarische erfgoed, maar er was niet echt een coördinerend lichaam. Historisch erfgoed in het buitengebied was daardoor min of meer vogelvrij.

'Dat is aan het einde van dit jaar hopelijk anders. We bewaren de monumentale panden in de stad, we hebben beleid voor industrieel erfgoed en nu is de boerderij aan de beurt. Daarvoor is een groot draagvlak, dat is ons nu al opgevallen. Er is liefde en aandacht voor het platteland en niet alleen op het platteland zelf, maar ook in de stad.'

Decorkoe

Gerard en Thea Giesen, bewoners en eigenaren van Het Meer, de Gelderse boerderij van het jaar 1997, zijn een illustratie van die openheid. Niet alleen om economische redenen zijn ze grote voorstanders van meer bezoekers op het erf. Gerard Giesen: 'Vroeger was iedereen in de omgeving boer. De boeren zaten ook dichter op elkaar. Je kwam voortdurend bij elkaar op het erf en je hielp elkaar met de oogst. Wij missen dat wel, die drukte.'

Ze hebben er ook de boerderij voor. Delen van de boerderij en de schuren zijn nog in de staat waarin ze rond 1800 werden gebouwd en Gerard Giesen doet er, als liefhebber, alles aan om de gebouwen, en het erf, in goede staat te houden. Dat is een kostbare en tijdrovende aangelegenheid. 'Er moet altijd wel iets gebeuren.'

Op momenten van tegenslag afgelopen winter werden een paar kalfjes dood geboren vraagt het echtpaar zich weleens af of het allemaal de moeite waard is. 'Aan de andere kant', zegt zij, 'een mooiere plek om te wonen bestaat niet.'

Dat vinden bezoekers ook. Sinds een bruidspaar uit het dorp de trouwfoto's bij hen op het erf liet maken, hebben ze er een bescheiden nevenactiviteit van gemaakt. Te gen een kleine vergoeding verzorgt Thea Gie sen alles: de koffie, de decorkoe en het schoonmaken van het schoeisel van de bruidsparen. Ze denken nu hard na over meer activiteiten. Wellicht kan de prachtige schuur achter hun huis gebruikt worden als tentoonstellingsruimte, ze kunnen rondleidingen geven aan groepen en daarbij een winkeltje aan huis beginnen. 'De vraag is natuurlijk: waar leg je de grens', denkt Gerard Giesen hardop. Er lopen fietsroutes in de buurt en achter de schuur ligt een klein meertje op hun terrein. Een ideale plek voor een terras met bediening of zelfs een restaurant; één van hun drie zonen zit nota bene op de hotelschool. Maar dit gaat Gerard Giesen vooralsnog te ver. 'Het moet wel in het verlengde liggen van het boerenbedrijf. Straks hebben we hier alleen nog een paar koeien als bezienswaardigheid voor toeristen.'

Zover is het in De Beemster, de Noord-Hollandse polder die in 1999 het predikaat Werelderfgoed kreeg, nog niet. Maar als ergens het contact tussen het platteland en de stad actief wordt onderhouden, dan is het wel in Middenbeemster en omgeving. Dat heeft zo zijn redenen. Van oudsher heeft het ooit in opdracht van Amsterdamse koopmanslieden drooggelegde gebied relatief kleine landbouwkavels met mooie stolpboerderijen, waardoor De Beemster samen met het naastgelegen natuurgebied Eilands polder, polder De Schermer en museumdorpjes als Graft-De Rijp aantrekkelijk is voor recreanten uit de stad.

De discussie over hoe het verder moest met de landbouw werd halverwege de jaren negentig urgent toen een Beemsterboer besloot een golfbaan aan te leggen op zijn land, omdat boeren niet meer rendabel was. De gemeente gaf toestemming, maar het ging andere boeren en bewoners veel te ver. 'Toen zijn we bij elkaar gaan zitten en hebben we de krachten gebundeld', aldus Fedde de Jong, voorzitter van de Stichting Platte lands vernieuwing Beemster, tevens gemeentesecretaris van Middenbeemster. 'We wilden een agrarisch gebied blijven, maar verdergaande schaalvergroting van de landbouw voorkomen.'

Dat resulteerde onder meer in de oprichting van het Beemster Lusthof, een samenwerkingsverband van boeren. Zij besloten een deel van hun producten aan huis te verkopen en samen te zoeken naar nieuwe afzetmogelijkheden buiten de veiling om.

'En dat werkt fantastisch', aldus Vera van Berge, die haar fruitteeltbedrijf in 1995 bijna ten onder zag gaan toen de bank de geldkraan dichtdraaide. 'Boeren hielden hun boeken hier vroeger angstvallig voor elkaar gesloten. Nu werken we samen. Die openheid is een verademing en het werkt. Als ik een vraag krijg over een bepaald product, dan kan ik doorverwijzen naar een collega. Andersom gebeurt dat ook. We zoeken voor elkaar naar afzetmogelijkheden en we hebben een gezamenlijk logo, dat heeft iedereen aan de straat staan.'

Van Berge verkoopt tegenwoordig 80 procent van haar producten 'aan huis', ze verzorgt ook groepsrondleidingen op het bedrijf. 'Veel mensen komen tegenwoordig speciaal naar De Beemster om agrarisch te shoppen.'

De boeren van het Beemster Lusthof, maar ook andere boeren, besloten tot meer diversiteit in het aanbod en tot het maken van streekproducten. Veel boeren leveren melk voor de Beemster Kaas, er bestaat Beemsterijs en zelfs Beemsterwijn. Uiteraard valt er in De Beemster ook volop te kamperen bij de boer en bestaat er een pensionboerderij en een boerderijhotel.

Dat past overigens in het landelijke beeld. Volgens een recente analyse van het Landbouw Economisch Instituut (lei) was tweederde van de kleine boerenbedrijven begin 2000 volledig aangewezen op geld uit niet-agrarische werkzaamheden. Bij een vijfde van de grote bedrijven waren de niet-agrarische activiteiten eveneens de hoofdinkomstenbron.

Keukentafelstadium

Melkveehouder Jan Uitentuis is al twee jaar aan het experimenteren met Noord-Hol landse Meshanger kaas, een pittige schimmelkaas die sinds 1940 niet meer gemaakt is en waarvan alleen nog wat vage beschrijvingen bestonden. Sinds kort, zegt Uiten tuis, is hij het keukentafelstadium ontgroeid. De kaas is goed, nu is hij bezig met het inrichten van een kaasmakerij. Daar naast komen er een ochtend in de week drie gehandicapten op zijn boerderij. Die 'zorgfunctie' willen Uitentuis en zijn vrouw nog uitbreiden.

Uitentuis is een van de initiatiefnemers van de samenwerking tussen de boeren en een pleitbezorger van het verbreden van de horizon van de Beemster-landbouw. Het beeld dat hij schetst is vrij overzichtelijk. 'Je hebt hier grofweg drie typen boeren. Een derde stopt tussen nu en vijf jaar, een derde bestaat uit bovengemiddelde bedrijven die op het groeiscenario zitten en de middelen en het vertrouwen hebben van de bank. Dan is er nog een grote groep met een gemiddelde bedrijfsgrootte. Deze boeren hebben het nodig om te verbreden, zij hebben ook het meest oog voor andere, nieuwe activiteiten.'

Die golfbaan, zegt Uitentuis, was de aanleiding. 'Een symptoom eigenlijk. Die boer zei: ”Op een normale manier kan ik mijn geld niet meer verdienen.” Toen brak het besef door: we moeten meer doen dan boter, kaas en eieren. Boeren zijn te veel uitwisselbaar, we moeten een meerwaarde creëren ten opzichte van andere landen. Die meerwaarde is hier: rust, ruimte, een prachtig cultuurlandschap. Die sterke punten moet je vermarkten. Het mooie is dat het ook lukt, vooral omdat we samenwerken.'

Wat hielp is dat de Unesco De Beemster uitriep tot Werelderfgoed, op voordracht van de toenmalige staatssecretaris Aad Nuis. 'Een bizar verhaal', aldus Fedde de Jong. 'Ik hoorde het op het nieuws; we werden in één adem genoemd met de Borubudur. Sommi ge boeren waren ongerust. Die belden naar het gemeentehuis en vroegen: ”Kan ik nu alleen nog met mijn zondagse pak het land op?” Later zagen ze ook de voordelen.'

Jan Uitentuis: 'De functie van dit gebied staat nu vast: een optimaal landbouwgebied met grote cultuurhistorische betekenis. Dat is een groot voordeel. Nieuwe natuur produceren gaat ten koste van het gebied. Ook voor yuppenvijvers met woningen eromheen is geen plaats meer.'

Experiment in de tuin

Voor Jan Kruiswijk is de mobiele telefoon een uitkomst. Staat hij bij zijn koeien, ergens op het land, kan hij toch zijn knoflook verkopen. Zeker, hij is boer, maar een behoorlijk deel van de dag gaat toch op aan het contact met klanten. Zoals nu. Terwijl scholieren verse knoflook pellen voor een zending die vandaag nog weg moet, loopt Kruiswijk al ijsberend te bellen in de voormalige stal waar nu de knoflookpoot van zijn bedrijf is ondergebracht.

Jan Kruiswijk is één van de voorlopers van de vernieuwingen in de Beemster. Toen hij twaalf jaar geleden, op zijn 25ste, het melkveebedrijf van zijn vader overnam, merkte hij dat de groeimogelijkheden met koeien alleen beperkt waren en ging hij driftig op zoek naar iets anders. Hij kwam uit bij knoflook.

'Het was een kwestie van experimenteren, gewoon in de tuin. We begonnen met de gewone, droge knoflook, maar op die markt konden we niet concurreren. Toen zijn we met verse knoflook begonnen, dat bestond in Nederland helemaal niet. Verse knoflook is minder scherp van smaak. Je ruikt ook minder uit je mond.'

De familie Kruiswijk had nogal wat tegenslagen, maar uiteindelijk slaagde het project. Nu levert Jan Kruiswijk aan supermarktketens in binnenen buitenland. 'Het is een kleine luxemarkt. Geen vetpot, maar wij zijn inmiddels wel helemaal gek van de teelt. Vorig jaar hebben we een Franse machine op de kop getikt. Die hebben we zelf aangepast om er verse knoflook mee te kunnen oogsten. Het is geweldig als dat dan ook blijkt te lukken.'

Hij en zijn vrouw Miriam verkopen ook aan huis. 'Veel Amsterdammers maken er een uitje van. Dan toeren ze op de fiets langs de stalletjes in de Beemster en kopen vlees, groenten, fruit en bloemen.'

Jan Knook, die twee kilometer verderop een akkerbouwbedrijf heeft, zit in datzelfde circuit. Zijn 'speerpunt' naast zijn 'te kleine' akkerbouwpoot, is de teelt van zonnebloemen. 'De consumentenbehoeften veranderen. Ik ben net als veel kleinere boeren vanuit een achterstandssituatie creatief geworden. De stedeling heeft een francofiel beeld van het platteland. Op dat imago speel ik in, al is het maar om te overleven. Een oplossing voor de landbouw als geheel is het niet en je houdt er de globalisering en het gesleep met voedsel ook niet mee tegen. Het stelt mij hoogstens in staat om te blijven boeren, al zou dat moeilijk worden als mijn vrouw niet in de stad zou werken. En je houdt het platteland zoals de stedeling dat graag ziet in stand. Mooi, maar ook een beetje triest.'

Euforie

Guus Waal, eveneens boer in de Beem ster, bekijkt de ontwikkelingen iets vrolijker. Haar man schakelde in 1989 over van een gangbaar naar een biologisch-dynamisch veeteeltbedrijf, mede als manier om te overleven. Samen met zoon Jan bestiert hij het bedrijf, Guus heeft sinds drieënhalf jaar een winkel aan huis. Daar verkoopt ze hun eigen lamsen rundvlees, maar ook biologische groenten, fruitsappen en andere producten van boeren uit de omgeving.

'We hebben de tussenhandel uitgeschakeld, de producten zijn vers en net iets goedkoper dan in de winkel. Het past helemaal in ons idee van: regionaal produceren, regionaal consumeren. Ik vind het geweldig. '

Een week later, aan de lange, houten tafels van BoerenWereldKeuken Restaurant in het Zuid-Hollandse Maassluis, is de stemming al even harmonieus en treedt, naarmate de avond vordert, zelfs de euforie in. De ontmoeting tussen stad en platteland is uitermate geslaagd. 'Volgend jaar weer, wat mij betreft', roept mevrouw Hollaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden