KERKSTRAAT

Kerkstraat Lepelstraat. Begint bij Kladseweg, eindigt bij Lepelstraatseweg en Kruisstraat. Nummers 1-92. Tweerichtingsverkeer. St Antonius van Paduakerk...

Een politieagent zonder pet

fietst voorbij. Hij kijkt en zegt niets.

De eigenaar van de Versmarkt op nummer 51 ('Blij met de stomerij') doet net alsof hij op zijn stoep heel veel omhanden heeft. Hij kijkt en zegt goeiemiddag. Dan kijkt hij nog eens, en nog eens. Wanneer ik vijftig meter verderop omkijk, kijkt hij nog steeds.

Op nummer 69 repareert een man het hek. Hij kijkt en zegt niets.

Nummer 62 ('een volledig gloeilampenpakket voor 9,95') meldt dat de Gerarduskalender weer is verschenen en dat gratis jonge poesjes en katertjes in diverse kleuren zijn af te halen. De boodschap is vast niet besteed aan nummer 64 die van zijn voorkamer een complete volière heeft gemaakt. Wie zijn deur passeert, hoort onophoudelijk vogelgekwetter. Ook achter het hakbedrijf op nummer 66 kwettert het een en ander.

Ochtend in de Kerkstraat van Lepelstraat. De wind voert plastic etensbakjes en bekertjes mee, restanten van de kermis, herinneringen aan de speciale middag voor ouderen, aan alle dagen vertier met entertainer De Frie en aan het optreden van Sandwich.

Op eikenhouten voordeuren met panelen zijn ze gek hier. Op gepolitoerde kozijnen in alle tinten bruin, op glas-in-lood en kanten vitrage en in de vensterbanken weelderige sierschalen en

-vazen die Made in Belgium verraden. En uiteraard op kunstbloemen.

Tegen de bocht van de straat ligt de Markt alwaar cafetaria 't Martje op nummer 28, en daar tegenover een afgesloten kraam (oliebollen, veronderstel ik, of Oud-Hollandse wafels). Nummer 21 kijkt schuin op de Markt uit en is lid van een duivenhoudersvereniging, dus zit op het naambordje een duif. Wat niets te maken heeft met de koeienkop boven zijn garage.

Om jaloers op te worden: de Celsche Hoeve op nummer 71, met een oprijlaan, op het dak een klokkentorentje, op de gevel het jaartal 1765, in de voortuin een grote uitgesneden boomstam, als een verdwaald beeld van het Paaseiland, met K.M. 1851. Ernaast staat een lege wijnfles.

De stallen, als vlieghangars zo groot, liggen aan een stenen binnenplaats en horen nu bij nummer 69.

De kat van nummer 50 doet aan karate. Op nummer 41 woont een Schotse collie, 'als de hond komt plat op de grond gaan liggen en op hulp wachten. Als er geen hulp komt, sterkte'. Op de vitrage van nummer 39 zit een houten poes. Die voor het raam van nummer 16 is van steen. En dan heeft slager Kats op nummer 40 ook nog in zijn winkel een koe en een varken staan die het besterven van het lachen.

Bibliotheek De Bladwijzer op nummer 57 herbergt steunpunt Lepelaar, de huisvesting voor kruiswr. Vaag kan ik op de zijmuur van nummer 63 lezen: 'De mooiste wanden van Nederland zijn versierd door Goudsmit-Hoff.' Maar dan niet meer hier. Het winkeldeel is dichtgespijkerd, in de zijtuin is het onkruid hoog opgeschoten, het hek is verroest. 'Kom even binnen voor de tien kamer-ideeën zegt Lex Goudsmit.'

In een nis van het gemeenschapshuis op nummer 82 en 84 staat de heilige Antonius. Hij heeft beduidend minder van de natuur te lijden gehad dan de stervende soldaat ('Het vaderlandt gethrouwe tot in den doot') op het kerkplein.

Bij het verlaten van Lepelstraat passeer ik het straatbordje Vagevuur.

Frans van Schoonderwalt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden