AchtergrondTweede Wereldoorlog

Kerken erkennen bijdrage aan ‘een klimaat van antisemitisme’ tijdens de oorlog

De protestantse kerken erkennen hun falen tijdens de Duitse bezetting. Ze tekenden weliswaar verzet aan tegen de deportatie van Joden, maar verloren zichzelf ook in theologische haarkloverijen.

Het huis van een gedeporteerd Joods gezin wordt leeggehaald. Voor het maken van deze foto werd Bönnekamp gearresteerd. Hij kwam vrij doordat hij een aanvraagformulier om te mogen fotograferen bij zich droeg.Beeld Karel Bönnekamp / Verzetsmuseum

Tijdens de aanstaande herdenking van de zogenoemde Kristalnacht – de pogrom in nazi-Duitsland waarvan de Joodse gemeenschap op 9 november 1938 het slachtoffer werd – zal de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) erkennen dat ze voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft bijgedragen aan ‘een klimaat van antisemitisme’. Excuses zal de kerk daar niet haar voor aanbieden, zei René de Reuver, scriba (secretaris) van de PKN donderdag in Trouw. Want het woord ‘excuses’ ontbreekt in het kerkelijk vocabulaire. Maar ‘schuld is het diepste woord dat je voor falen kunt gebruiken’.

‘Wij schoten tekort in spreken en in zwijgen, in doen en in laten, in houding en in gedachten’, schrijft De Reuver in een schuldbekentenis die hij op 8 november zal uitspreken tijdens een herdenkingsplechtigheid in de Amsterdamse Rav Aron Schuster synagoge. Tot die tijd geeft hij geen nadere toelichting op zijn rede.

Historicus Jan Bank, auteur van het in 2015 verschenen standaardwerk God in de Oorlog (over de rol van de kerken in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog), keek naar eigen zeggen op van de aangekondigde boetedoening. ‘In de jaren dertig waren de protestantse kerken weliswaar allerminst barmhartig tegenover de Joodse vluchtelingen, tijdens de Duitse bezetting hebben zij het welbeschouwd niet eens zo slecht gedaan.’ 

Premier Rutte

Bank vermoedt dat de PKN – in 2004 ontstaan uit een fusie van de Nederlands-Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk – niet wilde achterblijven bij de excuses die premier Mark Rutte en koning Willem-Alexander eerder dit jaar hebben uitgesproken voor het falen van Nederland tijdens de oorlog, vooral tegenover de Joodse burgers.

In zijn boek stelt Bank vast ‘dat de meerderheid van de christelijke bevolking de oorlog en de bezetting over zich heen heeft laten komen’. Tezelfdertijd boden de zondagse erediensten gelegenheid voor vrije ontmoetingen en voor expliciete of minder expliciete aanvallen op het nazibewind vanaf de kansel. Al in 1936 oordeelde de synode (kerkvergadering) van de Gereformeerde Kerken dat het lidmaatschap van de NSB ‘tuchtwaardig’ was.

Vier jaar later werd het protest tegen de eerste anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland vooral door predikanten vertolkt. Het bekendst, in dit verband, is de brochure Bijna te laat van de hervormde theoloog Jan Koopmans (1905-1945). ‘Het gaat erom’, schreef hij, ‘dat het Nederlandsche volk zich in dezen tijd goed houdt. Dat het blijk geeft een geweten te hebben.’ Nederland kon beter verdwijnen uit het ‘nieuwe Europa’ van de nazi’s ‘dan dat wij ons geweten verkoopen.’

Kanselverzet

De calvinisten gingen voor in dit kanselverzet, zegt Bank – al waren er ook onder hen mensen die een ‘accommodatie’ met de Duitse bezetter bepleitten. Een van hen was Herman Kuyper, een zoon van voormalig premier (en leider van de ARP) Abraham Kuyper. De lutheranen, die meenden gehoorzaamheid verschuldigd te zijn aan de wereldlijke overheid, aarzelden nog even. Maar in 1942 protesteerden vertegenwoordigers van alle christelijke kerken tijdens een audiëntie bij rijkscommissaris Seyss-Inquart tegen de op handen zijnde deportatie van Joden. Het jaar daarop stelde de hervormde synode in een herderlijk schrijven vast dat de ‘mateloze Jodenhaat’ de diepste fundamenten van het christelijk geloof had aangetast.

Anderzijds stonden orthodoxie en theologische haarkloverij het verzet tegen de nazi’s nogal eens in de weg. De bevindelijke calvinisten, die de leer aanhingen dat mensen niet op eigen kracht ‘tot de genade konden komen’, zagen de Duitse bezetting als een gerechtvaardigde straf voor het zondige Nederland, waaraan de zondaars zich dan ook beter niet konden onttrekken. Binnen de Gereformeerde Kerken woedde een leerstellig dispuut over ‘de betekenis van de doop in het licht van de calvinistische predestinatieleer’ dat in het najaar van 1944 resulteerde in een kerkscheuring (de zogeheten Vrijmaking).

Voedingsbodem

‘De Protestantse Kerk in Nederland wil zonder terughoudendheid erkennen dat de kerk mede de voedingsbodem heeft bereid waarin het zaad van antisemitisme kon groeien’, zei De Reuver in Trouw. Mogelijk doelde hij daarbij op het feit dat de ‘deïcide’ (de kruisiging van Jezus) de Joden eeuwenlang is aangerekend. Daarnaast toonden christenen zich in de jaren tussen beide wereldoorlog gevoelig voor een vast onderdeel in de antisemitische propaganda: dat Joden verantwoordelijk zouden zijn voor het ‘goddeloze bolsjewisme'.

De Reuver onderkent de moed die individuele predikanten en gelovigen tijdens de Duitse bezetting aan de dag hebben gelegd. Maar 75 jaar na de oorlog moet hij ook ‘met schaamrood op de kaken’ erkennen dat de kerk als instituut het heeft laten afweten. ‘Dat we laat zijn, maakt het eerder zwaarder dan lichter.’ Volgens Trouw bereiden orthodox-gereformeerde kerkgenootschappen die in 2004 buiten de PKN zijn gebleven een soortgelijke schuldbekentenis voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden