Kerk à la carte

Religie een achterhoedegevecht? Wie zingeving op maat biedt, blijkt wel degelijk gelovigen te trekken. Want we willen geloven op ónze manier.

Als het niet over ons gaat, gaat het nergens over. Deze zin verwacht je bij een reclamebureau, of misschien in een politieke campagne, maar zeker niet van een christelijk gelovige die uitlegt waarom hij naar de kerk gaat.


De jongeman die deze uitspraak deed, kerkt bij Stroom, een gemeente zonder grijze haren, opgericht in 2005. De zondagsdiensten vinden plaats in een filmhuis in Amsterdam-Oost. Doordeweeks komen de leden bijeen in tafelkringen, waar ze praten over de Bijbel, maar vooral over hun eigen leven en de problemen waarvoor ze zich gesteld zien. Deze kerk groeit - en ze is niet de enige.


Het meest vertelde verhaal over het christelijke geloof in Nederland is samen te vatten in een woord: achterhoedegevecht. En dat verhaal klopt, blijkt elk jaar opnieuw als het Sociaal en Cultureel Planbureau weer een nieuw dieptepunt in het aantal kerklidmaatschappen constateert. Maar het is niet het enige verhaal.


De christelijke kerk als geheel heeft iets van een geknotte wilg op de grens tussen winter en voorjaar - hardhandig gesnoeid tot een in eerste aanblik doods ogende stomp. Maar uit die stomp steken een paar groene uitlopers. Die takjes laten zien hoe God in Nederland blijft.


Het gat waardoor de kerk leegloopt, zit in het midden van de stronk, bij de gematigd protestantse PKN en, in mindere mate, bij de katholieken. De aanwas zit aan de randen: bij de orthodoxe of bevindelijk protestantse kerkgenootschappen zoals de Gereformeerde Gemeente, de Hersteld Hervormden en nog tientallen kleinere kerken waar de Bijbel vrij letterlijk wordt genomen en geloven nog gepaard gaat met godvrezendheid.


Maar de groei zit niet alleen in de orthodoxe hoek, ook aan de vernieuwende kant van het spectrum zijn steeds meer succeskerken, zoals Stroom. De motor achter hun groei is dat ze inspelen op de geïndividualiseerde samenleving. De kerken die groeien, zijn de kerken die mensen het gevoel geven dat er naar hen wordt geluisterd, dat hun levensvragen worden beantwoord. Kerken en religieuze groepen waar het 'over ons' gaat - al verschilt het per kerk wie er met 'ons' worden bedoeld.


'Mensen, vooral twintigers, dertigers en veertigers, stellen hun eigen behoeften voorop', zegt Joke van Saane, godsdienstpsycholoog bij de VU. 'Ze vragen zich af: waarnaar ben ik op zoek en waar kan ik dat vinden? En als een kerk iets kan betekenen in dit zoekproces, zullen mensen zich aan zo'n kerk binden, in elk geval tijdelijk.' In kerken met een uniform verhaal zijn ze niet geïnteresseerd, ze willen 'custom made' geloven.


Zelfs de bevindelijke jongeren zijn niet immuun voor het lonken van kerken die een individuelere invulling geven aan geloven. Steeds meer steken er over naar de hardst groeiende groep kerken in Nederland: de evangelische en pinksterkerken. De sociale structuren zijn er even hecht als in de bevindelijke kerken, toch ervaren veel jongeren het evangelische geloof als een bevrijding.


Wat deze kerken aantrekkelijk maakt, is de band met God die wordt benadrukt. En daar mag uitbundig uiting aan worden gegeven. Je mag ook bidden voor rijkdom, genezing of met de vurige wens een partner te vinden.

Mannenkerk

Een bijzonder individualistisch buitenbeentje van de evangelische kerk is de Vierde Musketier, een mannenkerk onder leiding van de evangelische dominee Henk Stoorvogel, naar idee van de Amerikaanse theoloog John Eldredge. Hij vindt dat evangelische kerken de afgelopen decennia te veel zijn gespiritualiseerd. Oftewel: vervrouwelijkt.


Echte mannen willen een duidelijke God, denkt Eldredge. Daarom biedt de Vierde Musketier de masculiene christen 'de ultieme mix tussen fysieke inspanning en geestelijke verdieping'.


Dus ploetert een groeiend aantal dertigers en veertigers uit Midden-Nederland gebroederlijk door de modder, waarna ze samen luisteren naar Gods woord.


Grotestadskerken als Stroom, Via Nova, een andere Amsterdamse jongemensenkerk, en hun evenknieeën in andere grote steden, spelen op een meer intellectuele manier in op persoonlijke behoeften. Het merendeel van de twintigers en dertigers in deze kerken heeft een christelijke plattelandsachtergrond en is hoogopgeleid. Velen zijn ergens tussen dorp en stad, puberteit en volwassenheid van hun geloof gevallen, of in elk geval van het geloof van hun ouders. Maar eenmaal in de grote stad, omgeven door een nu en dan verlammende mate aan vrijheid, in het begin van hun carrière en op zoek naar liefde, gaan ze in de kerk op zoek naar kaders die hen helpen bij alle keuzes waarvoor ze zich gesteld zien.


'Deze groep is geïnteresseerd in zelfontplooiing en zelfontwikkeling', zegt Stefan Paas, theoloog aan de VU en voorganger bij Via Nova. Dat een kerk meegaat in de veranderende cultuur vindt Paas logisch. 'Elke zondag realiseer ik me dat de jonge mensen die voor mij zitten daar niet zijn omdat ze door hun ouders het bed uit zijn geschopt. Ze zitten in de kerk omdat ze het willen, maar ze komen alleen als het hun persoonlijk iets brengt. Dat weet ik ook. Dus ga ik in gesprek, vraag ik feedback over de dienst.'


Kerk van 'U vraagt wij draaien'? Nee, zegt Paas. 'Niet alleen de kerkbezoeker is zelfbewuster geworden, de kerk zelf ook. De rol van de kerk is vergelijkbaar geworden met die van een goed restaurant. Je gaat er van tijd tot tijd heen en als het eten goed is, neem je vrienden mee. Wij zijn trots op het menu dat we aanbieden, maar we zetten geen friet op de kaart om het iedereen naar de zin te maken. We willen wel een beetje opvoeden. Als het niet bevalt, ga je naar de buren.'


Ook de inspiratie voor deze stadskerken komt uit Amerika, van een man: Tim Keller, predikant van de Redeemer Church in Manhattan. Volgens Paas is Keller niet zozeer een vooruitstrevend denker, eerder 'gewoon een middle of the road christen.' Maar wel een die rond de eeuwwisseling ontdekte dat het de moeite loonde zich te verdiepen in de levens van de mensen die hem elke week vanuit de kerkbanken aan zitten te kijken. Hij weet hoe hard ze werken en ook welke muziek ze luisteren. In zijn preken gaat het over Kafka of Madonna. Zijn stijl is tongue in cheek, soms op het cynische af.


Net als Keller is Paas niet bang om te zeggen wat hij goed vindt en wat slecht, preken in wat hij graag clair-obscur noemt, naar de schilderstijl van Rembrandt. De boodschap is onomwonden religieus, soms moraliserend, maar de inkleding is persoonlijk en eigentijds.


Het verschil met traditionele kerken is dat er na zo'n verhaal geen opgeheven vingertje volgt - de luisteraars moeten zelf weten of ze de inhoud ter harte nemen, de dominee komt het niet controleren. Ook wie niet leeft naar de lessen van de dominee is welkom in de kerk.


Hoe individualistisch ook, deze kerken zijn nog veel te traditioneel voor een andere groeiende groep stedelingen. Die gaan naar de kerk zonder dat ze weten wat ze geloven - of dat ze geloven. Zinzoekers, worden ze genoemd. Zij komen af op initiatieven als De Preek van de Leek, preken waarbij Theo Maassen, Lodewijk Asscher en Paulien Cornelisse op de kansel stonden. Dit Amsterdamse idee heeft in dertig gemeenten navolging gekregen.


Over deze zinzoekers schreef Trouw-journalist Koert van der Velde het boek Flirten met God. Volgens Van der Velde is de tegenstelling tussen wel en niet gelovig achterhaald. De aversie die veel vijftigers en zestigers hebben tegen de kerk waaraan ze zich vroeger hebben ontworsteld, ontbreekt bij mensen die tien, twintig jaar jonger zijn. Velen van hen zijn niet gelovig of niet gelovig opgevoed, maar desalniettemin geïnteresseerd in het geloof of ten minste in het bijwonen van een kerkdienst. Dat doen ze om te horen of de verhalen, liederen en rituelen hen inspireren, of ze er iets mee kunnen.


'Deze mensen bekijken het geloof als een cultuurproduct', zegt Van der Velde. 'Ze beseffen dat mensen beperkt zijn in hun begrip van de wereld, het heelal, de wetenschap en dat vroeger het geloof werd gebruikt om te dienen als antwoord op onbeantwoordbare vragen. Voor hen is geloof niet iets wat hun hele leven bij hen is, maar iets waar ze zich af en toe even mee inlaten.'

Iets

Daarvoor hoef je niet eens per se naar de kerk, je kunt ook je eigen ritueel laten maken. Annegien Ochtman-de Boer, vroeger dominee bij de remonstrantse gemeente in Naarden-Bussum, begon op haar 52ste Ritualiter, een bloeiende praktijk voor 'persoonlijke rituelen op maat', voor bij een huwelijk, geboorte, scheiding of begrafenis. 'Ik help mensen stil te staan bij een belangrijk moment, een pas op de plaats te zetten en te bedenken: wat ben ik aan het doen? Waarom? En hoe wil ik dat het liefst doen?


'Vroeger leenden we op dat soort momenten de taal van onze voorouders. Het ging zoals het altijd ging. De dominee of pastoor voltrok een standaardritueel. Nu zoeken we iets eigens.'


Haar werkzaamheden bevinden zich in wat ze het 'schemergebied tussen religie en verdieping' noemt. 'Of mensen wel of niet in een God geloven, maakt haar niet uit. 'Ik maak even lief een aangekleed burgerlijk huwelijk waarbij het woord God niet valt, als een echte kerkdienst.'


Een kerk zonder God? Je kunt verdedigen dat de functie van het geloof er niet wezenlijk door verandert. De kerk en de verhalen die daar worden verteld, dienen ter inspiratie en als leidraad voor het leven - dat doen ze al tweeduizend jaar. Je kunt je afvragen hoeveel het uitmaakt of dat verhaal over God gaat, over Iets, of alleen maar over 'ons'.


Of holt het geloof zichzelf uit? Is een kerk zonder God niet een uitwas van dezelfde klant-is-koning-mentaliteit die ertoe heeft geleid dat je in een Amerikaanse broodjeszaak je bagel met zalm ook zonder zalm kunt bestellen?

VELDHUIS & KEMPER GAAN NAADLOOS OVER IN LUCAS 5

Tijdens de dienst van succeskerk Stroom in een Amsterdamse filmzaal is het dagelijks leven nooit ver weg. 'Wat zou Jezus doen als Benno L. naast hem kwam wonen?'

Een jonge vrouw in een bloemetjesjurk monstert in de deuropening van het bioscoopgebouw de binnenkomers. 'Komt u voor de film of voor Stroom?' 'Voor de kerk?' De laatste groep verwijst Janet Miedema (34) met een stralende lach door naar het rode pluche van zaal 1.


Het publiek voor de kerkdienst en de zondagmatinee is niet van elkaar te onderscheiden: jonge mensen, modieus gekleed, traanogend bij de overgang van zon- naar kunstlicht. Miedema zelf is docente Nederlands en sinds een paar maanden moeder. Ze is van huis uit gereformeerd. Haar vriend gelooft niet.


Sinds een paar jaar bezoekt ze bijna elke week de diensten van Stroom, een jonge, groeiende Amsterdamse gemeente die bekendstaat als vernieuwend. 'Zo geef ik het geloof toch een plek, op mijn manier.'


'Wij zijn de Stroom', opent voorganger Jeroen van der Zeeuw (27) de dienst. Van der Zeeuw is student theologie aan de Vrij Universiteit. 'We zijn een christelijke gemeente. Deze dienst gaat over ons en over God. Doe met ons mee op de manier die bij jou past.'


Dan rolt plots een luide mannenstem uit de speakers: 'Ik ben altijd de schouder, de troost in ze'kre zin...' Geen orgelmuziek dus, maar Veldhuis & Kemper met hun hit Ik wou dat ik jou was uit 2003. Sommige kerkbezoekers wrijven hun ogen uit. Kerkgaan en uitgaan op zaterdagavond sluiten elkaar bij Stroom niet uit, klonk het voor de dienst al in de wandelgangen. 'Ik niet de kassa maar de rij was, ik niet de ragout maar de pastei was...' Je kunt veel over dit lied zeggen, maar toch weinig christelijks.


Stroom werd in 2005 opgericht vanuit de vrijgemaakt gereformeerde kerk. Maar sinds een paar jaar opereert Stroom zelfstandig. Dat dagelijks leven is in de dienst van Stroom goed vertegenwoordigd, vooral in de eerste tien minuten. Behalve Veldhuis & Kemper komen in de eerste tien minuten van de dienst The Circle voorbij, de bestseller van Dave Eggers, en Benno L., de ontuchtpleger die werd bedreigd door buurtbewoners na een artikel in NRC Handelsblad over zijn woonplaats.


En toch is dat eigentijdse niet de enige reden waarom de bezoekers van de dienst Stroom waarderen. Het is de combinatie van aansluiting bij het dagelijks leven, met wel degelijk een serieus christelijke ondertoon die de twintigers en dertigers, merendeels gereformeerd opgevoed, op zondag naar de bioscoopkerk trekt.


'De standaard pasklare antwoorden van de gereformeerde kerk matchen niet met mijn individuele vragen', zegt Nathan (33). 'Stroom is een kruispunt van de kerkelijke en de niet-kerkelijke wereld. Daarom heb ik het idee dat we bewuster over geloof praten.'


Na de uitbundig wereldse eerste tien minuten, volgt 'gewoon' een bijbellezing, loeigroot geprojecteerd op het bioscoopscherm. Lucas 5, over Jezus en een melaatse, een leprapatiënt, die hem vraagt: 'Heer als u wilt, kunt u me rein maken.' En Jezus, geheel anders dan de houding die mensen gewoonlijk aannemen ten opzichte van besmettelijk zieken en andersoortige outcast, raakt de man aan. 'Hij vindt het niet erg om het stigma op zichzelf over te dragen', zegt Van der Zeeuw.


En: 'Dit verhaal gaat over een God die zegt: ik wou dat ik jou was.' Om vervolgens de parallel te maken met de ontuchtpleger, tegen wiens aanwezigheid stadgenoten hevig protesteerden. 'Wat zou Jezus doen als Benno L. naast hem kwam wonen?'


Na de dienst is er koffie en geklets. Jurjen de Bruijne (26) is te spreken over de dienst. 'Dat vind ik het prettige aan Stroom. De verhalen die ik van vroeger ken, worden opnieuw geladen, heel dicht bij onze wereld gebracht.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden