Kennisclichés

De opening van het academisch jaar is traditiegetrouw de dag van de grote clichés. Ook dit jaar refereerden de sprekers weer veelvuldig aan begrippen als ‘kwaliteit’, ‘talent’, ‘innovatie’, ‘excellentie’, ‘de kennissamenleving’ en de ‘Lissabon-agenda’....

De taal van de kennissamenleving bestaat merkwaardig genoeg uit een bijna machinale opsomming van gemeenplaatsen. Evenzeer versleten is de redeneertrant van veel bestuurders in het hoger onderwijs. Al twintig jaar verzekeren zij ons dat de kwaliteit van universiteit en hogeschool ‘nog altijd goed’ is, maar dat zij, vooral vanwege de Haagse bezuinigingsdrift, aan de rand van de afgrond staan. Maar ook al blijft het budget per student gestaag dalen, de kwaliteit is elk jaar weer ‘nog altijd goed’. De instelling bevinden zich dan ook in een retorische spagaat: enerzijds willen ze meer geld, anderzijds willen ze vooral niet de indruk wekken dat zij op enigerlei wijze tekort schieten.

Tussen alle clichés door werden overigens een aantal gedachten opgeworpen die het overdenken waard zijn. Zo lanceerde de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) een plan om het rendement van de studies te verhogen. Daartoe zouden studierichtingen moeten worden samengevoegd tot brede bachelorsopleidingen. Na een jaar kunnen studenten kiezen voor een specialistischer vervolg. Dat is een goed idee. Eerder dit jaar stelde president Van Oostrom van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen al dat het studieaanbod steeds meer op de menukaart van een slechte Chinees gaat lijken: honderden, vaak modieuze, studierichtingen die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.

Na het eerste jaar zou de student een bindend studie-advies moeten krijgen, aldus de VSNU. Dat is een eerlijke methode, maar een experiment in Leiden wees uit dat het rendement helemaal niet omhoog ging na de invoering van het bindend studieadvies. Kennelijk is de werkelijkheid een stuk ingewikkelder dan de onderwijsbureaucraten denken.

Een van de zinnigste bijdragen aan deze opening van het academisch jaar kwam van Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-Raad. Volgens hem is het streven naar efficiency en rendement te ver doorgeslagen. Leren is geen lineair proces dat zich tot in detail in een plan laat vangen. Sommige leerlingen en studenten zijn laatbloeiers, anderen komen pas gaandeweg tot de ontdekking dat zij meer in hun mars hebben dan zij aanvankelijk dachten. Maar in het onderwijs wordt zittenblijven, doorstromen en ‘stapelen’ van diploma’s steeds moeilijker gemaakt. Mede met het oog op de emancipatie van allochtone studenten is dat een slechte zaak.

De kennissamenleving heeft behoefte aan topopleidingen, maar ook aan een brede onderstroom van goed opgeleide burgers. Nederland geeft relatief weinig geld uit aan onderwijs. Er is dus ruimte het onderwijs iets minder efficiënt te maken, zodat zo veel mogelijk mensen een zo hoog mogelijk niveau behalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden