Kenniscentrum voor nlattere beeldschermen

TNO is een belangrijke schakel in het kennisnetwerk. Vooral kleine bedrijven maken er gebruik van. De overheid wil sleutelen aan de financiering, tot verdriet van de TNO-top....

Een speurtocht in de werkkamer levert geen bedrijfsnamen op. En ook in de clean room van TNO in Eindhoven, op de universiteitscampus daar, is geen concreet product te zien. Dertig man werken bij TNO aan kunststof elektronica voor een trits bedrijven. Ze ontwerpen en maken op proef onder andere kleine, dunne beeldschermpjes die in producten kunnen worden geegreerd. Potenti producten wil TNO niet noemen, bedrijfsnamen ook niet.

Plastic elektronica heeft de toekomst, daarmee kan alles nog dunner en lichter. Philips, dat de technologie ervoor deels zelf ontwikkelde, concentreert zich op de ontwikkeling van nog plattere beeldschermpjes.

Voor in de mobiele telefoon om te beginnen. Maar over enkele jaren hangen thuis in elke kamer superdunne beeldschermen aan de muur, als televisie of als scherm voor videofilm. De beeldschermmarkt is er van de grote aantallen, van miljoenenseries.

Er is een veel breder toepassingsgebied voor deze nieuwe technologie, zegt Herman Schoo van TNO in Eindhoven. 'Samen met bedrijven proberen we met behulp van plastic elektronica innovatieve producten te ontwikkelen. Het zijn veelal kleinere bedrijven die daar interesse in hebben.'

Het betreft producten die meestal in kleine aantallen worden gemaakt, in series van enkele duizenden. Een lichtschakelaar met een beeldschermpje waarop iets is te lezen, bijvoorbeeld. Of een beeldschermpje geegreerd in kleding. Of led-verlichting op een kerstkaart.

De ontwikkelingen in de plastic elektronica gaan snel. Grote bedrijven als Philips beschikken over de technologie en over productieprocessen om die technologie toe te passen in producten. De afgelopen jaren heeft TNO in Eindhoven kennis en apparatuur in huis gehaald om de industri markt te kunnen bedienen, om samen met bedrijven concrete producten te ontwikkelen. Daarvoor is grote interesse, zegt Schoo. Een eerste commercieel product moet overigens nog worden gemaakt.

De productieprocessen zijn complex. Ze zijn nu nog alleen uit te voeren in stofvrije ruimtes, dure clean rooms die alleen grote bedrijven zich kunnen permitteren. Volgend jaar krijgt het kennisinstituut in Eindhoven, als eerste ter wereld de beschikking over een revolutionaire machine, ontwikkeld door het Eindhovense bedrijf OTB.

Die machine, een op research gericht prototype, maakt het gebruik van een stofvrije ruimte overbodig. De machine is als het ware zelf een stofvrije ruimte. Alle cruciale processtappen zijn slim aaneengeschakeld in een afgesloten kast. Schoo: 'Deze technologische ontwikkeling maakt het bedrijven makkelijk over te stappen op producten met plastic elektronica erin.'

Productontwikkeling is belangrijke TNO-taak, de opbouw en het onderhouden van wetenschappelijke en technologische kennis is een andere. In Eindhoven wordt daarom samengewerkt met de technische universiteit daar. Dat werk concentreert zich op fundamenteel onderzoek naar nieuwe, betere kunststoffen voor het maken van beeldschermpjes en elektronische schakelingen. 'Die basiskennis heb je nodig om aan het front te kunnen blijven bij het ontwikkelen van nieuwe producten', zegt Schoo.

Voor 'het instandhouden en het ontwikkelen van de kennispositie op lange termijn' krijgt TNO een zogeheten basisfinanciering van de overheid, een vrij besteedbaar bedrag van 60 miljoen euro, ofwel 12,5 procent van omzet. Die basisfinanciering ligt sinds mei onder vuur, na publicatie van een advies van de commissie-Wijffels.

Die heeft in opdracht van de overheid kennisinfrastructuur in Nederland onder de loep genomen. TNO is van de grotere schakels in het innovatienetwerk in Nederland. Er werken bijna vijfduizend man, verspreid over vijftien instituten. Het kennisbedrijf is goed voor een omzet van zo'n vijfhonderd miljoen euro.

Dat geld wordt met behulp van opdrachten van bedrijven en van diverse overheden binnengehaald. De commissie-Wijffels, die vindt dat TNO zich nog meer moet richten op vragen uit de markt, is voor afschaffing van de basisfinanciering. Geld voor het onderhouden en ontwikkelen van kennis moet doorberekend worden aan de klanten, vindt de commissie, een redenering die tot discussies heeft geleid tussen ministeries en de TNO-top.

Volgens Hans de Wit, lid van de raad van bestuur is bij TNO vorig jaar een strategische heroriatie in gang gezet, die tegemoet komt aan de wensen van de commissie-Wijffels. 'Het doel daarvan is een transparantere profilering ten opzichte van de markt, de programmatische aansturing van het onderzoek vanuit de markt zal daardoor effectiever worden.'

'Maar zonder een basisfinanciering is kennisvernieuwing niet echt mogelijk', meent De Wit. 'Bij het ontwikkelen van basiskennis en het in huis halen van geavanceerde apparatuur, proberen we vier tot tien jaar vooruit te kijken.'

Voortdurende vernieuwing van kennis is volgens de TNO-bestuurder nodig om bedrijven adequaat te kunnen helpen met technische innovaties. De Wit: 'Daar moet onze maakindustrie het van hebben. De Nederlandse economie kan niet zonder zo'n maakindustrie. Nederland kan niet leven van dienstverlening alleen.'

Rond TNO-kennis ontstaat soms nieuwe bedrijvigheid. De Wit: 'Er worden nu vijf es bedrijfjes per jaar opgericht op basis van bij TNO ontwikkelde kennis. Er zijn circa zestig bedrijven met bijna zeshonderd medewerkers vanuit TNO ontstaan. Dat aantal moet omhoog, naar tien per jaar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden