ANALYSE

Keiharde gevechten achter de schermen

Decennialang keek het Westen met jaloezie naar de groeicijfers van China. Het Chinese model zou - in tegenstelling tot het westerse - gericht zijn op de lange termijn. Juist dat blijkt tegen te vallen. Waarom China niet in staat is structureel te hervormen.

De Chinese President Xi Jinping. Beeld anp

Het bleek een zeldzaam inkijkje in de werking van het Chinese politieke en financiële systeem. In 2011 kon ik een interview maken met een Chinese topbankier, de vrouwelijke president van de Bank of Beijing. Maar op welke dag de afspraak zou doorgaan, bleef tot op het laatst onzeker en pas op de dag zelf werd het tijdstip bepaald. De reden? De hoogste bankiers, tevens vooraanstaande leden van de Chinese Communistische Partij (CCP), moeten op elk moment door hun politieke superieuren kunnen worden opgetrommeld.

Interview uit 2011

In 2011 gaf een Chinese topbankierster een zeldzaam interview aan een westerse journalist. Lees hier het interview terug.

'Ik heb hier vanaf dag één geleerd om zonder agenda te werken', vertelde de Nederlandse bankier die namens aandeelhouder ING in de raad van bestuur van de Chinese bank zat. Achter de façade van de staatsgeleide economie blijkt misschien geen chaos, maar wel onverwacht veel improvisatie schuil te gaan. En een in het Westen onvoorstelbare ondergeschiktheid van bankiers aan politici.

Kennis van die verhouding tussen politiek en markt is van belang om de betekenis van de spectaculaire gebeurtenissen van de afgelopen weken te kunnen doorgronden. De Chinese leiders kwamen hard in aanraking met de grenzen van hun macht - de financiële markten bleken niet aan een even strakke leiband te kunnen worden gehouden als de bankiers. Naar schatting 200 miljard dollar zette een 'nationaal team', aangestuurd door premier Li Keqiang, in om de aandelenkoersen op peil te houden. De banken vervulden hun rol als steunpilaren. Maar de poging tot marktmanipulatie moest worden gestaakt bij gebrek aan resultaat. Begin deze week werd die pijnlijke nederlaag zichtbaar in dramatische koersverliezen, vooral in Shanghai. Aan het einde van de week volgde enig herstel, maar het gezichtsverlies voor de regering was niettemin zo groot dat er over het ontslag van premier Li werd gespeculeerd.

Het was de tweede dreun in korte tijd die de markten aan het politieke bestel uitdeelden. Twee weken eerder had de centrale bank tot een devaluatie van de yuan besloten om de economie op te peppen. Uiteraard op instructie van de politieke leiders. Prompt zochten investeerders hun heil massaal elders en zag de centrale bank zich gedwongen 200 miljard dollar te spenderen. Om de eigen munt te ondersteunen gingen buitenlandse reserves in de verkoop. Ook hier is het resultaat pover, de munt staat nog altijd onder druk.

De Chinese premier Li Keqiang. Beeld anp

Dure lessen

De lessen die de markten hier aan China uitdelen, zijn niet alleen kostbaar in termen van geld, maar ook van prestige. Sinds Deng Xiaoping eind jaren zeventig de opendeurpolitiek in het communistisch geregeerde land afkondigde, wisten de leiders bij de buitenwereld de indruk te wekken redelijk bekwaam met marktkrachten te kunnen omgaan. Burgers profiteerden volop van de nieuwe mogelijkheden, met decennia van onafgebroken hoge groei tot gevolg, terwijl de politieke leiders hun eenpartijstelsel intact konden houden. Kapitalisme en communisme vormden parallelle universa.

Anders dan westerse politici, en dan vooral Amerikanen, hadden verwacht, bleek een groeiende welvaart voor de middenklasse in China niet de voorbode van politieke verandering. De studentenopstand van 1989 bracht het regime weliswaar aan de rand van de afgrond, maar niet erover heen. Sindsdien is er ruim een kwart eeuw verstreken waarin afscheid van de CCP-dominantie niet of nauwelijks een issue werd. Zolang de economische groei maar intact bleef, eiste de middenklasse geen politieke veranderingen. Ondertussen pretendeerden de leiders met hun aan de leninistische traditie ontleende vijfjarenplannen meesters van de lange termijn te zijn en de economie onder controle te kunnen houden.

Bij het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 leken zij zelfs te bewijzen uitzonderlijk goed te zijn in economisch beleid. Op het moment dat de activiteit in hun land dreigde stil te vallen als gevolg van wegvallende westerse vraag, pompten zij 4.000 miljard yuan, destijds 586 miljard dollar, in hun economie. Met dank aan het bankwezen dat de opdracht om alle kredietsluizen wijd open te zetten loyaal uitvoerde. In China bleef daardoor het vliegwiel van de groei draaien en zo kon de wereldeconomie de klap van de kredietcrisis enigszins opvangen. Hoe anders ging het in het Westen, waar banken hun kredietverlening juist inperkten en het verwijt kregen zo het herstel tegen te houden.

Handelsjargon

'De beurzen kleuren rood' is in westerse landen jargon voor een slechte handelsdag. In China is dat juist omgekeerd: rood staat voor geluk en wordt dus gebruikt voor oplopende koersen. Als contrast wordt groen voor een slechte handelsdag gebruikt, terwijl dat op de westerse markten staat voor koerswinsten.

Twijfel

In Europa groeide in die jaren van achteruitgang en eurocrisis de twijfel over het eigen bestel en werd met toenemende afgunst gekeken naar een systeem dat zoveel efficiënter leek. De leiders daar lieten hun economie tenminste krachtig groeien en hadden ook nog oog voor de lange termijn: in 2021, bij het eeuwfeest van de partij, wilden zij de VS als grootste economie passeren en in 2049, het eeuwfeest van de Volksrepubliek, moest dat op militair vlak gebeuren. Dat is nog eens visie, zo viel zeker in zakenkringen te beluisteren, heel anders dan onze westerse politici, die in de ban zijn van kortademige verkiezingscycli. De lofzang op het Chinese systeem van de Britse oud-marxist Martin Jacques viel dan ook op vruchtbare bodem - zijn When China Rules the World werd in 2009 en 2010 een bestseller en belandde op het nachtkastje van Obama. In dezelfde lijn schreef de Amerikaans-Indiase econoom Arvind Subramanian Eclipse, waarin het Westen een toekomst 'in de schaduw van de Chinese dominantie' werd toegedicht.

Die rooskleurige kijk op China, geschilderd tegen een achtergrond van westers verval, berustte op een belangrijke misvatting. Met hun succesvolle interventie van 2008 toonden de Chinese leiders zich juist vooral bekwaam op de korte, en niet op de lange termijn. Hun eenzijdig op investeringen leunende economie leed op dat moment al aan overcapaciteit. Door het stimuleringsplan kwam daar nog eens een enorme investeringsimpuls bij - met nog meer overcapaciteit tot gevolg, tastbaar in de nutteloze 'spooksteden'. De nadelen van dat kortetermijnbeleid openbaren zich als gevolg van de groeivertraging en daardoor wegvallende vraag nu pas.

Tijdlijn

1978
Begin opendeurpolitiek. Onder aanvoering van Deng Xiaoping zet China de deur open voor buitenlandse investeerders en daarmee marktkrachten.

1989
Pro-democratische studentenopstand op het Plein voor de Hemelse Vrede wordt bloedig neergeslagen. Het Westen treft economische sancties en de groei zakt enkele jaren wat in, maar herstelt zich.

1997
Uitbraak 'Azië-crisis' met dalende aandelenmarkten, devaluerende munten en angst voor wereldwijde teruggang tot gevolg. China ziet groei wel wat vertragen, maar houdt zich goed staande.

2001
Toetreding tot de wereldhandelsorganisatie WTO, waardoor China verder in de wereldeconomie integreert. Leidt tot explosieve toename handel met en investeringen in China.

2008
China weet kredietcrisis die westerse landen zwaar raakt, met succes te bestrijden door een groot stimuleringspakket af te kondigen. Economische groei zakt wel even in, maar gaat onverminderd door.

2013
Aantreden van Xi Jinping als president tegen achtergrond van geleidelijk inzakkende groei 7procent wordt het 'nieuwe normaal'. Aankondiging van een batterij aan economische hervormingen.

Augustus 2015
Beurscrash in Shanghai en devaluatie van munt; grote twijfel of 7 procent groei wel haalbaar is.

Verloren decennium

Maar het onvermogen van de Chinese leiders om de lange termijn te dienen, zit veel dieper. Bij hun aantreden in 2002 zeiden president Hu Jintao en premier Wen Jiabao drie grote problemen te willen aanpakken: de kloof tussen arm en rijk, de corruptie en de milieuvervuiling. Want die problemen, die gepaard gaan met sociale spanningen, werden bedreigend geacht voor het voortduren van het Chinese succes. Bij hun afscheid in 2012 waren die problemen niet verminderd, maar verergerd. Het tijdperk van Hu en Wen werd afgeserveerd, ook in China, als 'een verloren decennium' op hervormingsgebied. De drie kernproblemen belandden bij president Xi Jinping en de zijnen op hun bord.

Na bijna drie jaar aan de macht staat het wel vast: ook de volgende generatie leiders heeft de grootste moeite structurele hervormingen door te voeren. Eind 2013 kondigde Xi die met veel fanfare aan, met 'meer marktwerking' als zijn adagium. Terecht ziet hij dat als de route naar een evenwichtiger economie, waarin voor consumentenbestedingen een grotere en voor investeringen een kleinere rol is weggelegd.

Staatsbedrijven
Maar dat vereist wel het terugdringen van de rol van de staatsbedrijven. Dat blijkt buitengewoon lastig. 'Big Business' maakt deel uit van machtige netwerken, waarin politici, generaals, bankiers en zakenlieden elkaar via het 'voor wat, hoort wat'-principe de bal toespelen. Zij vormen een moeilijk te doorgronden kluwen, waarbij zaken als afkomst (wel of niet 'prinsenkind', lid van de pakweg honderd families die nog met Mao streden), herkomst (Shanghai versus Peking), carrière (Communistische Jeugdliga of niet) en opvattingen (hervormer of conservatief) een onnavolgbare rol spelen.

Die netwerken, of in ieder geval een deel ervan, leveren grote weerstand tegen Xi's hervormingsplannen; en zij bewezen in het verleden daarin succesvol te kunnen zijn, want met de vergelijkbare plannen van Hu en Wen werd al vakkundig afgerekend. Met gebruikmaking van zijn spijkerharde anticorruptiecampagne probeert Xi nu de strijd te winnen. Gesneuveld zijn al enkele van zijn voornaamste vijanden, onder wie toppolitici en generaals - en met hen een deel van hun netwerk, onder meer in de olie-industrie. Het is een onvoorstelbaar hard gevecht dat zich grotendeels achter de schermen afspeelt. 'De omvang van het verzet (tegen de plannen van Xi) is veel groter dan voor mogelijk werd gehouden', zo viel onlangs in de staatsmedia te lezen. Dat die kritiek openlijk mag worden geuit, vinden China-watchers veelbetekenend. Liever zou de partijtop de interne verdeeldheid helemaal aan de buitenwereld onttrekken, maar hij voelt zich gedwongen de media in te zetten in de strijd.

Hoge cijfers

Dus het politieke systeem mag dan van westerse afstand bekeken een monolithisch blok lijken waarbij de grote leider eenvoudig alle neuzen dezelfde kant op krijgt, in werkelijkheid vindt een onderlinge machtsstrijd plaats waarbij het juist aan die eensgezindheid ontbreekt en waardoor structurele hervormingen nauwelijks mogelijk blijken.

De consequenties daarvan openbaren zich nadrukkelijker nu het slechter gaat. De Amerikaanse China-expert Fraser Howie, die al in 2011 in Red Capital aantoonde hoe wankel de Chinese financiële wereld er in werkelijkheid voorstond, stelde in The Wall Street Journal deze week: 'De wereld komt er nu achter dat China helemaal niet zo competent is als werd aangenomen, vooral niet in de economische sfeer waarin het van iedereen zulke hoge cijfers kreeg'.

Hebben de Chinese leiders eigenlijk wel controle over hun economie, luidde de bange vraag die de financiële markten zich deze week stelden. Het korte antwoord luidt: nee, maar dat hadden ze ook in het verleden - ondanks hun nauwe banden met bankiers - veel minder dan het Westen veronderstelde. Bekwaam wist de keizer de indruk te wekken kleren te dragen. Nu de economische voorspoed afneemt, blijkt hij heel wat bloter dan gedacht.

Paniek
Doorslaan in paniek, zoals de manisch-depressieve financiële markten nogal eens doen, is ook weer overdreven. Natuurlijk beschikken de Chinese leiders nog over speelruimte: met gangbare instrumenten, zoals rente- en belastingverlaging, met grote buitenlandse reserves, met een relatief lage overheidsschuld op nationaal niveau (60 procent van het bnp) en, het belangrijkst, met een nog altijd groeiende economie. En de spectaculaire beursdaling zelf moet ook in perspectief worden geplaatst: die kun je zien als een correctie op de eerdere excessieve stijging.

Maar van een jaloersmakend 'Chinees model' is geen sprake, dat mag nu wel duidelijk zijn. Met elkaar tegenwerkende netwerken zit het systeem eigenlijk al jaren muurvast. En nu het scenario van afnemende groei zich voltrekt, is het niet waarschijnlijk dat daar verbetering in komt, integendeel. Meer voor de hand liggend: nog hardere gevechten achter de schermen en nog grotere sociale spanningen dan nu al het geval is.

China & the West - Hope and Fear in the Age of Asia van Volkskrant-redacteur Fokke Obbema verschijnt komende maand (IB Tauris; Londen, New York).

Chinese investeerders bekijken de fluctuaties. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden