Keihard bonken op de voordeur

Anesthesioloog prof. dr. Bob Smalhout, tevens Pim-vriend, was weer in het nieuws. Nu vanwege zijn weigering senator te worden voor de LPF; Smalhout vindt zijn column in De Telegraaf toch belangrijker....

'Als u geen aids wilt krijgen, krijgt u het ook niet': het is zo'n controversiële uitspraak waardoor professor Bob doet denken aan die andere professor, Pim. De twee kenden elkaar goed. Beiden dol op wild om zich heen slaan en op aandacht. Vandaar dat deze Pim-dagen ook een beetje de dagen zijn van Bob.

Prof. dr. Bob Smalhout, anesthesioloog, Telegraaf-columnist en dwarsligger van professie. Deze dagen doet hij weer van zich spreken: vorige week verscheen zijn boekje De erfenis van Pim. Hij kwam in het nieuws wegens zijn weigering senator voor de LPF te worden, en op 6 mei is hij spreker tijdens een herdenkingsplechtigheid in het Mediapark.

'In zijn columns is Bob nog steeds dat jongetje met de opgeheven vinger zoals ik hem ken', zegt zijn voormalig collega in het Academisch Ziekenhuis Utrecht Peter Kasander. Dat vingertje vloeit vast voort uit zijn joodse achtergrond en de Tweede Wereldoorlog. Kasander: 'Hij is heel gevoelig voor verwijzingen daarnaar. Een assistent verweet hem ooit ''fascistoïde'' gedrag. Die is bijna ontslagen, zo hoog nam Smalhout het op.'

Vandaar dat Smalhout zich ook opwond over de vergelijkingen die werden gemaakt tussen Pim Fortuyn en Adolf Hitler of extreem rechts. Het opmerkelijke is dat hij dat middel zelf allerminst schuwt. In 2001, tijdens de mkz-crisis, zei hij in een toespraak dat het optreden van de medewerkers van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees hem deed denken aan dat van SS'ers in de Tweede Wereldoorlog.

Op 9 maart van dit jaar schreef hij in zijn Telegraaf-column over de opkomst van AEL-voorman Abou Jahjah. 'De tactiek van Abou Jahjah is grotendeels dezelfde als die van de Duitse nazi-horden in de jaren dertig. Straatterreur, de Hitler-jugend als nazi-variant van de padvinderij (...), geroutineerde sprekers met een voor de massa's bedwelmend charisma. Net als toen zijn er weer mensen die daar wat in zien.'

De enige die er aanstoot aan nam, was Volkskrant-columnist Ronald Plasterk, die de column omschreef als 'hetzerij'. Zoiets laat Smalhout niet op zich zitten: hij schreef een brief aan Plasterk waarin hij erop wijst dat deze hem ten onrechte omschreef als 'ex-professor'.

Als iets de levensloop van Smalhout kenmerkt, is het zijn hang naar de controverse. Nadat hij zijn bestemming vond als anesthesioloog in het AZU, deed hij in 1972 van zich spreken met zijn inaugurele rede De dood op tafel. Hij betoogde dat naar schatting jaarlijks tweehonderd doden vielen als gevolg van medische fouten bij de narcose. Er volgden Kamervragen en maatregelen, maar in medische kring werd Smalhout verweten de vuile was buiten te hangen.

'Wij probeerden hem wel eens af te remmen, maar dat was zinloos', zegt anesthesist Kasander, die sinds 1975 met Smalhout werkte. 'Het is jammer voor de mens Smalhout, dat ons dat nooit gelukt is. Hij is uiteindelijk vertrokken met conflicten. Met de Raad van Bestuur, met Els Borst, over zijn pensionering die hij niet accepteerde. Zijn stijl is: keihard bonken op de voordeur, in plaats van via de achterdeur zachtjes binnenkomen. Altijd zoekt hij het confrontatiemodel.'

Smalhout heeft volgens Kasander veel goeds betekend voor onder meer de bewaking van patiënten onder narcose. Hij volgde Smalhout welwillend, maar met gemengde gevoelens. 'Hij heeft een geweldige babbel. Bij colleges hing iedereen aan zijn lippen. Maar ik heb me na afloop wel eens afgevraagd: Bob, klopt het wel wat je daar allemaal zei? Dat was geen bedrog, ik denk dat hij soms gewoon over onjuiste kennis beschikte.

'Hij bemoeit zich ook met alles. Hij is niet te beroerd om op televisie een verhaal te houden over aids. Maar daar weet hij uiteindelijk net zo veel of weinig van als u of ik. Ik denk wel eens: hou je bij je leest. Maar ja, met een stevige mening over zijn vakgebied bronchoscopie scoor je natuurlijk niet echt lekker in de media.' Smalhout zelf laat overigens weten zich nooit in technische zin over aids te hebben uitgelaten.

De professor is rechts. 'Rabiaat rechts', zoals sommigen het omschrijven, maar dat ontkent hij zelf. Hij deinsde niet terug voor een optreden op het jaarlijkse feestje van het Oud-Strijders Legioen (OSL), ook al was toenmalige voorzitter Prosper Ego daarvan net - zoals in 1995 (toen 'zeggen wat je denkt' nog taboe was) - veroordeeld wegens het publiceren van een artikel waarin hij minderheden gelijkstelde aan criminelen en profiteurs. Smalhout ('Ik geniet van deze bijeenkomst, want ik ontmoet hier voortreffelijke Nederlanders') en gastspreker Fortuyn ('Deze mensen ontroeren me') schonken de man onmiddellijk vergiffenis voor zijn misschien wat ongelukkig gekozen woorden.

Zo vergevingsgezind is hij niet altijd. De naam Els Borst bijvoorbeeld, loopt als een rode draad door zijn publieke optredens, omdat hij met haar een conflict had dat nooit bevredigend is opgelost.

In 1983 werd Smalhout veroordeeld door het Medisch Tuchtcollege nadat hij een fout van een collega had gemeld, die een dwarslaesie had veroorzaakt bij een patiënt. Smalhout had het ambtsgeheim geschonden, oordeelde het college. Smalhout ervaart de berisping nog altijd als 'een stempel op mijn ziel'. 'Ik word nu gerekend tot het uitschot onder de artsen.' De AZU-directie heeft hem excuses gemaakt, maar de veroordeling is onomkeerbaar.

Borst, die destijds directeur van het AZU was, wil weinig kwijt over Smalhout. Ze noemt de affaire 'een conflict dat Bob had met mij, maar ik niet met hem'. Verder verkiest ze te zwijgen. 'We wonen in dezelfde omgeving, we frequenteren dezelfde winkels, en de persoonlijke verhoudingen zijn nu goed. Dat wil ik graag zo houden.'

Ook de naam van Paul de Leeuw zal nog wel even in zijn werk blijven doorklinken. Met hem had hij zijn vooralsnog laatste grote twist, nadat deze Smalhout (die hij ooit omschreef als 'de clini-clown onder professoren') in zijn tv-programma had afgebeeld als Adolf Hitler.

Niet erg fijngevoelig wellicht voor iemand met een achtergrond als Smalhout. Maar als het om fijnbesnaardheid gaat, weet de professor zelf ook van wanten. Enkele jaren voor dit incident al noemde hij in VARA TV-Magazine De Leeuw 'een gefrustreerde homoseksueel die kans ziet dat via de televisie te compenseren'.

De Leeuw had toen net een persiflage gemaakt over de toenmalige Urker scheepsramp, waarbij enkele doden waren gevallen. Smalhout: 'Het beste was geweest als een paar Urker vissers naar de studio waren gekomen en hem de intensive care hadden ingeslagen.'

Dat is taal waar Smalhout dol op is. Na de moord op Fortuyn liet hij weten dat hij bereid was moordenaar Volkert van der G. te sederen (kalmerende middelen toedienen) om tijdens zijn hongerstaking sondevoeding te kunnen aanleggen. In 1995, de hoogtijdagen van aids, mocht hij zich graag verzetten tegen de 'heldenverering' die slachtoffers ten deel viel. 'Er sterven vele malen meer mensen aan kanker en hart- en vaatziekten dan aan aids. Is dat soms minder erg?'

Met nauwelijks verholen genoegen beschrijft hij in zijn biografie Rebel tegen wil en dank hoe hij toenmalig europarlementariër Hedy d'Ancona op de kast wist te jagen met zijn standpunt over homoseksualiteit. Smalhout vindt dat geen normale variant van het seksuele leven, zo zei hij haar. 'Mevrouw D'Ancona werd een beetje kribbig en veronderstelde dat ik de medische literatuur van de laatste twintig jaar zeker niet had bijgehouden.'

Smalhout antwoordde: 'Mevrouw D'Ancona, op grond van mijn meer dan 32-jarige ervaring als arts en op grond van mijn kennis van de menselijke anatomie en fysiologie, kan ik u verzekeren dat de mannelijke endeldarm slechts dient voor het verwijderen van de ontlasting en niet om daar het geslachtsdeel van een andere man in te stoppen.' Waarop D'Ancona volgens Smalhout 'als door een gifslang gebeten' overeindschoot en siste dat dit het vreselijkste was dat ze ooit uit de mond van een arts had gehoord.

Theologie en religie hebben hem altijd geboeid. Misschien wel, zoals hij zelf ooit zei, omdat het net als zijn werk raakt aan leven en dood. Zelfs op dit gebied kan hij het sarren en steken niet laten. Zo bracht hij toenmalig EO-coryfee Henk Binnendijk eens van zijn stuk met de vraag: 'Denkt u dat Jezus een aardige man was?' Het antwoord van Smalhout luidde uiteraard 'nee', en zijn gedetailleerde argumentatie bracht Binnendijk zichtbaar in problemen.

Smalhout werd in 1927 in Amsterdam geboren in een gezin met sociaal-democratische traditie. Zijn joodse vader was aanvankelijk diamantslijper, maar werd later tekenleraar. De man stierf jong aan een hartaanval. Smalhout was gegrepen door de anatomieboeken thuis, die zijn vader gebruikte voor zijn tekenwerk. Hij wist al op de lagere school dat hij later dokter wilde worden.

Hij ontwikkelde zich tot een veelzijdig man, met hobby's als pianospelen, schieten en sportvliegen, en belangstelling voor de bijbel en religie. Gevoel voor publiciteit moet in zijn genen zitten: in de jaren vijftig al werkte hij als medisch medewerker voor Elseviers Weekblad. Later werd hij naar eigen zeggen onder meer reclametekenaar, illustrator van kinderboeken en lasser.

Wat hem inmiddels tot zo'n archaïsche en daarmee een inmiddels vertederende verschijning maakt, is zijn klassieke retoriek. Hij lijkt opgesloten in een wereldbeeld uit de jaren zeventig. Dat mensen hem tot zijn grote ongenoegen niet meer met de titel professor aanspreken, is natuurlijk de schuld van Joop den Uyl. 'Het moest allemaal ouwe jongens krentenbrood zijn, dansen om de Paasheuvel. Titels waren rechts.'

Links heeft het bij Smalhout altijd gedaan. Het is het gevolg van zijn vroege jeugd, zei hij zelf eens, en de SDAP-traditie waarin zijn ouders hem opvoedden. 'Ik zag dat de socialistische idealen van mijn ouders zó ver werden doorgevoerd dat ze demoraliserend begonnen te werken. Kijk naar de verloedering in het onderwijs, de ongedisciplineerde jeugd, de aantasting van het arbeidsethos: de mensen kijken je goddorie raar aan als je zegt dat je van je werk houdt', zei hij in 1991.

Tegenwoordig verwijt hij links onder meer 'een soort chic antisemitisme'. 'Vroeger was antisemitisme iets van rechts. Nu wordt het geleid door linkse grachtengordeltypes als Gretta Duisenberg.'

Zijn grote woorden en ferme meningen, zijn bereidwilligheid en zijn charmante optreden maken hem tot een gewilde mediagast. Maar van echte invloed op de publieke meningsvorming is hij niet meer, al ontvangt hij wel jaarlijks zo'n vijfduizend brieven van lezers. Eerder is zijn uitgesprokenheid bron van vermaak dan steen des aanstoots.

Zijn uitlatingen verhullen wat er werkelijk achter schuilgaat: een wat bange man. Gehecht aan alles wat hij heeft, en als de dood voor het nieuwe, onbekende. Zelf spreekt hij dat tegen: 'Ik was bijvoorbeeld de eerste in Europa die intensive care voor couveusekinderen introduceerde'. Toch: als puntje bij paaltje komt, deinst hij terug voor verantwoordelijkheid.

Dat bleek toen de afgelopen twee jaar de politiek in beeld kwam. 'Collega' Pim vroeg hem parlementariër voor zijn partij te worden, maar Smalhout bedankte. Pim vroeg hem ooit minister te worden, als hij premier zou zijn. Daar voelde hij nog wel voor, maar alleen als hij mocht terugvallen op Pim als manager. Onlangs vroeg de LPF hem senator te worden. Smalhout bedankte opnieuw. Met zijn column, die hij als politicus zou moeten opgeven, bereikte hij meer mensen dan als anoniem Eerste-Kamerlid, heette het.

Zijn omgeving looft hem om zijn verdiensten op het medische vlak. Maar men weet ook dat een beleidsfunctie hem niet goed zou afgaan. 'Bob als minister voor Volksgezondheid? Dat lijkt me geen goed idee', zegt drs. Heleen van Duin, jarenlang collega op het AZU. 'Ik denk dat Bob beter is in oppositie voeren. Dat heeft hij tenslotte zijn hele leven gedaan.'

Daarnaast is hij meer verslingerd aan het pluche van de media dan aan het pluche van de macht.

'Is er weer een nieuw, gek gezondheidsprogramma op tv, dan kunnen ze Bob altijd bellen', weet zijn collega Kasander. Smalhout weerspreekt dat. Maar, zegt Kasander, publiciteit is zijn hobby. Daarmee zal Smalhout dan ook doorgaan tot aan zijn dood. 'Wanneer je Bob zijn publiciteit ontneemt, ontneem je hem de basis onder zijn bestaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden