KEERZIJDE

Filosofen moeten niet over voetbal schrijven, schrijft Bastiaan Bommeljé in een special van Filosofie Magazine over voetbal. 'Afgezien van filosofen die voetballen, is er geen pijnlijker tafereel denkbaar dan filosofen die over voetbal schrijven.'..

COEN VEMER; BART JUNGMANN; MONIQUE LIPPENS; TIM OVERDIEK

D-Day herleid tot

een tegentreffer

Ook pijnlijk: voetballers en trainers die dienen te filosoferen over het vak. Filosofie Magazine, jaargang 3, nummer 4 is aldus een bewaarnummer geworden.

De Fransman Michel Onfray (denker) vindt voetbal fascistisch. 'Iedereen werkt aan dat ene doel. Dat doet denken aan fascisme. Het fascisme wil ook een samenleving van cement, een groot blok beton waarbinnen iedereen hetzelfde wil. Dat is het organisme: de delen dragen bij aan het geheel. Dat gebeurt in de sport; dat gebeurt in het fascisme.' (D-Day herleid tot een tegentreffer.)

Hans Kraay (voetballer) vindt John de Wolf (ook voetballer) een groot denker: 'Je ziet hem nooit gekke dingen doen. Hij brengt nooit medespelers in de problemen. Hij is echt heel voetbalslim. Misschien is De Wolf in het dagelijks leven niet direct een filosoof, maar hij is absoluut een doctorandus in het veld.'

Paul van Himst (trainer) vindt dat de bal moet rollen. 'De bal is een object dat je in een doel moet krijgen. Een goal. Die bal kan ook capriolen maken. Zonder bal sta je in het voetbal nergens. De bal is als het leven. Het leven kan ook alle richtingen uit.'

Brian Tevreden (voetballer): 'Voetbal en filosofie? Krijg nou wat.'

Cruijff moet zich

verontschuldigen

'Beste Cruijff,

Sta mij toe u allereerst mijn medeleven te betuigen met uw teleurstelling van vandaag. Beschouw deze inleiding niet in tegenspraak met wat ik u verder in deze brief nog schrijf: niemand vindt het leuk u bedolven te zien onder het puin van zo'n verwoestende nederlaag, omdat u zowel als speler en als trainer het symbool bent van een prettig, creatief en revolutionair soort voetbal. Wij allen die van voetbal houden, staan bij u in het krijt. Maar deze keer, beste Cruijff, hebt u een aantal fouten op rij gemaakt, u hebt ons deze keer negatief verrast.'

Kritiek was er in alle soorten en maten op het broertje van God, in de dagen nadat AC Milan de Europa Cup I veroverde door Barcelona op een verpletterende 4-0 nederlaag te trakteren. Franco Arturi richtte zich in het sportdagblad Gazetta dello Sport in een open brief tot Johan Cruijff, en net als de meeste Italiaanse journalisten schuift hij de Verlosser de schuld van de nederlaag in de schoenen.

De denigrerende uitspraken van Cruijff over Milan aan de vooravond van de finale zouden de rossoneri zo hebben getergd dat ze in de juiste stemming voor de titatenstrijd waren geraakt. Niet de spelers van Barcelona waren de hoofdschuldigen in het debâcle, concludeert Arturi, maar Cruijff. 'U hebt ze naar deze slachting gevoerd. Ik zou zelfs willen suggereren dat u zich bij ieder van hen moet verontschuldigen. U hebt de ernstigste fout gemaakt die een leger zijn generaal kan verwijten; zijn soldaten laten geloven onoverwinnelijk te zijn, de overwinning al op zak te hebben alvorens te hebben gespeeld. U hebt ze weerloos gemaakt tegenover de vijand.

'In alle bescheidenheid raad ik u aan deze bittere waarheid als zodanig aan te nemen, want alleen de waarheid zal genezen. Mijn god, heer Cruijff, hoe hebt u dit voor uzelf kunnen verbergen, of het nu een vriendschappelijk of een Europa Cup-wedstrijd zou zijn geweest, het blauwrood was de kleur van de nederlaag. Misschien dat uw uitingen van minachting tegenover de tegenstander alleen maar dienden om uw onzekerheid te verbergen? Dit zou de waarheid kunnen zijn; alleen angst zou kunnen verklaren hoe u zich zowel in de technische als in de psychologische benadering hebt vergist. Het was niet te geloven. Dit Barcelona, tegenover een vorstelijk spelend Milaan, leek wel verlamd.'

Quasi serieus oppert Arturi dat de Milanese kleuren roodzwart Cruijff wellicht het 'oriëntatiegevoel' doen missen. 'Herinnert u zich die andere finale in de Europa Cup van 1969? U was nog jong maar al wel een rijzende ster, net als uw Ajax. Toch ging u toen ook naar huis met vier tegendoelpunten. Als Marx nog zou leven en in een goede bui zou zijn, zou hij zeggen dat er een spook waarde door Europa, van het Milaan van Rivera/Prati tot aan Savicevic/Massaro zijn er 25 jaar verstreken, wat niet genoeg is geweest om het te begrijpen. We twijfelen er niet aan dat u de komende 25 jaar uw lering zal trekken uit de les in Athene; zonder overigens af te zien van uw mooie ideeën over het voetbal als spektakel. Maar het leven gaat door, beste Cruijff. Het zal niet altijd Milan zijn. Met hartelijke groeten.'

Wonderkind raakt

in tennis total loss

Een wonderkind is ook maar een mens. Jennifer Capriati (18) speelde al op haar derde met een tennisracket (en een bal). Enkele weken voor haar veertiende debuteerde ze als prof. Voordat ze ook maar een dollar bijeen had geslagen, was ze al vele malen miljonair dank zij reclamecontracten.

Een jaar later won Capriati, dochter van een Italiaanse stuntman en een Amerikaanse stewardess, haar eerste proftoernooi. Op haar vijftiende was ze de jongste speelster in de geschiedenis die op Wimbledon een partij won en veroverde in 1992 een gouden medaille op de Spelen. Het tijdschrift Forbes rangschikte haar onder de veertig rijkste sporters ter wereld.

Diezelfde Capriati werd vorig jaar betrapt bij de diefstal van een ring van dertig gulden. En nu blijkt ze ook nog drugs te gebruiken. De politie arresteerde haar vorige week in een motel (vijftig dollar per nacht) in Florida wegens het bezit van marihuana. Volgens getuigenverklaringen werd ze betrapt tijdens een drugsfeestje, waarop ze cocaïne en cocktails van alcohol en kalmeringstabletten tot zich zou hebben genomen. Dit weekeinde openbaarden haar managers dat ze zich heeft gewend tot een afkickcentrum.

Capriati was in september vorig jaar reeds gestopt met tennissen. Ze voelde zich eenzaam en onbegrepen, en wilde niets liever dan de middelbare school afmaken. Ze was bestemd de opvolger te worden van Chris Evert, het gezicht van het vrouwentennis in de jaren tachtig.

Het is niet de eerste keer dat een jonge speelster ten gronde gaat in de tenniswereld, waar ouders, coaches, managers en promotors koortsachtig en niets ontziend de almachtige dollar najagen. De Women's Tennis Association, de belangenorganisatie achter de speelsters, en de Internationale Tennis Federatie overwegen de minimumleeftijd in proftennis met twee jaar te verhogen, naar zestien jaar. Beter laat dan nooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden