Kaukasus gaat weer zwanger van oorlog

ER SLUIMERT een nieuwe oorlog in de Kaukasus, al is het nog onduidelijk wie nu precies tegen wie vecht...

De afgelopen anderhalve week zijn er bomaanslagen gepleegd op de stations van twee Russische plaatsen aan de voet van het gebergte. Aan de grens met Dagestan leverden Russische grenstroepen slag met Tsjetsjeense strijders of bandieten. Het waren de eerste gevechten sinds generaal Lebed vorig jaar augustus een einde maakte aan de oorlog in Tsjetsjenië.

De Tsjetsjeense regering waste meteen haar handen in onschuld en stelde de 'oorlogspartij' - de onzichtbare tegenstanders van de vrede met Tsjetsjenië - verantwoordelijk. Met de aanslagen willen zij voorkomen dat Moskou en Tsjetsjenië het akkoord worden over een definitieve vredesregeling, luidt de uitleg.

Het lijdt geen twijfel dat er in Rusland mensen zijn die dit akkoord (dat overigens nog ver weg lijkt) graag zouden torpederen, maar in Tsjetsjenië zijn het er niet minder.

De eerste aanwijzingen lijken ook in de richting van Tsjetsjenië te wijzen: meteen na de ontploffing in Pjatigorsk pakte de politie twee Tsjetsjeense vrouwen op die, volgens de Russische autoriteiten, inmiddels hebben bekend.

Volgens minister van Binnenlandse Zaken Koelikov heeft één eerder meegedaan aan de gijzelingsactie in Boedjonnovsk van twee jaar geleden en de ander aan de gijzelingsactie in Kizljar. Die laatste actie stond onder leiding van militieleider Salman Radoejev, die onlangs met aanslagen op Russische stations en andere strategische objecten dreigde.

Radoejev eiste beide aanslagen aanvankelijk ook op. Het ging volgens hem om een wraakactie voor de Russische raketaanval waarbij een jaar geleden de Tsjetsjeense president Doedajev omkwam. (Dat klinkt wat ongerijmd, aangezien Radoejev juist een van de weinigen in Tsjetsjenië is die geloven dat Doedajev nog leeft) Later trok de guerrillacommandant zijn claim weer in.

Radoejev is een van de militaire commandanten die vinden dat Tsjetsjenië, ondanks het vertrek van de Russische troepen, de oorlog tegen Rusland moet voortzetten, net zolang tot Moskou alle aanspraken op de Kaukasusrepubliek opgeeft.

De Tsjetsjeense president Maschadov doet Radoejev af als een halve gare die nodig in een psychiatrische kliniek moet worden opgenomen, maar toch aarzelt hij om hem aan te pakken. Er zijn verscheidene mislukte aanslagen op de guerrillaleider gepleegd, maar tot nog toe hebben de autoriteiten het niet aangedurfd diens legertje te ontwapenen.

Waarschijnlijk is dat omdat Radoejev, ondanks zijn zweverige ideeën, toch op de steun kan rekenen van enkele andere invloedrijke plaatselijke commandanten.

Het probleem is dat die plaatselijke commandanten nog steeds over hun eigen legertjes beschikken. Dat maakt het voor Maschadov ook zo moeilijk greep te krijgen op de golf van misdaad die het afgelopen half jaar over het land is geslagen. Roofovervallen zijn aan de orde van de dag en er is een bloeiende ontvoeringsindustrie ontstaan.

Meestal gaat het om Tsjetsjenen die door een andere clan worden ontvoerd, maar de laatste tijd is ook het ontvoeren van journalisten en hulpverleners in zwang geraakt; die leveren meer op dan het plaatselijke volk.

Recentelijk hebben de ontvoerders hun werkterrein verlegd tot over de grens met Rusland. Er zijn al verscheidene mensen ontvoerd uit Pjatigorsk en Machatsjkala (Dagestan) voor wie later losgeld werd gevraagd.

De inwoners van de dorpen langs de grens met Tsjetsjenië klagen over roofovervallen van Tsjetsjeense bendes die hun vee stelen. De daders worden nooit gepakt, want zodra ze weer in Tsjetsjenië zijn, zijn ze onbereikbaar geworden voor de Russische politie.

Wat dat betreft is Rusland terug bij de situatie van vóór de oorlog, toen het eveneens moest constateren dat het totaal geen greep had op Tsjetsjenië.

Alleen heeft de oorlog alles erger gemaakt: er zijn meer wapens dan ooit, de verbittering over de tienduizenden doden en de verwoestingen is enorm, na twee jaar oorlog zijn de Tsjetsjenen geharde strijders geworden en ten slotte heerst er armoede in het land.

Volgens de Tsjetsjeense regering is de criminaliteit het gevolg van de economische boycot door Rusland. Om de regering-Maschadov onder druk te zetten, weigert Moskou geld over te maken naar Tsjetsjenië voor de pensioenen. Op die manier probeert Moskou een akkoord af te dwingen waarin staat dat 'Tsjetsjenië één politieke, economische, juridische en monetaire ruimte met Rusland vormt'.

Dat is voor Maschadov, die zijn volk beloofd heeft dat hij zal streven naar internationale erkenning voor de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië, volstrekt onaanvaardbaar.

Onrustbarend is dat het geweld nu ook de omringende republieken begint aan te steken. In de grensplaats Chasavjoert (Dagestan) loopt de spanning tussen de Avaren en de Tsjetsjenen, die daar in de meerderheid zijn, steeds verder op. Onder de kozakken in het zuiden van Rusland wordt de roep om wapens en om tegenmaatregelen tegen de Tsjetsjeense minderheid daar steeds luider.

Voorlopig lijkt bijna niemand zin te hebben in een nieuwe Tsjetsjeense oorlog, maar wat zal er gebeuren als de kozakken de Tsjetsjenen uit hun midden proberen te verdrijven?

Bert Lanting

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden