Katwijkse kapiteins lieten hun vaartuigen tot in detail schilderen Nette scheepsportretten zonder sterke verhalen

Het is een vreemde gewaarwording om getuige te zijn van een dramatische gebeurtenis zonder dat die ook maar enige emotie losmaakt....

ARNE LEFFRING

Van onze verslaggever

Arne Leffring

KATWIJK

Daar zat de opdrachtgever ook niet op te wachten. De koopvaardijkapitein voor wie Spin het scheepsportret vervaardigde, verwachtte een technisch perfect uitgevoerde illustratie van zijn schip. De trotse gezagvoerders van die dagen zagen hun vaartuigen liefst van twee zijden belicht, zodat romp, tuigage en zeilen gedetailleerd in beeld kwamen. De schilder hield dan net genoeg ruimte over voor een plaatsbepalend detail, de vuurtoren van Huisduinen, de krijtrotsen bij Dover of een paar tropische vogels voor de kust van Batavia.

Met die schaarse herkenningspunten moet de bezoeker het stellen op de tentoonstelling Scheepsportretten van Katwijkse kapiteins in het Katwijks museum. Toch dwingen ze respect af, de ruim veertig aquarellen die Jacob Spin, Dirk Antoon Teupken en diens zoon tussen 1835 en 1865 maakten. Niet zozeer vanwege de verbeeldingskracht die uit hun oeuvre spreekt, maar vanwege de onwaarschijnlijke precisie waarmee Nederlands bekendste 'schepenafteekenaars' de barken, kofschepen, fregatten en galjoten hebben geschilderd.

Bijna de helft van de getoonde werken is in opdracht van Katwijkse kapiteins voltooid. Een kapitein van een fregat kreeg exact de driemaster die hij had besteld. Als het moest binnen een dag, want de aquarelverf was snel genoeg droog om te kunnen anticiperen op een plotseling vertrek van het model.

Het moordende tempo waarin de drie schilders hebben gewerkt is een tweede reden om ontzag te hebben voor hun portretten. Hoewel nauwelijks een plekje wit is overgelaten op de wanden van het Katwijks museum, vormen de veertig aquarellen in de zaal voor wisseltentoonstellingen slechts een fractie van het totale aantal nagelaten werken. Volgens K. Meyles, een van de samenstellers die een deel van de catalogus voor zijn rekening heeft genomen, moet alleen al Spin meer dan duizend scheepsportetten hebben gemaakt. Van vader en zoon Teupken zijn samen zo'n honderdtwintig aquarellen bekend.

Volgens de overlevering roeide Jacob Spin met zijn bootje naar de schepen op 't IJ die net voor anker waren gegaan. Met een map vol voorbeelden maakte hij de kapiteins warm voor een scheepsportret. Hij deinsde voor geen enkel model terug, getuige zijn reclametekst uit 1839: 'Jacob Spin tekent alle soorten van schepen af'. Tegen die tijd had de Amsterdamse schilder al diverse grote reizen achter de rug, naar Oost-Indië, Smyrna (het huidige Izmir in Turkije) en Suriname.

De schetsen en indrukken die deze maandenlange reizen opleverden, moeten later goed van pas zijn gekomen. Zoals de keer dat een kapitein een portret vroeg van het fregat Nederland waarmee hij in 1859 de haven van Bantam had aangedaan. Het is een van de weinige aquarellen waarop de schilder plaats heeft ingeruimd voor couleur locale. Exotische vogels fladderen rond de kleine Indische bootjes die het schip tegemoetkomen.

Wat de achtergrond betreft beperkten de schilders zich meestal tot een schamel reepje kust, een haast wolkenloze hemel en tamelijk strak gestileerde golven. De streep krijtrotsen die Teupken senior als horizon schilderde in het werk van zijn vader, handhaafde hij later in zijn eigen aquarellen. Voor de leek een nietszeggend detail misschien, maar voor de kapitein was zo'n streepje genoeg om de kust bij Dover te herkennen. Het Kanaal was voor de schilder bij uitstek de plek om een schip in al zijn glorie te verbeelden. Hij zette ze, met volle zeilen, in een stevige bries.

Menig kapitein zal later glimmend van trots hebben gewezen op de afbeelding van het schip waarmee hij de wereldzeeën had bevaren. Het uitvoerige kapiteins- en scheepsregister dat W. van der Plas aan de catalogus heeft toegevoegd, laat zien dat de portretten soms de enige tastbare herinnering vormen aan de rampen die zich op zee voltrokken. Misschien verklaart dat ook waar het op de expositie aan schort - de zeemansverhalen van de gezagvoerders.

In een vitrine is er slechts één te vinden. De Katwijkse kapitein Rosier sloeg in 1867 bij een zware storm overboord, maar werd door de volgende golf weer op het dek gezet. Dankbaar noteerde hij later voorin zijn zeemanszakbijbeltje: 'De Heere was mijn Helper in noot'.

Scheepsportretten van Katwijkse kapiteins, Katwijks museum, t/m 19 oktober, catalogus ¿ 19,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden