Katwijk Vice Versa

De Leidse passantenhaventoiletten worden opgeschilderd en in de staat gebracht die mijn allochtone vriendin eens beschreef als typisch voor haar nieuwe vaderland: 'Keurig netjes, Vim en bleekwater.' Een havenmeester is er nog steeds niet....

'De kwinkslag van een vis

in water dat nog onbezoedeld is.'

Adriaan Morriën

We verlaten Leiden over het water langs achtergevels waar bewoners hun hobby's onthullen: duiven, kippen en kerstkonijnen. Studenten in de lentezon van hun huurbalkon. Een tweedejaars zwaan ontdoet zich van haar asgrijs jeugdkleed om een verblindend witte zomer tegemoet te gaan.

Terug op de nieuwe vaart ontmoeten we de eerste skiffeur, meteen gevolgd door een stuurloze vier. Onder de spoorbrug die tussen de rails door zicht biedt op de hemel. Hoe zit het met treintoiletgebruik boven spoorbruggen? Langs de oevers pril bottend groen waarin de vinken de tijd stukslaan. Wat verder een ooibos met wandelpaden en zo'n kinderlokkersbordje waarop een volwassene een tegenspartelende kleuter meesleurt. Rechts passeren we de Trekvliet, links de Vrouwevaart; het is het een of het ander. Langs de oever voert een jaagpad. Volgens Viscount St Davids, auteur van Inland Cruising, 'kost het evenveel energie om een schip van een ton met passagiers en uitrusting te jagen, als om een boodschappentasje van drie pond te dragen'. De Viscount heeft vermoedelijk geen van beiden ooit gedaan en zeker geen vrachtschepen gejaagd, waarbij het schipperskind op een paar turven aan het roer stond en vader en moeder zwetend in het zeel hingen om op een dieet van aardappelen en jenever van zonsop- tot zonsondergang dertig ton turf te verslepen.

Langs de oever bloeit de pinksterbloem fier, maar het is een saaie passage met suffe hoogbouw enerzijds en tuinkabouters en modelmolens aan de andere kant. Waar Leiden overgaat in Voorschoten, ligt een heerlijk huis dat restaurant Allemansgeest, maar nauwelijks allemansbeurs blijkt te herbergen. Stuurboord de oude Rijn op. Tuinplezier begint hier, meldt het tuincentrum. Meer hoogbouw met wat meer architectonische fratsels en voor de Haagse Schouw een brug in aanbouw, één meer dus dan er op de kaart staat. Langs de Oude Rijn wonen hier de beter gesitueerden, het is ook wat vaker verboden af te meren terwijl het eigenlijk aanmeren is. Dan weer stukken ònland met oude legerauto's en andere wrakkenhandel. De weilanden worden zanderig en zijn wit van de madeliefjes, afgewisseld met het geel van mimosaplantages. De oevers zijn meer dan elders gegarneerd met aanspoelsels van schuimplastic en afwasmiddelverpakkingen. Hoelang duurt het nog voordat men zijn afwasmiddelflesjes gewoon kan navullen bij de kruidenier. Een gulden of twee statiegeld of belasting per kunststoffles lost alles op. Dat geldt ook voor shampoo, thinner, spiritus, terpentine en nog wat van die chemicaliën. De bezwaren van Albert Heijn zijn onzin; in Scandinavië werkt het systeem al jaren. En waarom niet meteen ook maar voor vruchtensappen, frisdranken en tafelwateren, die in het café ook allang uit de automaat dan wel de kraan komen?

Bij de Wassenaarse Watering slaan we even linksaf en meteen weer, naar het Valkenburgse meer. De ingang is geflankeerd door een met zand gevuld en weer begroeid gezonken stalen schip, dat aldus tot oever is geworden. De plas zelf blijkt een winput met zandzuiger, die een gigantisch zandlichaam opwerpt: toekomstig kunstwerk en onderdeel van weer een autobaan om de andere snelwegen beter bereikbaar te maken. Nu oogt het als een woestijnlandschap met wat verdoolde eenden en de oervogel reiger. Achter het zand vliegen de marine-vliegtuigen van Valkenburg af en aan.

Achter een Oegstgeestse villa ligt de sleepboot Raaf gemeerd, in hetzelfde blauw geschilderd als de Zeeraaff: zo triviaal is de wereld. Ook rust daar de sloep Iva Franko uit Odessa, nu een koopjesland. Er wordt druk gebouwd, dat wil zeggen dat er veel in de steigers staat want de bouwvakkers zelf staken. Rijnsburg toont zich als kneuterwijk, gevolgd door een Anton Pieckdorp: architectuur Boerderette, twee onder één kap met op elke schoorsteen een smeedijzeren windwijzer: Ruiter-te-Paard (2x), Tulpen (3x), Zijlkogge (3x), Zwaan of Zwaluw (4x). Dan doemt Katwijk op: als eerste een Trabantwijk, afgesloten met drie blokken terreurbouw in dertien verdiepingen achter de drie ijzeren zeepaardjes, die de Julianabrug stileren. Veel verder kunnen we niet want de Rijnlandse uitwatering verleent geen doorvaart. We monteren de vouwfiets en maken een rondrit. De zeereep wordt kaalgevreten door Rijkswaterschapen. Egmond had zijn Heren, maar wie waakte over Katwijks welbevinden? Ook los van de gure noorderwind is het geen mooi dorp en het ingrijpen van de middenstand heeft de schoonheid niet bevorderd. De handel hoopt op badgasten. Opgravingen getuigen dat de streek al in de Romeinse tijd werd bewoond, maar dat is niet te merken. Rondom de eeuwwisseling schilderden Toorop en Blommers de armoe; in de visserij had men het niet breed, en van de toch al niet luxe huisjes moesten er zeshonderd verdwijnen voor de Atlantikwal. Vandaag de dag heeft het dorp geen vissershaven: de vloot, een van de grootste van het land rust in IJmuiden, maar de vishandel is in het dorp gebleven.

We wenden de steven en slaan terug het Oegstgeesterkanaal in, door het beglaasde land richting Warmond en 't Joppe. We maken nogmaals een rondje over de Kagerplassen, eerst langs de scheepswerven waaromheen de pleziervaart wordt gebouwd, en dan verder langs de Zwanburger- en Lakerpolder. Het water is grijs en begolfd totdat de wolken plotseling breken en een felle lichtklater alles in witte vlam zet. Het is moeilijk afscheid nemen. Aan geteerde staken op de oever hangen hoepelfuiken in de wind te drogen, misschien de laatste zoetwatervisser want hoe lang duurt het nog tot dat alle vis wordt gekweekt in de warmwaterbassins van elektriciteitcentrales. Menig voormalig gierkelder is al omgebouwd tot palingvijver. In Noorwegen stuitten we ooit op een proefstation waar men maandelijks pas geboren kabeljauw uitzette in de fjord. Al in de kweekbakken was het jonge broed afgericht om bij een bepaalde fluittoon de voedselverstrekking te benutten. Die bepaalde toonhoogte volgde de hele generatie. Onder water draagt het geluid kilometers ver, en de visjes wisten zich dus te melden voor de dagelijkse uitdeling van voederpallets met vitaminen en hormonen, gevrijwaard voor zeeziekte en waterzucht. Zo groeide de school gestaag door tot het standaardgewicht van twee kilo. En dan, na wederom op het fluitsignaal en het juiste uur bij de onderwatertrog te zijn aangezwommen, werd de grote onderzeestofzuiger aangezet die ze rechtstreeks de fileerinrichting inzoog. Standaardmaat, standaardgewicht, overzichtelijk voor de snijmachines. Elke generatie zijn eigen helse lokroep, dat is het vissenvoorland. Zoals de mensheid ooit van de jacht op veehouderij is overgegaan, zal ook de zeevisserij verdwijnen, zal de ruige vissersman plaatsmaken voor de witgejaste knoppendrukker die voedert en oogst. Voorbij de dagen van kaar en fuik, vleet en vislood, sleepnet en kor. Moge hen het kistkabeljauwschap bespaard blijven. Langs het veer van de Eenzaamheid en het schiereiland Tengnagel varen we opnieuw Leiden binnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden