Reportage Katholiek verzet

Katholieke priesters gaan voorop in de strijd om Congo te verlossen van president Kabila

Zondagsdienst in de katholieke kerk Saint-Joseph in de wijk Matongé. Foto Sven Torfinn

De Congolese president Joseph Kabila houdt hardnekkig vast aan zijn ambt, al had hij beloofd vóór 2018 nieuwe verkiezingen te organiseren en daarna te vertrekken. Nu leidt de katholieke kerk de protesten tegen hem. Onder het Jezusbeeld hangen de actieposters voor de parochie.

Misdienaren in witte gewaden heupwiegen op trommelgeluid de kerkzaal binnen. Processiekruis, wierookvat en rozenkransen bewegen ritmisch mee op de mistige hoogvlakte van Menkao. Vrouwen van het zangkoor vullen de ruimte met in het Lingala gezongen liturgische liederen. Kerkgangers klappen en jubelen naast donkerbruine houten bankjes. Een zondagochtend in de katholieke kerk in Congo: een Afrikaanse beleving van gezamenlijkheid.

Maar aan het slot van de mis is er ineens een opvallende boodschap: Congo’s president, zegt de voorganger vanaf het altaar, moet in december eindelijk eens verkiezingen houden. 

Bruno Ufwa (54) is blij met de gepolitiseerde kerkdienst. Na de mis loopt hij over een zandpad in de brousse terug richting zijn huisje van leem en golfplaat. Hij gaat zitten op een blauwe plastic stoel naast zijn mangoboom en zijn eend en zegt: ‘We moeten over politiek praten in dit land. President Joseph Kabila weigert weg te gaan, hij wil aan de macht blijven ook al doet hij niks voor ons. De katholieke kerk vertelt de mensen dat ze het recht hebben om iemand anders te kiezen.’

Zijn vrouw Wivine Ngandu (51) komt naast hem zitten en valt hem bij: ‘Wij christenen zijn het licht van de wereld. De kerk moet zich uitspreken als er dingen fout gaan. En in Congo gaat veel fout.’

De president van Congo gijzelt zijn land. Joseph Kabila (47), staatshoofd sinds 2001, had volgens de grondwet in 2016 moeten terugtreden. Hij heeft verkiezingen uitgesteld, hij talmt en vertraagt. Congolezen verdenken hem ervan dat hij gewoon de tijd laat verglijden, ze spreken in het Frans van een tactiek van le glissement. Intussen glijden delen van het immense land ook weg – in wanorde.

Zondagsdienst in de katholieke kerk Saint-Joseph in de wijk Matongé. Vanuit deze kerk werd begin dit jaar het protest georganiseerd tegen de zittende regering van Joseph Kabila. Foto Sven Torfinn

Klokgelui

Stug verzet komt er van de Congolese clerus. De katholieke kerk gaat voorop in pogingen Kabila alsnog zover te krijgen dat hij de grondwet eerbiedigt, verkiezingen houdt en terugtreedt. De kerk bemiddelt in de politiek, preekt, luidt elke donderdagavond uit protest de klokken en organiseert massabetogingen om druk te zetten op Kabila. Zijn ordetroepen hebben in de voorbije maanden tientallen betogers doodgeschoten. ‘Het regime beschouwt de katholieke kerk als een echte tegenstander’, constateert de katholieke vredesbeweging Pax Christi.

Het grote gezag van de Congolese kerk berust voor een belangrijk deel op het onderwijs, de zorg en de andere diensten die zij regelt, zoals te zien valt in het dorpje van Bruno Ufwa en Wivine Ngandu. Vlakbij stroomt de bijna 5.000 kilometer lange Congo-rivier. Terwijl de Congolese regering het land verwaarloost, is de katholieke kerk via haar parochies net zo wijdvertakt als de rivier waarover meer dan 125 jaar geleden de eerste missionarissen voeren.

‘Ik werd gedoopt in 1983, ik ga nog elke dag naar de mis, ik werk als vrijwilliger in de sacristie’, vertelt Ufwa. Ngandu is ook vrijwilliger, ze kookt voor de misdienaren. Ze gingen allebei als kind naar de katholieke school in het dorp. Vier van hun zeven kinderen zitten nog op school en gaan ook naar een van de twintig scholen die de parochie runt. Hun 9-jarige dochter Winner gaat bovendien naar de zondagse bijbelles. Zoon Aristote, al 20, zit bij een seminarie in de hoofdstad Kinshasa. ‘God gidst ons leven’, zegt Ngandu.

In haar dorpje weergalmen ook wel aanroepingen uit de luidsprekers van de lokale pinksterkerk. Evangelische kerken zijn in heel Afrika in opmars, Congo’s hoofdstad Kinshasa telt zelfs meer wedergeboren kerkgangers dan katholieken. Maar organisatiekracht en een centrale boodschap: dat zijn domeinen van de hiërarchische katholieke kerk.

Rossy Tshimanga werd tijdens de laatste massademonstraties in februari dit jaar dood geschoten door de oproerpolitie. Hij is inmiddels uitgegroeid tot een icoon van het verzet tegen de zittende president Joseph Kabila. Zijn moeder Madeleine houdt zijn foto vast, links van haar zit zus, Mireille. Foto Sven Torfinn

Politiek akkoord

De kerk was de drijvende kracht achter het belangrijke politiek akkoord van Oudejaarsdag 2016. President Kabila beloofde toen alsnog verkiezingen te zullen houden, vóór 2018, en geen nieuwe ambtstermijn te zullen nastreven. Maar Kabila negeerde de verkiezingsdeadline. De katholieke kerk ging betogingen organiseren in steden als Kinshasa, Kisangani, Bukavu en Lumumbashi, met steun van sommige pinkstergemeenten en moskeeën. Kabila belooft nu wederom verkiezingen, in december. Hij heeft nog niet beloofd dat hij zelf niet meedoet. De kerk houdt druk op de ketel: een volgend protest staat gepland voor deze maand.

Bruno Ufwa en Wivine Ngandu hebben meegelopen in betogingen. Hier op de hoogvlakte van Menkao gingen dorpelingen ook de straat op – op de enige asfaltweg langs dit gehucht. Ngandu: ‘We hadden Bijbels bij ons. Maar de regering houdt niet van de kerk. Toen de politie eenmaal arriveerde, werden we geslagen en beschoten met traangas.’

In het huisje van leem en golfplaat van Ufwa en Ngandu is er een tastbaar bewijs van de reikwijdte van de katholieke protestbeweging. Op de grond liggen alleen wat vale matrassen, maar aan een muur van gedroogde modder hangen strakke kleurenposters met uitleg over de grondwet en het stemrecht, en met verwijzingen naar de massabetogingen. De actieposters zijn uitgedeeld door de parochie. Ze hangen onder een Jezusbeeld.

In de tuin van het museum staan oude standbeelden, ooit stonden ze op prominenten plekken in de stad, maar de hoofdpersonen uit het kolonialen verleden zijn uit de gratie. Het standbeeld op de foto is van de Belgische Koning Leopold, onder zijn koloniale bewind zijn veel gruweldaden begaan. Foto Sven Torfinn

Pater op het fietske

De parochie van Ufwa en Ngandu, Saint-Eugène, staat onder leiding van de 75-jarige Toon Tanghe uit Sint-Eloois-Winkel. De pater toog in 1970 van West-Vlaanderen naar Congo en ging de binnenlanden in ‘met de motor of een fietske’, of met de boot. Of gewoon te voet. Tanghe trad in de sporen van de eerste missionarissen van zijn Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, zij waren in 1888 gearriveerd in de Congo-Vrijstaat. In 1491 al had vorst Nzinga a Nkuwu van het koninkrijk Kongo zich tot het christendom bekeerd onder invloed van de Portugezen – de vorst ging verder als João de Eerste – maar de grondige kerstening begon vierhonderd jaar later met de Belgen.

Pater Tanghe draagt nu de stellingname van Congo’s katholieke kerk tegenover president Kabila uit. Hij steunt de oproepen tot straatprotest. ‘Ik zeg tegen mijn christenen: doe eraan mee. Zelf loop ik ook mee’, vertelt Tanghe, gekleed in een paars traditioneel hemd, een boubou. Tijdens zijn kerkdiensten preekt hij in het Lingala.

Congo, zegt Tanghe, is in verwachting van politieke verandering na zeventien jaar Joseph Kabila. ‘Als ik mijn ogen toe doe, zie ik de slechte staat van het land voor me. Als er ongerechtigheid is, moet iedere christen radicaal zijn. De katholieke kerk in Congo is niet uit op politieke macht; de kerk verdedigt slechts de grondwet. De kerk, dat is dat het goede gebeurt. Een egoïst is gedoemd te mislukken.’ Een egoïst: is dat president Kabila? Tanghe knikt en zegt: ‘Ik vraag me af of hij gelukkig is.’

De slechte staat van het land waarnaar Tanghe verwijst, is te zien in zijn eigen parochie. Op zondagen luidt hij een grote klok. De klok is een velg van een kapotte vrachtwagen. Tanghe luidt zijn ‘klok’ door erop te slaan met een oude versnellingspook. In weinig Afrikaanse landen ogen auto’s, trucks en busjes zo deplorabel als in Congo, ze houden er geregeld midden op de weg mee op. Misschien kan het heilige water, dat Tanghe na zijn zondagsmis met een wijwaterkwast sprenkelt over een Volkswagen Golf van een van zijn kerkgangers, uitkomst.

In het centrum van Kinshasa staat de katholieke parochie, gebouwd door de Belgische kolonisator, voor de onafhankelijkheid van Congo. Foto Sven Torfinn

Mobutisme

Langs de weg tussen Tanghes parochie en de hoofdstad Kinshasa hakken handelaren in houtskool alle bomen om. Ergens halverwege de route staan de vervallen restanten van de pagode die de megalomane president Mobutu in de jaren zeventig liet bouwen als verblijf van bokser Muhammad Ali, voor zijn Rumble in the Jungle met George Foreman.

De heerschappij van Mobutu (1965-1997) was een cruciale fase voor de katholieke kerk in Congo. In de koloniale tijd had de kerk nog een ‘heilige drie-eenheid’ gevormd met de Belgische bestuurders en bedrijven die uit waren op goud, rubber en diamanten. Na de machtsgreep van Mobutu in onafhankelijk Congo ging de kerk zich juist fel teweerstellen tegen politiek machtsmisbruik. Deze kritische houding – sterker dan onder andere Afrikaanse geestelijken – verklaart ook het gezag van de hedendaagse katholieke kerk in Congo.

Doorslaggevend waren Mobutu’s pogingen tot nationalisering in de jaren zeventig. Mobutu had bedrijven op het oog maar ook de gerenommeerde, katholieke Lovanium Universiteit in Kinshasa. Hij veranderde onder het mom van een beleid van l’authenticité de naam van het land naar Zaïre en verbood christelijke doopnamen, schafte Kerstmis af en beëindigde godsdienstig onderricht. Kinderen kregen voortaan les in mobutisme.

Congo’s klerikalen gingen in de tegenaanval via pastorale brieven en aanklachten tegen de almaar toenemende corruptie en het algehele wanbestuur onder Mobutu. Geleidelijk herwon de kerk haar terrein. Begin jaren negentig ijverden de bisschoppen voor democratisering. Mobutu had na de Koude Oorlog de steun van het Westen verloren, maar hij verzette zich tegen de roep om meerpartijenpolitiek. Op 16 februari 1992 organiseerde de kerk een grote ‘mars van de hoop’ in Kinshasa. Meer dan dertig betogers werden doodgeschoten: zie de parallel met de gebeurtenissen van vandaag de dag.

Een Misdienaar steekt een wierookbrander aan op een kleine katholieke missiepost op een uur rijden van Kinshasa. De kerk staat hier in vele opzichten nog steeds centraal in het dagelijkse leven van de mensen. Voorzieningen als de lokale school en de gezondheidspost staan onder leiding van de kerk. Foto Sven Torfinn

Kraamkamer van protest

Jonas Tshiombela (53) bouwt voort op de geschiedenis. Hij zit in het zogeheten lekencomité dat in samenspraak met de Congolese bisschoppen de politieke protesten organiseert. Tshiombela praat er over bij de kerk Saint-Joseph in Kinshasa, de kraamkamer van de actiebeweging. Hier, in de woonruimte van de plaatselijke abt, pal naast de kerk, bedenkt hij met collega’s de acties die resoneren tot in de uithoeken van Congo. ‘We komen samen bij de kerk omdat deze plek ons enige bescherming biedt’, zegt Tshiombela, ‘al ontvangt mijn gezin bedreigingen.’

De woonruimte waar Tshiombela zijn werk doet, is van abt Vincent Tshombe. Hij maakt in zijn zondagse kerkdiensten gewag van de politieke situatie in Congo. Volgens Tshombe zag president Kabila het door de kerk uitonderhandelde Silvesterakkoord van eind 2016 – de routekaart naar een democratische transitie – vooral als een manier om tijd te kopen, en was Kabila verrast dat de bisschoppen vervolgens hardnekkig vasthielden aan het akkoord. Nu bereidt Tshombe via preken zijn congregatie ‘spiritueel’ voor op protest.

Tshombe: ‘De primaire rol van de kerk is evangelisatie. De implicatie daarvan in het huidige Congo is noodzakelijkerwijs politiek. De kerk doet niet aan politiek als institutie: we houden slechts vast aan wat juist is. De kerk speelt une role prophétique.’

In de tuin van de parochie wijdt Pater Toon Tanghe op verzoek van parochianen een auto in. Foto Sven Torfinn

Martelaar

Wie niet meer zijn stem kan laten horen, is Rossy Mukendi. De 35-jarige activist werd op 25 februari dit jaar doodgeschoten tijdens een protest in Kinshasa. Zijn dood bracht een schok teweeg. Mukendi, vader van twee kinderen, bevond zich op de binnenplaats van een katholiek buurthuis toen hij werd getroffen door een kogel. Op de grauwe muren rond het buurthuis zitten kleurige afbeeldingen van Jezus aan het kruis, symbool van lijden en verlossing.

De moeder van Mukendi, Madeleine (56), noemt haar gestorven zoon ‘een martelaar’. Ze woont in een verloederde woonwijk van Kinshasa. Ze haalt uit een kartonnen doos herinneringen aan Rossy tevoorschijn. Een foto van zijn doop, uit 1992. Een medaille van zijn Congolese kampioenstitel in jiu-jitsu, uit 2006. Een ingelijste portretfoto van Rossy, die werd gebruikt bij zijn begrafenis. ‘Adieu’, staat erop.

Twee weken na de begrafenis van Rossy Mukendi stierf ook zijn vader. ‘Hij kon het verlies niet aan’, zegt Madeleine, die dus vlak na haar zoon ook haar man verloor. ‘Vlak voor zijn dood zei hij: Wie Rossy heeft gedood, doodt ook mij.’

Madeleine steunt de kerkelijke protestbeweging in Congo. ‘Je ziet hoe we hier leven’, verzucht ze, wijzend naar de bergen afval op het zandpad voor haar huisje. ‘Het is duidelijk dat er iets moet veranderen. Ik hoop op politieke verandering. President Kabila heeft niks gedaan voor ons land.’

De Vlaamse pater Toon Tanghe zegent de mensen op een kleine katholieke missiepost op een uur rijden van Kinshasa. Foto Sven Torfinn

Internationaal isolement

De toch al grote rol van Congo’s katholieke kerk als tegenwicht van president Joseph Kabila wordt relatief nog groter doordat buitenlandse diplomatieke druk aan effectiviteit lijkt in te boeten. Kabila weigert uit te sluiten dat hij bij de verkiezingen in december een (ongrondwettige) nieuwe ambtstermijn zal najagen. Hij isoleert zichzelf internationaal: in juli zegde hij geplande ontmoetingen af met António Guterres, de secretaris-generaal van de VN, en Nikki Haley, de Amerikaanse ambassadeur bij de VN. Kabila meed een bijeenkomst van regeringsleiders van de Afrikaanse Unie in Nouakchott (Mauritanië). In april boycotte Kabila een internationale donorconferentie waar geld werd toegezegd voor crisisgebieden in Congo. De conferentie, in Genève, was mede georganiseerd door Nederland dat in 2018 lid is van de VN-Veiligheidsraad.

Kabila en de paus

Congo is in Afrika het land met de meeste katholieken. In diplomatieke kringen is bekend dat paus Franciscus geen fan is van Kabila. Franciscus zegde vorig jaar een bezoek aan Congo af omdat ‘de dingen niet goed gaan’. In september 2016 ontving de paus Kabila in Vaticaanstad, maar de ontmoeting vond niet plaats in de receptieruimte, zoals het protocol voorschrijft, maar in Franciscus’ bibliotheek (Kabila is trouwens een volger van de anglicaanse kerk; zijn vrouw Olive is katholiek). De nieuwsdienst van het Vaticaan publiceert geregeld ‘neutrale’ berichten over Congo, zoals vorige maand over de aartsbisschop van Kinshasa, kardinaal Laurent Monsengwo. De gerespecteerde Monsengwo riep president Kabila op om zich niet herkiesbaar te stellen. Monsengwo zit overigens in de Raad van Kardinalen die paus Franciscus in 2013 in het leven riep om de Curie te hervormen, het bestuursapparaat van het Vaticaan.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.